Pensioenfonds krijgt AOW'er in het bestuur
Door een onzer redacteuren
DEN HAAG, 15 MEI. De Tweede Kamer stemt in met het voorstel van
staatssecretaris De Grave (Sociale Zaken) om gepensioneerden op te nemen
in de besturen van pensioenfondsen. Dat bleek vanmorgen tijdens een
overleg tussen De Grave en de Kamer.
In de besturen van de fondsen zijn nu de werkgevers en werknemers
evenredig vertegenwoordigd. De Grave wil gepensioneerden een plaats
geven in de pensioenbesturen, omdat zij als direct belanghebbenden
invloed moeten kunnen uitoefenen op hun eigen pensioenen. De bewindsman
hoopt langs deze weg de besturen ook te professionaliseren. De huidige
'bi-partite' besturen kenmerken zich volgens De Grave door een grote
mate van amateurisme. De staatssecretaris wil de toetreding van de
gepensioneerden ten koste laten gaan van de zetels van de
werknemersvertegenwoordigers. Wat De Grave betreft zijn gepensioneerden
ex-werknemers en zouden zij derhalve dezelfde belangen moeten hebben als
de actieve werknemers. De Tweede-Kamerfracties zijn het hierover niet
met elkaar eens.
Voor de PvdA-fractie is het niet vanzelfsprekend dat de
vertegenwoordigers van de werknemers (de vakbonden) zetels opgeven voor
gepensioneerden. Net als de bonden meent het Kamerlid Van Zijl (PvdA)
dat de belangen van werkenden en gepensioneerden niet altijd
overeenkomen. De vakbeweging vreest dat gepensioneerden sterk de nadruk
zullen leggen op het instandhouden of verbeteren van de huidige
pensioenregelingen, zonder oog te hebben voor de vraag of werknemers in
de toekomst daardoor nog wel van de regelingen gebruik kunnen maken.
De fracties van het CDA en VVD menen dat de pensioenfondsen zelf moeten
uitmaken hoe de drie partijen hun bestuurszetels verdelen. Volgens
VVD'er Van Hoof sluit dit aan bij de wens van sociale partners om zoveel
mogelijk onafhankelijk van de overheid de pensioenen te regelen.
Voor De Grave is dit een probleem, omdat werkgevers en werknemers vast
lijken te houden aan een eindloonsysteem van pensioenen, waarbij het
laatst verdiende loon bepalend is voor de hoogte van het pensioen. De
Grave wil toe naar een middelloonsysteem, waarbij het gemiddelde loon de
maatstaf is. Het kabinet pleit voor het middelloon-pensioen, onder
andere omdat werkgevers daarmee een flexibeler personeelsbeleid kunnen
voeren. Belangrijkste argument is echter dat een middelloonsysteem
lagere premies vergt, waardoor er volgens De Grave meer ruimte komt om
het pensioen op andere punten te verbeteren. Als grootste werkgever is
de overheid zelf ook gebaat bij lagere premiekosten.
Wanneer sociale partners vast blijven houden aan het eindloonsysteem,
heeft De Grave uitsluitend fiscale instrumenten om het middelloon als
pensioenbasis te stimuleren. ,,Maar als liberaal ben ik niet van de
afdeling dwingen'', zei De Grave, ,,het middelloon is voor mij ook geen
dogma.''
