


Beursbestuur liet verdachte leden zitten






Door onze financieuml;le redactie 


DEN HAAG, 26 MAART. De Amsterdamse
effectenbeurs heeft in 1987 twee directeuren van het inmiddels failliete
effectenkantoor Regio Effekt als lid gehandhaafd, hoewel bekend was
geworden dat beiden werden verdacht van miljoenenfraude bij een
Rabobank.



De Rabobank heeft tegen de toelating als lid geen bezwaar gemaakt,
terwijl de beurzen bij hun fiat voor het lidmaatschap mede zijn afgegaan
op een verklaring van een bestuurder, die ,,een duidelijk belang'' had
in de zaak.


Dit blijkt uit de openbare versie van een onderzoeksrapport over de
ondergang van de effectenkantoren Regio Effekt en Nusse Brink van de
Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE), dat minister Zalm
(Financieuml;n) vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. De
Vereniging voor de Effectenhandel en die van de EOE - tot voor kort
verantwoordelijk voor de effectenbeurs en de optiebeurs - hebben de
openbaarmaking trachten te verhinderen met een kort geding. De rechtbank
van Den Haag heeft vanmorgen hun eis afgewezen.


De STE en het accountantskantoor Coopers  Lybrand hebben onderzoek
gedaan naar het toezicht op Nusse Brink Commissionairs (NBC) en Regio
Effekt Holding (REH), die beide in 1993 frauderend ten onder gingen.
Begin maart stuurde Zalm de Kamer al een brief met de conclusie dat dit
toezicht ,,onvoldoende'' is geweest. Het vanmorgen openbaar gemaakte
rapport, waarin de chronologie ontbreekt en de namen zijn weggelaten,
geeft nog vele details over de gebrekkige controle op NBC en REH.


De twee directeuren van Regio Effekt, die eind deze maand moeten
terechtstaan voor fraude en valsheid in geschrifte bij REH, zouden voor
2,4 miljoen gulden hebben gefraudeerd met optiecontracten bij een niet
nader geduide financieuml;le instelling, die nooit aangifte heeft
gedaan. Volgens ingewijden wordt hiermee gedoeld op de Rabobank in
Nieuwkoop, waar beide effectenhandelaren in directiefuncties werkten
voordat zij Regio Effekt opzetten. De fraude kwam aan het licht in een
onderzoek waartoe de optiebeurs (EOE) ,,een derde'' partij opdracht had
gegeven na een aanvraag voor het lidmaatschap door het
tweetal. De Rabobank kon vanmiddag nog geen commentaar geven op de rol
van de bank.


Het controlebureau van de optiebeurs, de afdeling Compliance, heeft de
inhoud van de rapportage gemeld aan het Controlebureau van de
effectenbeurs, waarvan het bestuur moest beslissen over handhaving van
het lidmaatschap. ,,In deze situatie (...) zou een doorwrochte evaluatie
van de aanvrage en de toekenning op zijn plaats zijn'', schrijft Coopers
 Lybrand in een conclusie.


Uit de tekst valt verder af te leiden dat een niet nader genoemde
bestuurder een rol heeft gespeeld bij het uiteindelijk toch toekennen
van het lidmaatschap door de beurs. ,,Het afgaan op een verklaring van
een bestuurder, die volgens de rapportage van de derde een duidelijk
belang heeft, zou op het waarde toekennen aan de inhoud van de
verklaring van de bestuurder een aanzienlijke invloed moeten hebben.''


Bij de behandeling van het kort geding over het rapport voerde de beurs
onder meer aan dat ondanks de anonimisering een bankier, een
financieuml;le instelling en een bestuurder te herleiden zouden zijn.
De instelling is de Rabobank en de bestuurder vooralsnog onbekend. Uit
het rapport valt af te leiden dat de bank slaat op de Kas-Associatie
(Kas-Ass), de bank van de beurs.

De Kas-Ass speelt een rol bij de ondergang van Nusse Brink, omdat de
klanten van NBC bij deze bank hun effectenrekeningen aanhielden. Coopers
 Lybrand stelt vast dat de beurs bij de Kas-Ass een dubbelrol heeft,
doordat de bank een schakel in het beurstoezicht is die ook een
financieuml;le relatie met de commissionair heeft.

De beurzen overwegen hoger beroep tegen de beslissing van de rechter. De
president van de rechtbank heeft vastgesteld dat de onderdelen van het
rapport niet herleidbaar zijn tot instellingen en personen. De beurzen
bestrijden dit.











