FNV wil uitleg Heineken van embargobreuk
Door onze redacteur GEERT VAN ASBECK 
ROTTERDAM, 9 JAN. De vakcentrale
FNV vraagt Heineken opheldering over berichten van schending van het
internationale embargo tegen Burundi. De bierbrouwer bevestigde gisteren
zijn produktie in het Afrikaanse land te zullen opvoeren met
grondstoffen uit buurland Rwanda.
Volgens de FNV brengt Heineken met deze schending ,,het proces van
onderhandeling en verzoening in Burundi'' in gevaar. De FNV zal de
kwestie bespreken met het Internationaal Verbond van Vrije
Vakverenigingen (IVVV) en sluit actie tegen Heineken niet uit. Dit heeft
P. Coret van de FNV vanochtend desgevraagd meegedeeld. ,,Het embargo
tegen Burundi mag niet gebroken worden. Dat is ook het standpunt van het
IVVV''. De FNV speelde afgelopen jaar een rol bij succesvolle pogingen
van actiegroepen om Heineken te dwingen zich terug te trekken uit Birma
waar een hard militair regime de democratie en de naleving van
mensenrechten in de weg staat.
De buurlanden van Burundi willen met het embargo het Tutsi-bewind
dwingen tot onderhandelingen met de Hutu's. De Nederlandse minister
Pronk (Ontwikkelingssamenwerking) staat volgens een van zijn
woordvoerders symphatiek tegenover het embargo, maar hij wil zich niet
over Heineken uitlaten. Heineken bevestigde gisteren de bierproduktie in
Burundi weer te zullen opvoeren, ondanks het internationale embargo van
de buurlanden dat tegen het Afrikaanse land van kracht is. Heineken zegt
zich gedwongen te voelen tot de stap door de Burundese autoriteiten. Die
hebben de vereiste hoeveelheden mout ondanks het internationale embargo
zelf ingevoerd uit het buurland Rwanda.
De autoriteiten hebben volgens Heineken verhulde dreigementen geuit
indien de brouwer de ingevoerde mout zou laten staan. ,,We hebben
gekozen voor de veiligheid van onze mensen. Nu we de ingevoerde
grondstoffen toch gebruiken, kun je zeggen dat we het embargo indirect
schenden'', aldus de woordvoerder. Coret zegt dat het voor de vakbonden
essentieel is om te weten in hoeverre inderdaad sprake is van gevaar
voor de veiligheid van het Heineken-personeel in Burundi. ,,Indien de
veiligheid niet in het geding is en Heineken het veiligheids-argument
alleen maar opvoert om de produktie weer te kunnen opvoeren, heeft het
concern geen poot om op te staan en is er sprake van bewuste
misleiding'', aldus de FNV'er.
,,Blijkt er inderdaad sprake te zijn van een ernstige bedreiging van de
veiligehid, dan zal de FNV aan de Nederlandse regering vragen druk uit
te oefenen op het Tutsi-bewind in Burundi om verder af te zien van dit
soort chantage-praktijken.''
Heineken heeft een belang van 60 procent in de Brarudi-brouwerij in
Burundi die met twee brouwerijen een produktiecapaciteit heeft van in
totaal 1,2 miljoen hectoliter. Ze hebben 1350 werknemers in dienst. De
staat Burundi heeft zelf een belang van 40 procent. Door de
oorlogsomstandigheden en de boycot had Heineken de produktie in Burundi
de afgelopen maanden teruggebracht tot een kwart van de capaciteit. Dat
raakte het omstreden Tutsi-bewind rechtstreeks in de portemonnee: de
autoriteiten zijn volgens sommige schattingen voor de helft van hun
inkomsten afhankelijk van de belasting die Heineken betaalt. Hoe minder
bier wordt gebrouwen, hoe minder accijns wordt betaald. De Nederlandse
brouwer heeft steeds gezegd het embargo tegen Burundi te zullen
respecteren. Dat had vermoedelijk betekend dat de brouwerij in de
hoofdstad Bujumbura deze maand de deuren had moeten sluiten omdat de
voorraad mout van voacute;&oacute;r de boycot opraakte.  
