Ministers voor privatisering van Schiphol
Door een onzer redacteuren
DEN HAAG, 27 MAART. Minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) en
minister Zalm (Financieuml;n) zijn het er over eens dat privatisering
van  Schiphol wenselijk is. Het kabinet neemt daarover over enkele weken
een beslissing. Dat bevestigen welingelichte bronnen bij Verkeer en
Waterstaat.
De verwachting is dat het kabinet met de privatisering van Schiphol zal
instemmen. Daarna kan de Tweede Kamer er zich over uitspreken. Ook moet
Verkeer en Waterstaat nog overleggen met de gemeenten Amsterdam en
Rotterdam, die respectievelijk 21,8 en 2,4 procent van de aandelen van
Schiphol in handen hebben.
De overheid heeft nu nog 75,8 procent van de aandelen Schiphol in
portefeuille. Het is nog niet duidelijk of de privatisering van Schiphol
zal gebeuren door beursgang of door plaatsing van de aandelen bij
institutionele beleggers, zoals verzekeraars en pensioenfondsen. De
overheid zal zich over de wijze van privatisering van Schiphol laten
adviseren door een financieuml;le adviseur, zoals eerdere
privatiseringen van staatsbedrijven (KPN, DSM) ook gebeurde. De KLM
heeft eerder al laten weten ook een belang in Schiphol te overwegen.
Daarmee denkt de KLM haar belangen, die in eerste instantie de
afhandeling van vracht en passagiers betreffen, beter te kunnen
behartigen.
Jorritsma en Zalm baseren hun voorkeur voor privatisering op een
onderzoek, uitgevoerd door het onderzoeksbureau Arthur D. Little. Daarin
is bekeken in hoeverre kan worden voorkomen dat Schiphol misbruik zou
kunnen maken van zijn monopoliepositie. De luchthaven stelt namelijk
zelf de tarieven vast voor landingsgelden van vliegtuigmaatschappijen.
Vooral de KLM had om die reden bedenkingen over de privatisering van
Schiphol. Volgens het onderzoek kan misbruik worden voorkomen door de
tarieven wettelijk vast te leggen. Zo kan de overheid de ontwikkeling
van landingsgelden en passagiersgelden blijven controleren.
Minister Jorritsma is ook bereid na privatisering een minderheidsbelang
in Schiphol te houden. Hoe groot dat zal zijn is nog niet bekend. Bij
een minderheidsbelang van het rijk kan Verkeer en Waterstaat een rol
blijven spelen bij onderhandelingen over landingsrechten. De KLM was
bang dat het na privatisering van Schiphol moeilijker zou worden om met
andere overheden te onderhandelen over bijvoorbeeld landingsrechten op
nieuwe bestemmingen. Directeur H. Smits van Schiphol liet vorig jaar ook
weten voorstander te zijn van een minderheidsbelang van de overheid,
gezien het nationale maar ook het internationale belang van een goed
geoutilleerde luchthaven.
Arthur D. Little deed vorig jaar op verzoek van Zalm en Jorritsma een
onderzoek naar mogelijke privatisering van Schiphol. Arthur D. Little
stelde dat privatisering van Schiphol belangrijk is voor de verdere
ontwikkeling van de luchthaven tot een internationaal knooppunt voor
passagiers en vracht. De KLM bekijkt met argusogen de activiteiten
waarmee Schiphol zich probeert te ontwikkelen tot een eigentijds bedrijf
dat aansluiting wil houden met de grote drie in Europa, Heathrow
(Londen), Frankfurt en Charles de Gaulle (Parijs). Zo werkt Schiphol met
een aantal vliegvelden samen op het terrein van 'luchthaven-management'
en wordt de bedrijvigheid rond Schiphol (winkels, bedrijven) steeds
belangrijker. KLM is daardoor bang op de tweede plaats te komen.
