

Planbureau: minder ruimte om lasten te verlichten






Door onze redacteurenROBERT GIEBELS en ROEL JANSSEN


DEN HAAG, 10 MEI. Het volgende kabinet zal minder ruimte hebben voor
lastenverlichting dan het huidige kabinet. Dat blijkt uit vertrouwelijke
cijfers die het Centraal Planbureau heeft opgesteld voor een commissie
van topambtenaren. Het kabinet-Kok heeft in de periode 1994-1998 de
lasten kunnen verlichten voor een bedrag van 11 miljard gulden. Volgens
het Planbureau is die ruimte in de volgende kabinetsperiode (1998-2002)
gehalveerd tot 5,5 miljard. Het Planbureau gaat daarbij uit van
ongewijzigd beleid en een behoedzaam scenario waarbij de jaarlijkse
economische groei gemiddeld twee procent bedraagt.


Het kabinet-Kok is bij zijn aantreden eveneens uitgegaan van het
behoedzame scenario van het Planbureau. In de periode 1994-1998 ging het
nog om een gemiddelde jaarlijkse groei van 1,75 procent. Het kabinet
dacht dat het de lasten van de burgers met negen miljard kon reduceren,
maar dat werd door meevallers elf miljard. Deze lastenverlichting is
ingezet om de koopkracht te verbeteren zodat loonmatiging mogelijk is.
Verder is de werkgelegenheid gestimuleerd, met name aan de onderkant van
de arbeidsmarkt.

De berekeningen van het Planbureau doorkruisen het plan van
staatssecretaris Vermeend (Financieuml;n) om het belastingstelsel
ingrijpend te wijzigen. Vermeend wil de loon- en inkomstenbelasting
verlagen, aftrekposten schrappen en indirecte belastingen zoals de BTW
verhogen. De bewindsman suggereerde daar tien miljard gulden aan ruimte
voor lastenverlichting voor nodig te hebben - 4,5 miljard meer dan de
behoedzame berekeningen van het Planbureau.

De matige lastenverlichting is volgens het Planbureau te danken aan
hogere uitgaven en lagere inkomsten in de volgende kabinetsperiode. De
uitgaven aan de sociale zekerheid zullen stijgen met zeven miljard
wegens de 'koppeling' tussen lonen en uitkeringen en door de stijging
van het aantal WW- en WAO-uitkeringen met jaarlijks 25.000.

Tegenover de hogere uitgaven staan in de behoedzame prognose van het
Planbureau lagere belasting- en premie-inkomsten en een half miljard
gulden minder aardgasbaten. Een van de oorzaken van de lagere
belastinginkomsten is de toenemende populariteit van aftrekposten voor
de financiering van de oude dag.

Volgens het Tweede-Kamerlid Hillen van oppositiefractie CDA tonen de
cijfers aan dat ,,het kabinet de vette jaren heeft verspeeld en niets
meer overlaat voor de volgende periode. Het kabinet laat geen stuwmeer
achter, maar uitgedroogde rivieren'', meent Hillen. Hij noemt het
,,uitermate vreemd'' dat Vermeend zijn belastingplannen bekend maakte,
,,terwijl hij van de Planbureaucijfers moet hebben geweten.''

Ook scheidend president Duisenberg van De Nederlandsche Bank meent dat
het kabinet in de jaren van economische groei de verkeerde keuze heeft
gemaakt door de budgettaire ruimte te benutten voor lastenverlichting in
plaats van terugdringen van het financieringstekort. Bij zijn
waarschuwing wees Duisenberg vorige maand op de afspraken die zijn
gemaakt rond de Economische en Monetaire Unie. Het streven is een
begrotingstekort van nul of een klein overschot vanaf 1999. De
scenario's van het CPB gaan uit van een financieringstekort van 1,75
procent.

Naast het behoedzame scenario schetst het CPB ook een optimistisch en
een pessimistisch scenario. In het eerste geval blijft de economische
groei de komende vier jaar op de 3,25 procent die het CPB aangaf in het
Centraal Economisch Plan 1997 waarop de begrotingsplannen voor 1998 zijn
gebaseerd. In dat geval is de ruimte voor lastenverlichting 18 miljard
gulden. In de pessimistische prognose verdwijnt de 5,5 miljard ruimte
voor lastenverlichting volledig. Daarbij wordt rekening gehouden met een
rentepercentage van 7 procent in plaats van 6 procent (kosten twee
miljard) en een hogere 'belastingontwijking' (drie miljard). Hogere
uitgaven in de zorg reduceren de overige ruimte tot nul.










