


Sorgdrager wil hogere straffen voor leden criminele organisaties






Door een onzer redacteuren 


DEN HAAG, 16 JAN.Minister Sorgdrager
(Justitie) over weegt de straffen voor leden van criminele organisaties
te verhogen. Dat heeft een woordvoerder van het ministerie vanochtend
bevestigd.


Justitiespecialisten in de Tweede Kamer hadden eerder deze week al te
kennen gegeven dat de straffen op grootscheepse import van en handel in
hasj zouden moeten worden verhoogd. Mede naar aanleiding van opmerkingen
in het requisitoir van de officieren van justitie in het proces van
Johan V. dat van de strafmaat nu onvoldoende afschrikking uitgaat wil
Sorgdrager nagaan of er zwaardere straffen moeten komen. ,,Het gevoel
'is er niet meer mogelijk' bekruipt mij ook'', zegt zij vandaag in een
vraaggesprek met het Algemeen Dagblad. De minister ziet liever
verhoging van de straf voor het lidmaatschap van criminele organisaties
dan een hogere strafmaat voor de handel in hasj, omdat dit laatste het
gedoogbeleid in gevaar kan brengen. De minister ziet het als een
probleem dat er 'gedoogd' wordt aan de voordeur van coffeeshops terwijl
aan de leveranciers aan de achterdeur zwaardere straffen zouden worden
opgelegd.

Het OM klaagde begin deze week in het proces van Johan V. alias 'de
Hakkelaar' dat de strafmaat voor jarenlange handel in hasj te laag is
(maximaal vier jaar). Sorgdrager wil bekijken of de strafmaat voor leden
van een criminele organisatie (artikel 140) niet verhoogd kan worden (nu
maximaal vijf jaar). Zij denkt ook aan artikel 57 van het wetboek van
strafrecht over meerdaadse samenloop van strafbare feiten, waardoor de
rechter de strafmaat kan verhogen.

De minister hoopt met nieuwe voorstellen voor het
gebruik van opsporingsmethoden meer greep te krijgen op criminele
organisaties. Zij wil dat er meer mogelijkheden komen voor de politie in
de strijd tegen de georganiseerde misdaad, maar die acties moeten goed
getoetst en vastgelegd worden. Vandaag heeft zij haar
wetsvoorstel 'Bijzondere opsporingsbevoegdheden' voor advies naar de
Nederlandse Vereniging van Rechtspraak, het openbaar ministerie, de
Nederlandse Orde van Advocaten en de politie gestuurd.

Dit jaar zou de betere toepassing van opsporingsmethoden al in werking
moeten treden. Deze methodes, zoals observatie, infiltratie, pseudokoop,
informanten, inkijken en het direct afluisteren zullen niet alleen
worden toegepast als er een verdenking is van een strafbaar feit, maar
ook als er een verdenking is dat in georganiseerd verband misdrijven
worden gepleegd of beraamd. Dit is volgens het ministerie van belang
voor het onderzoek naar de georganiseerde misdaad.

Sorgdrager is van mening dat de georganiseerde criminaliteit zich
onderscheidt van de traditionale misdaad doordat op stelselmatige wijze
misdaden worden gepleegd die veelal verborgen blijven. De politie kan
niet wachten totdat er een aangifte binnenkomt.











