Bij moordpartijen in Algerije 100 doden
ALGIERS, 7 APRIL. Meer dan 100 mensen zijn de afgelopen dagen in
Algerijnse dorpen en gehuchten afgeslacht bij aan moslim-extremisten
toegeschreven slachtpartijen. Gisteren was al de dood van zeker 84
dorpelingen gemeld; vanochtend werd de dood van nog eens 17 mensen
bekend.
Vijftien van deze zeventien werden gisteren ,,afschuwelijk verminkt''
teruggevonden in Aiuml;n Lehdid, 65 kilometer van de stad Tiaret, aldus
de krant Liberteacute;. De krant voegde eraan toe dat in
hetzelfde gebied dertien herders zijn ontvoerd door een gewapende groep.
Alle moordpartijen werden, zoals gebruikelijk, door onafhankelijke
kranten  gemeld. De autoriteiten, die volhouden dat zij de toestand
onder controle hebben, en dat de moslim-extremisten ,,de slag hebben
verloren'' hebben nog geen commentaar gegeven op hun berichten. In
februari, na afloop van de bloedige islamitische vastenmaand Ramadan,
waarin naar schatting meer dan  400 mensen de dood vonden, kondigde de
Algerijnse president  Limanine Zeacute;roual de uitroeiing van de 
,,terroristische groepen'' aan. Sinds begin die maand zijn de
veiligheidstroepen bezig met grootscheepse offensieven tegen
moslim-extremistische groepen. De laatste weken waren er relatief weinig
moordpartijen gemeld op het platteland rondom Algiers. Mogelijk heeft de
wederopleving van het geweld te maken met de nadering van de algemene
verkiezingen, die voor 5 juni zijn vastgesteld.
Het grootste bloedbad sinds het begin van de gewapende machtsstrijd
tussen autoriteiten en moslim-extremisten  in 1992, die in totaal
inmiddels circa 60.000 mensen het leven heeft gekost,   had plaats in
het gehucht Thalit in de provincie Meacute;d&eacute;a, 70 kilometer ten
zuidwesten van Algiers. Volgens de kranten El
Watan en Liberteacute; drongen daar in de nacht van
donderdag op vrijdag 40 rebellen, gewapend met bijlen, dolken en
zwaarden,  binnen die 52 van de 53 inwoners methodisch de keel afsneden.
In Amroussa, in de provincie Blida, vermoordden meer dan 40 mannen in de
nacht van vrijdag op zaterdag 15 dorpelingen op gruwelijke wijze. ,,De
aanvallers drongen  zeven woningen binnen, en maakten 15 mensen met een
kettingzaag dood, onder wie zeven vrouwen en drie kinderen'', aldus
Liberteacute;. Het gebruik van een kettingzaag bij moordpartijen
was niet eerder gemeld. Voorgaande gruwelijke bijzonderheden omvatten
het inzetten van een dwerg als executeur en het gebruik van een
vrachtwagen met  guillotine.
Sommige dorpelingen die probeerden te vluchten werden met benzine
overgoten en in brand gestoken. ,,Mijn buurman verborg zich onder een
auto, maar werd ontdekt. Ze staken de auto in brand en hij kon niet
wegkomen. Hij stierf'', aldus een overlevende in de krant.  De
slachtoffers behoorden tot vijf families, waarvan de woningen in brand
werden gestoken.
Volgens overlevenden werd deze overval geleid door de voorman van de
zeer gewelddadige Gewapende Islamitische Groep (GIA), Antar Zouabri.
Deze onderstreepte in een tijdens de Ramadan uitgegeven
communiqueacute; dat ,,er geen neutraliteit is in de oorlog die wij
voeren. Afgezien van diegenen die aan onze zijde staan, zijn alle
anderen afvalligen'' - en dus ten dode gedoemd. In dezelfde nacht viel
een gewapende bende een boerderij in M'ridja aan, in de buurt van de
badoplaats Sidi-Ferruch, waar vier mensen werden gedood, aldus El
Watan. In de buurt van Bouira, op de weg tussen Ain Bessem en Beni
Slimane, 120 kilometer ten zuidoosten van Algiers, richtten rebellen een
zogeheten 'valse controlepost' op waar ze een onbekend aantal
inzittenden van aangehouden voertuigen vermoordden. ,,Ze onderschepten
auto's, haalden de inzittenden eruit en schoten ze van dichtbij dood'',
aldus El Watan. 
De veiligheidstroepen bewaren een volledig stilzwijgen over het verloop
van hun huidige offensieven tegen de moslim-extremisten, met name in het
gebied van Meacute;d&eacute;a, Sa&iuml;da en Sidi Bel Abb&egrave;s in
het zuidwesten van het land, en Tlemcen in het westen. De onafhankelijke
kranten hebben zware verliezen gemeld onder moslim-extremisten. El
Watan meldde donderdag dat in Kabylieuml;, 100 kilometer ten
ooosten van Algiers, meer dan 100 moslim-extremisten waren gedood bij
een offensief waarbij troepen per helikopter waren aangevoerd.
De bolwerken van de moslim-extremistische groepen bergen volgens ruwe
schattingen verscheidene duizenden gewapende mannen, die hun toevlucht
hebben gezocht in zeer moeilijk toegankelijke gebieden, in wouden en
grotten. Vaak zijn deze schuilplaatsen weer verder beveiligd met mijnen
en andere valstrikken.
 Volgens de autoriteiten hebben de gewapende groepen de machtsstrijd
verloren, en kunnen ze eigenlijk alleen nog maar geiuml;soleerde dorpen
aanvallen of aanslagen met bomauto's in steden plegen. Enkele legale
oppositiepartijen stellen daarentegen dat het geweld zich langzaam maar
zeker uitbreidt.
In het buitenland heeft het verboden fundamentalistische Front van
Islamitische Redding (FIS) de machthebbers en de GIA samen beschuldigd
verantwoordelijk te zijn voor alle moordpartijen. Volgens het FIS is de
GIA niet meer dan ,,een groep van extremisten en geiuml;nfiltreerde
agenten van de militaire inlichtingendienst''. Een FIS-woordvoerder in
het buitenland, Abdelkrim Ould Adda, heeft woensdag op een
persconferentie in Brussel op voorhand elke betrokkenheid van zijn
organisatie van de hand gewezen bij nieuw-oplaaiend geweld in verband
met de komende verkiezingen, zoals ook aanslagen op kandidaten. Het FIS,
dat zelf is uitgesloten van de verkiezingen, heeft tot een boycot ervan
opgeroepen omdat de verkiezingen zijns inziens vrij noch eerlijk zullen
zijn. Het worden de eerste parlementsverkiezingen in Algerije sinds die
van de jaarwisseling '91-'92, die werden geannuleerd omdat het FIS ze
dreigde te gaan winnen. (AFP, Reuter)
