OM in zaak Hakkelaar ontvankelijk
Door een onzer redacteuren 
AMSTERDAM, 20 JAN. De rechtbank heeft
vanochtend de eis van de advocaten in het Hakkelaar-proces om het
openbaar ministerie niet ontvankelijk te verklaren afgewezen. Het proces
is vandaag voortgezet.
Officier van justitie mr. Witteveen prees vanochtend advocaat Spong voor
de opmerkingen in zijn pleidooi. ,,Bij het sluiten van de volgende
deal zullen wij er ons voordeel mee doen.'' Hij nam het Spong wel
kwalijk dat hij in zijn pleidooi af en toe een loopje met de waarheid
nam. Dat het OM zich aan misdrijven zou hebben schuldig gemaakt, zoals
heling, zoals Spong vorige week beweerde, noemde hij een ,,kwaadaardige
onjuistheid''. Hij wees erop dat de verdediging ,,honderdduizenden
guldens'' aan crimineel geld verdient. Opvallend was dat justitie geen
enkele reden ziet te reageren op het pleidooi van advocaat Doedens,
omdat hij juridisch niets interessants had gezegd.
Johan V. en zijn medeverdachten Koos R. en Bertus K. worden verdacht van
handel in honderden tonnen Pakistaanse hasj eind jaren tachtig, begin
jaren negentig.
Afgelopen vrijdag voerden hun advocaten aan dat het OM had verzuimd
rechtbank en verdediging in te lichten over een briefwisseling tussen
het OM en kroongetuige Ad Karman, voormalig medewerker van V.
De advocaten vroegen daarop om het OM niet ontvankelijk te verklaren
wegens gebrek aan openheid en het bewust buiten het strafdossier houden
van belangrijke informatie. De briefwisseling ging over de tussen Karman
en OM gemaakte afspraken. Karman is onder meer door
het OM beloofd dat hem in het kader van de strafzaak geen
gevangenisstraf meer zou worden opgelegd.
De rechtbank stelde vast dat het OM rechtbank en verdediging inderdaad
,,niet eigener beweging'' heeft ingelicht over het met Karman en diens
advocaat gevoerd overleg. De rechtbank oordeelde echter dat de
handelwijze van het OM voor de strafzaak ,,geen onherstelbare gevolgen''
heeft gehad. De rechtbank betreurt het dat pas in een zeer laat stadium
de briefwisseling tussen OM en de advocaat van Karman aan het dossier is
toegevoegd. Maar de rechtbank kan de mogelijkheid niet uitsluiten dat
het OM te goeder trouw tot ,,onderhavige beoordelingsfout'' is gekomen.
,,De veronderstelling van het tegendeel'' valt volgens de rechtbank niet
goed te rijmen met de openhartigheid waarmee door het OM met de advocaat
van Karman overleg is gevoerd. Maar het OM had zich moeten realiseren
dat de inhoud van de briefwisseling ,,vroeg of laat ter kennis van
derden'' zou komen.
Vandaag kunnen openbaar ministerie en verdediging reageren op elkaars
verweren. Of uitspraak in deze zaak over twee weken zal plaatshebben is
volgens persrechter B. de Poorter nog onzeker.
