Verduin geeft gewoon even gas in Ankeveen
Door onze redacteur WARD OP DEN BROUW 
ANKEVEEN, 31 DEC. Als vliegen op
de stroop storten tientallen mensen zich op De eerste vraag aan de
kersverse winnaar is van een ontwapenende eenvoud: ,,Hoe ging het?'' Het
antwoord van bij staat alsof hij nog moet beginnen, brengt allesbehalve
een schok in de massa te weeg: ,,Goed.''
Volkomen hopeloos leek de soloactie van de kleine Bert Verduin (1,72
meter) en met zijn twee meter de langste man onder de
marathonschaatsers. Met nog zeventig kilometer voor de boeg kon Jan Eise
Kromkamp hun hoge tempo over de besneeuwde Ankeveense Plassen niet meer
bijhouden, waardoor de twee bloemenkwekers alleen aan kop gingen. Tot
ieders verrassing reden nummer 22 uit Heemskerk (Verduin) en nummer 6
uit Leiderdorp (Borst) door verdeeldheid bij de achtervolgers met z'n
tweeeuml;n de lange weg naar de eindstreep. Verduin,
die tot een halve ronde voor het einde al het kopwerk deed, zag zijn
tomeloze werklust met het kampioenschap beloond.
Doordat Henk Angenent uit Woubrugge als derde eindigde, stonden er
gisteren in Ankeveen louter Hollanders op het podium. De eerste
noorderling in de eindklassering was Lammert Huitema uit Roden, op de
vijfde plaats. Met name Erik Hulzebosch, die zondag in Giethoorn de
eerste klassieker op natuurijs won, stelde teleur. Vlak voor het
titelgevecht temperde hij de verwachtingen. ,,Ik heb de hele nacht niet
geslapen, ze maken me de kop gek.'' De combinatie van de elfstedenkoorts
en de eerste plaats in Giethoorn drukte Hulzebosch een beetje prematuur
in de rol van favoriet voor de zege in de vijftiende Elfstedentocht.
Rap laverend tussen rietkragen brak Borst al vroeg de wedstrijd open.
Hij ging ervan uit dat een van zijn ploeggenoten, Lammert Huitema of
titelverdediger Yep Kramer, zich weer in de kopgroep zou nestelen om het
karwei af te maken. Al snel voegden Verduin en Kromkamp zich bij Borst, maar van
 Huitema en Kramer werd nooit meer iets
vernomen. De vijf achtervolgers - Angenent, Huitema, Pieterse,
Ruitenberg en Stam - hadden geen gezamenlijk belang om de koplopers
terug te halen. Dus bleef het verschil schommelen tussen de anderhalve
en tweeeuml;nhalve minuut en werd niet &eacute;&eacute;n keer een
serieuze aanval gelanceerd op Borst, Verduin en Kromkamp. De laatste
moest zich al snel gewonnen geven. Het tempo van de bloemenkwekers lag
te hoog voor de Friese rechercheur.
,,Mijn wereld stortte in'', zei Angenent achteraf over het moment waarop
hij zijn teruggevallen ploeggenoot Kromkamp in het vizier kreeg. Omdat
Kromkamp in de kopgroep zat, had Angenent er geen belang bij de jacht op
de koplopers te openen. Huitema en Pieterse, ploeggenoten van
respectievelijk Borst en Verduin, hadden evenmin belang bij een hoog
tempo.
Met de terugval van Kromkamp waren de rollen voor Angenent omgedraaid en
schaarde hij zich in het kamp van Reneacute; Ruitenberg en Arnold Stam, die wel 
naar voren wilden. Angenent: ,,Ren&eacute;
zat heel slecht, Arnold was heel sterk en ik zat er tussenin. We wisten
al snel dat het verloren was.'' Angenent koesterde nog stilletjes de
hoop dat Verduin zijn leidende rol door een val of vermoeidheid zou
moeten opgeven, maar die hoop bleek ijdel. Verduin en Borst konden
moeiteloos hun riante voorsprong behouden.
Aan kop speelde zich hetzelfde tafereel af als 's ochtends bij de
vrouwen. Daar had Jenita Smit zich de laatste ronden uit de wind laten
houden door Klasina Seinstra. Smit nam de kop pas op het laatste rechte
stuk over en sprintte naar de titel. Ook Borst schaatste voortdurend
achter Verduin aan. ,,Na vijf rondjes kwam ik erachter dat ik mezelf aan
het slopen was. Of ik nou voor of achter reed, door m'n lengte maakte
dat niet uit'', zei Borst na afloop. Dus ging hij achteraan rijden.
Tevergeefs verwachtte Borst dat Verduin de moed zou opgeven toen hij
liet weten geen kopwerk meer te doen. Het kon Verduin niet deren. Hij
hield het tempo met verbazingwekkend gemak hoog, de
achtervolgers deden allang geen pogingen meer om dichterbij te komen.
Een paar honderd meter voor de eindstreep kreeg Borst er een
tegenstander bij: kramp. Hij maakte een paar misslagen en Verduin kon
zonder tegenstand naar de finish sprinten. 's Ochtends, op de rollenbank
en bij het inlopen met zijn ploegmaten, had Verduin zich al beresterk
gevoeld. Het is Verduin-ijs, hadden ze voor de wedstrijd tegen
hem gezegd; een beetje zacht, met veel scheuren en vol oneffenheden. Die
omstandigheden waren in het voordeel van ,,het lichte mannetje'',
zoals ploegleider Richard van Kempen hem typeert.
De voormalige marathonschaatser was zeer te spreken over de winnaar, die
hij nooit hoeft aan te sporen. ,,Je moet hem eerder afremmen dan
motiveren'', aldus Van Kempen. ,,Als ze dichterbij kwamen'', vertelt
Verduin over het achtervolgende groepje, ,,dan gaf ik weer even gas. Tot
mijn eigen verbazing kon ik blijven doorgaan. Vandaag kon ik alles.''
