Hof verwerpt Brits verzet tegen 48-urige werkweek
Door onze correspondent BEN VAN DER VELDEN 
BRUSSEL, 12 NOV. Het Europese
Hof van Justitie heeft een Brits verzoek om nietigverklaring van een
Europese richtlijn voor een werkweek van maximaal 48 uur in de Europese
Unie afgewezen. Gisteren al dreigde de Britse premier Major met
tegenmaatregelen als de richtlijn van kracht wordt. Major heeft al voor
de uitspraak van het hof, vanochtend, aangekondigd volgend jaar de
geplande herziening van het Verdrag van Maastricht te zullen tegenhouden
als de Europese Unie deze richtlijn niet wijzigt.
Voor 23 november zou de richtlijn in de nationale wetgeving van de
lidstaten moeten zijn opgenomen. Groot-Brittannieuml; ging zelf bij het
Europese Hof in beroep tegen de richtlijn, die dateert uit 1993. Het
beroept zich erop dat bij het Verdrag van Maastricht in 1991 is
overeengekomen dat het sociale hoofdstuk hiervan niet van toepassing is
op Groot-Brittannieuml;. De richtlijn over de 48-urige werkweek is
echter gebaseerd op een artikel in het Verdrag van de Europese Unie over
veiligheid en gezondheid op het werk. Daarover kan een meerderheid van
de lidstaten beslissen. Groot-Brittannieuml; heeft daarom indertijd
geen mogelijkheid gehad een beslissing over de werkweek van 48 uur met
een veto tegen te houden.
Groot-Brittannieuml; beschuldigt de Europese Commissie ervan via een
achterdeur te proberen toch Europese sociale regelgeving op te leggen.
Major zei gisteren te eisen dat de richtlijn wordt veranderd. Zolang dat
niet is gebeurd wil hij geen nieuwe overeenkomsten sluiten in het kader
van de Intergouvernementele Conferentie (IGC). De tot nu toe weinig
voortgang boekende IGC bereidt de herziening van het Verdrag van
Maastricht voor. De bedoeling is dat deze conferentie volgend jaar juni
tijdens het Nederlands voorzitterschap van de Europese Unie wordt
afgesloten met een Verdrag van Amsterdam.
Naar de uitspraak van het Europese Hof werd de afgelopen weken in
Brussel met grote spanning uitgekeken. Het dreigement van
Groot-Brittannieuml; om de IGC-onderhandelingen te gebruiken om alsnog
verandering van de richtlijn af te dwingen, wordt als een zeer ernstig
gevaar gezien.
Het Europese Hof van Justitie was het vanmorgen op een onderdeel met de
Britse bezwaren eens en heeft het desbetreffende artikel in de richtlijn
afgewezen. Volgens het Hof is ontbreekt de nodige uitleg bij de bepaling
dat de wekelijkse minimum rusttijd in beginsel de zondag omvat.
Het Hof begrijpt niet waarom de zondag een nauwer verband zou hebben met
de gezondheid en veiligheid van werknemers dan de andere dagen van de
week.
Het Britse bezwaar tegen de richtlijn over de 48-urige werkweek is
vooral principieel. De Britten menen dat hun in Maastricht bevochten
uitzonderingspositie wordt ondergraven. Tot nu toe heeft niemand daarvan
een overzicht. Er zijn zoveel uitzonderingen op de regel van de 48-urige
werkweek mogelijk, dat verondersteld wordt dat invoering hiervan in
Groot-Brittannieuml; niet veel verandert. Vooral nieuwe administratieve
romslomp zou het gevolg zijn. De Europese commissaris voor sociale zaken
en werkgelegenheid Flynn heeft zeer verheugd gereageerd op de uitspraak
van het Hof. Hij zei vanmiddag te verwachten dat Groot-Brittannieuml;
nu snel maatregelen neemt om de Europese richtlijn in nationale
wetgeving om te zetten.
Volgens Britse diplomaten moet nog onderzocht worden in hoeverre deze
Europese wetgeving praktische gevolgen kan hebben voor de werktijden in
Groot-Brittannieuml;, die dikwijls langer zijn dan 48 uur per week.
