OM beperkt rol Dierenbescherming in strijd tegen varkenspest
Door onze redacteur GEERT VAN ASBECK
DEN HAAG, 20 MEI. Het openbaar ministerie heeft de bevoegdheden van de
Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) inzake de varkenspest
aanzienlijk beperkt.
De coouml;rdinerend varkenspest-officier in Den Bosch, mr. G. Bos,
heeft de inspectiedienst, die waakt over het welzijn van onder meer
varkens, op 17 april te verstaan gegeven dat de LID geen proces verbaal
mag opmaken in de strijd tegen de varkenspest en ook niet actief de pers
mag benaderen.
Dit heeft de directeur W. Koedijk van de LID, de inspectiedienst van de
Vereniging Dierenbescherming, vanochtend desgevraagd meegedeeld. Vorige
week kwam al aan het licht dat het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer
en Visserij de media wil beletten verslag te doen van de vandaag
begonnen massale slachting van jonge biggetjes.
,,Je kunt inderdaad zeggen dat de Landelijke Inspectiedienst
Dierenbescherming de mond is gesnoerd'', aldus Koedijk. ,,Dit is niet
eerder voorgekomen. Als je dan ook nog eens ziet dat de pers niet bij
het biggenslachten aanwezig mag zijn en dat boeren die de pers
desalniettemin helpen worden gestraft, kun je wel concluderen dat de
zaak zwaar onder druk wordt gezet om nieuwsfeiten rond de varkenspest te
smoren.'' Koedijk houdt er rekening mee dat het besluit om de LID het
zwijgen op te leggen uiteindelijk afkomstig is van het ministerie van
landbouw. De enige inspectiedienst die nu nog wel mag verbaliseren in de
crisis rond de varkenspest is de Algemene Inspectiedienst (AID) van het
ministerie. Anders dan de Landelijke Inspectiedienst
Dierenbescherming, gelieerd aan de vereniging Dierenbescherming, is de
AID geacute;&eacute;n onafhankelijk orgaan maar onderdeel van het
ministerie van Landbouw en als zodanig een instrument in handen van
minister Van Aartsen.
De LID telt elf inspecteurs met opsporingsbevoegdheid en heeft tot taak
ondermeer te controleren of de Gezondheid- en Welzijnswet voor Dieren
juist wordt nageleefd. De LID krijgt jaarlijks vier ton subsidie van het
ministerie van landbouw. Conform haar wettelijke bevoegdheden is de LID
in principe gemachtigd om in samenspraak met het
Openbaar Ministerie varkenshouders te verbaliseren die zich niet aan de
welzijnswet houden. Volgens LID-directeur Koedijk vindt er bij de
varkenspest nog steeds veel dierenleed plaats. ,,Juist bij het transport
en bij het doden van de varkens worden de regels niet of niet voldoende
nageleefd. Er gebeuren absoluut onaanvaardbare dingen.'' Koedijk kan
geen voorbeelden geven van onnodig dierenleed omdat hem nu juist is
verboden daar met de pers over te praten. ,,Maar gaat U er maar van uit
dat de zaak voor aanmerkelijke verbetering vatbaar is.'' De LID meldt
alle misstanden die ze aantreft aan het varkenspest-crisisteam in Boekel
en officier van justitie Bos, maar mag daar verder niet met derden over
praten, ook niet met de Dierenbescherming.
Coouml;rdinerend varkenspest officier Bos was vandaag onbereikbaar voor
commentaar. Zijn assistent in de strijd tegen de varkenspest,
parket-secretaris K. Smulders, wilde vanochtend niet ingaan op het
besluit van officier Bos omdat een en ander ,,tamelijk gevoelig ligt''.
Wel bestreed Smulders dat officier Bos de LID heeft verboden haar
opsporingstaak uit te oefenen. ,,Hij heeft de LID gevraagd geen
gebruik te maken van de opsporingsbevoegdheid.''
Een woordvoerder van het ministerie van landbouw in Den Haag bestreed
vanochtend de lezing van de LID. ,,Er is geen sprake van dat de LID niet
mag kijken naar welzijnsproblemen van dieren'', aldus de woordvoerder.
,,Er zijn alleen als gevolg van het besmettingsgevaar strengere regels
in het crisisgebied waar ook de LID zich aan dient te houden.''
De zegsman van Landbouw verwees voor wat betreft de
opsporingsbevoegdheid van de LID door naar het crisiscentrum in Boekel.
De woordvoerster aldaar verwees op haar beurt door naar het Openbaar Ministerie,
 ,,want het besluit de opsporingsbevoegdheid
van de LID in te trekken is een besluit geweest van het OM.''
De Dierenbescherming (de Nederlandse vereniging tot bescherming van
dieren) noemt de maatregel om de inspectiedienst de mond te snoeren ,,in
en in triest''. ,,Het is triest dat de overheid op deze manier een
proces dat ze niet meer volledig in de hand heeft, buiten de publiciteit
probeert te houden.''
Het feit dat de LID niet meer mag optreden tegen mensen die de varkens
onnodig leed berokkenen en het feit dat de LID haar bevindingen van
varkensleed zelfs niet aan de Dierenbescherming mag melden, leidt
volgens woordvoerder B. Nieman van de Dierenbescherming tot schrijnende
toestanden. Als voobeeld noemt Nieman het feit dat varkens die door de
elektrocuteermachine gaan niet altijd sterven en vervolgens halflevend
naar de destructiemachines worden getransporteerd. ,,De controle aan de
achterkant van de elektrocuteermachines is onvoldoende. De LID had
corrigerend kunnen optreden.'' aldus Nieman.
Volgens Nieman is de LID de mond gesnoerd nadat de inspecteurs in
samenwerking met de vereniging Dierenbescherming een aantal misstanden
rond de bestrijding van de varkenscrisis aan de grote klok hadden
gehangen - te volle vrachtwagens, te weinig ventilatie in de
wagenshokken, etc. 
