Coalitie akkoord over referendum
Door een onzer redacteuren
DEN HAAG, 26 JUNI. De coalitiepartijen zijn het gisteren eens geworden
over de reikwijdte van een correctief referendum voor gemeenten en
provincies nadat D66 binnenskamers met een kabinetscrisis had gedreigd.
In Amsterdam is gisteren per referendum besloten dat de aanleg van de
metrolijn van noord naar zuid door kan gaan. De belangstelling voor de
stemming over deze lijn was gering, slechts 22 procent van de kiezers
kwam naar de stemlokalen. De kiesdrempel van bijna 156.000 tegenstemmen
werd niet gehaald. Van de 111.000 kiezers stemden er 79.000 tegen.
Tussen de regeringspartijen VVD en D66 groeide de afgelopen weken een
meningsverschil over de reikwijdte van het lokale referendum. Nadat
vice-premier Dijkstal geen compromis wist te vinden, twijfelde D66 eraan
of de VVD bereid was tot het maken van redelijke afspraken. Al voor het
weekeinde liet D66 de VVD weten dat deze partij met haar ,,geen
spelletjes moest spelen.'' De VVD merkte dat de kwestie van het
referendum een voor de coalitie 'gevaarlijk dossier' begon te worden.
Afgelopen dinsdag liet D66-leider Van Mierlo in een gesprek met
vice-premier Dijkstal weten dat D66 uit het kabinet zou stappen als de
VVD zou volharden in zijn beperkte opvatting over het referendum. D66
meende dat de VVD zodanig hoge eisen stelde aan de invoering van een
lokaal referendum dat in de praktijk sprake zou zijn van ,,een lege
dop''.
D66-fractieleider Wolffensperger erkende gisteravond openlijk dat het
hoog opgelopen meningsverschil met de VVD 'de bananenschil' had kunnen zijn waar
over het kabinet was gestruikeld. ,,Het had
hier mis kunnen gaan als wij niet op het laatste moment de VVD hadden
kunnen overtuigen.''
Na overleg in het Torentje van premier Kok tussen de fractieleiders en
vice-premier Dijkstal bereikten de partijen gisteren laat in de middag
overeenstemming. Het compromis houdt in dat voor de geldigheid van een
lokaal referendum een hogere drempel is vastgelegd dan aanvankelijk de
bedoeling was, terwijl over meer onderwerpen een
referendum kan worden gehouden. De VVD wilde alleen referenda toestaan
over verordeningen. Het compromis behelst dat ook over besluiten
referenda kunnen worden gehouden. Welke besluiten in aanmerking komen
zal later in een aparte wet worden vastgelegd. Hierover moeten bij een
volgende kabinetsformatie afspraken worden gemaakt. Het gaat om
besluiten van algemene aard die grote groepen raken. D66 ergerde zich
allang aan de opstelling van de VVD. Bij D66 bestond de idee dat de VVD
probeerde een afspraak uit het regeerakkoord ongedaan te maken.
De VVD is altijd tegenstander van referenda geweest. Voor D66 gold
daarentegen dat het referendum een van de 'identiteitsbepalende'
onderwerpen is. Nadat vice-premier Dijkstal er vorige week niet slaagde
een compromis te vinden tussen de opvattingen van VVD en D66, groeide
bij D66 de argwaan over de opstelling van de VVD. ,,Wij hadden het idee
dat de VVD met zijn eisen probeerde een nederlaag bij de formatie alsnog
goed te maken'', zo zei gisteren een nauw betrokken D66'er. In het
Kamerdebat, waarin gisteren het compromis werd besproken, oordeelden de
oppositiepartijen CDA en GroenLinks dat D66 zwaar heeft moeten inleveren
en de VVD had gewonnen. D66-woordvoerster Scheltma zei echter 'heel erg
blij' te zijn met het bereikte akkoord. VVD-woordvoeder Te Veldhuis
noemde het bijzonder dat de mogelijkheid om referenda te houden in de
Grondwet wordt opgenomen. De Grondwetswijziging die nu in gang wordt
gezet, betreft de invoering van een correctief wetgevingsreferendum. Dat
wil zeggen dat de bevolking een wet kan terugdraaien nadat die eenmaal
is aangenomen door de volksvertegenwoordiging. Voor het initiatief tot
een landelijk referendum zijn minimaal 40.000 handtekeningen nodig.
Vervolgens moeten, in een volgende ronde op weg naar een landelijk
referendum, 600.000 mensen het initiatief ondersteunen. Op de dag van
het referendum moet dan dertig procent van het aantal kiesgerechtigden, meer dan
 drie miljoen mensen, tegen het
wetsvoorstel zijn.
Bij referenda in provincies en gemeenten is een nieuwe drempel
opgeworpen. Dertig procent van de kiesgerechtigden moet tegen het
besluit stemmen om het ongedaan te maken. Onderwerp van de decentrale
referenda zijn besluiten van algemene aard, die niet gaan over
individuele burgers of bedrjven, maar grote groepen raken. De VVD wilde
aanvankelijk alleen referenda over 'verordeningen', maar dat begrip
sloot bijvoorbeeld referenda over een woonwijk als IJburg of de
Noord-Zuidlijn in Amsterdam uit.
