Industriebond wil contracten over investeren
Door onze redacteur FRANK VAN EMPEL 
DEN HAAG, 22 JAN. De grootste
vakbond in de marktsector, de Industriebond FNV (250.000 leden), wil
vanaf 1998 investeringscontracten afsluiten met de
werkgeversorganisaties in de industrie. De bond presenteert morgen
tijdens een bijeenkomst met kaderleden in Rotterdam een nota, waarin
,,de nieuwe manier van denken'' wordt uitgewerkt.
Een investeringscontract, aldus de nota Werkzekerheid of
baanzekerheid?, is een collectief contract zoals de CAO, maar kan
daar ook onderdeel van uitmaken. De werkgeversorganisatie voor de
metaal- en elektrotechnische industrie FME reageert afwijzend. ,,Een
dergelijk bijzonder contract is wat ons betreft niet nodig'', aldus een
woordvoerder. ,,In de huidige CAO's zijn al afspraken gemaakt over
opleidingen''. In het investeringscontract, zoals de Industriebond FNV
dat voor ogen heeft, worden met een werkgever specifieke afspraken
gemaakt over zowel de ontwikkeling van de betrokken werknemers als de
bedrijfsorganisatie waarin zij werken.
Daarbij worden zaken tegen elkaar geruild. De werknemers accepteren
bijvoorbeeld de verplichting om scholing te volgen, waarbij ook vormen
van resultaatmeting worden ontwikkeld. De werkgever van zijn kant zorgt
als tegenprestatie voor zowel de eigenlijke scholing, als voor de
faciliteiten (studiekosten, betaald verlof).
,,Voor de werkgevers'', aldus de nota, ,,zijn dit kosten, die gemaakt
worden om later te worden terugverdiend. Investeringen
dus, maar dan niet in gebouwen of technologie, maar in mensen. Voor onze
leden gaat het om hun scholing, hun rechtspositie, om het
personeelbeleid en om hun loopbaan. Ook voor werknemers is dit een
investering, namelijk een investering in zichzelf.''
De bond ziet bij vier soorten bedrijven mogelijkheden om in 1998 te
beginnen met onderhandelingen over investeringscontracten: bedrijven
waar al enige tijd wordt nagedacht over vernieuwing van het
personeelsbeleid en het opleidingen beleid, bedrijven waar
reorganisaties gaande zijn, bedrijven waar nagedacht wordt over de
positie van tijdelijke werknemers of waar bijzondere vormen van
uitzendwerk van toepassing zijn en bedrijven en bedrijfstakken waar de
vakopleiding opnieuw vorm gegeven wordt.
Beleidsmedewerker arbeidsvoorwaardenbeleid K. Korevaar, die de nota
schreef, noemt desgevraagd als mogelijke ,,spitsafbijters'': Stork,
NedCar, Heineken, Grolsch, de metaalindustrie en Shell.
