Erekwestie in de Hel van Deurne
Door onze redacteur HANS KLIPPUS 
HOOFDDORP, 14 DEC. Vroeger stond het
hele land op stelten voor een interland tussen Nederland en Belgieuml;.
,,Het was een erekwestie'', vertelt Cor van der Hart. ,,Die wedstrijd
mocht je niet verliezen. Iedereen had het erover, het stadion puilde
altijd uit. Heerlijke ontmoetingen waren het. Ik voelde me altijd lekker
op het veld, maar de Belgen lagen me als tegenstanders wel heel erg
goed.''
De thuiswedstrijden werden in de tijd van Van der Hart afwisselend in
Amsterdam en Rotterdam gespeeld, in Belgieuml; was altijd de Antwerpse
Bosuil, de beruchte Hel van Deurne, de plaats van handeling.
,,Dan verzamelden we op vrijdag in Breda, sliepen daar in een hotel en
vertrokken de volgende dag naar Antwerpen. De sfeer was geweldig. We
vonden het fantastisch om een interland te spelen. Er werd nooit
geklaagd. Een reserve was een reserve. De trainer was de baas.''
Met Van der Hart als aanvoerder boekte Oranje in 1958 met 7-2 de
grootste uitzege op de Belgen eacute;n in '59 in Rotterdam met 9-1 de
grootste overwinning aller tijden. ,,Ik had nog geen bal aangeraakt en
het stond al 2-0'', herinnert Van der Hart zich die gedenkwaardige
oktober-zondag in De Kuip. ,,Ook Wilkes was nog niet in beeld geweest.
Nu ga ik beginnen, zei hij tegen me. Even later stond het 6-0, Faas
maakte er drie.''
Toen Klaassens en Van der Kuil voor 8-0 en 9-0 hadden gezorgd, riepen de
63.000 toeschouwers tien, tien, tien. ,,En daar hield ik niet
van, hegrave;'', zegt Van der Hart. ,,Waarom moet je een tegenstander
met 10-0 vernederen? Dat is te veel van het goede. Ik heb na die 9-0
tegen mijn medespelers gezegd: laat ze er nu maar even doorkomen.
We tippelden simpel in een schijnbeweging en de Belgen scoorden 9-1. Zij hadden 
een verjongd elftal opgesteld en dat liep
dus faliekant verkeerd af.''
Zijn meest memorabele interland tegen Belgieuml; speelde Van der Hart
in 1956 in Antwerpen. Nederland won met 1-0 en hij was de grote
uitblinker. Belgieuml;-Van der Hart 0-1, kopten de kranten de
volgende dag. ,,Ik had niet eens door dat ik zoacute; goed had
gespeeld. Ja, het ging wel lekker. Maar na afloop bij het officieuml;le
banket moest ik gaan staan en en werd ik speciaal toegesproken door de
voorzitter van de Belgische voetbalbond.''
En dat terwijl het er lang naar had uitgezien dat Van der Hart niet eens
kon spelen. ,,Ik had een competitiewedstrijd een tik tegen mijn knie
gekregen. Ik liep mank en trainde in de week voor de interland ook niet.
Op de wedstrijddag ben ik samen met Max Merkel, de bondscoach, eerder
naar het stadion gegaan om te kijken of het ging. Daar vroeg Merkel of
ik eerst nog even een kop koffie wilde drinken. Later op het veld liep
ik ineens heel soepel. Ik voelde geen pijn meer, niks!
Achteraf vraag je je dan af of dat niet met die koffie te maken heeft
gehad. Zal hij er wat in hebben geflikkerd? De nacht na de wedstrijd kon
ik maar niet in slaap komen. Die Merkel was een gisse jongen, hoor.''
Van der Hart werd in zijn interlandcarrieacute;re omringd door
topspelers als De Munck, Kuys, Lenstra, Moulijn en Wilkes. ,,Er werd
gevoetbald, jongen. De individuele klasse was groot. Dat had ook invloed
op de spelers van Belgieuml;.'' Toch leed Van der Hart ook zeer
regelmatig een nederlaag met Oranje, onder meer met liefst 7-0 in Keulen
tegen Duitsland. Tegen de Belgen ging het steeds goed. Slechts
eacute;&eacute;n keer werd in die periode een derby verloren, in 1960
met 2-1. Maar toen was uitgerekend Van der Hart niet van de partij.
,,Elek Schwartz, onze coach, vond me wat langzamer worden en passeerde
me. Dat mag van mij. Maar prompt verloren ze. Dus toen kwam ik weer
terug.''
Cor van der Hart was een echte leider in het veld. Hij
had een goed inzicht en kon goed schieten en koppen. Als jonge speler
van Ajax werd hij al in 1947 voor het eerst voor de centrale training
van Oranje opgeroepen. Toch speelde hij pas op 27-jarige leeftijd de
eerste van zijn 44 interlands. Dat kwam omdat hij als prof bij het
Franse Lille vier jaar lang niet voor de nationale ploeg mocht spelen.
De beroemde Watersnoodwedstrijd van 12 maart 1953 zorgde volgens Van der
Hart voor de ommekeer. Een elftal van Nederlandse profs won in het Parc
des Princes in Parijs met 2-1 van Frankrijk. ,,We waren met een stel
jongens dat nog nooit samen had gespeeld'', vertelt Van der Hart.
,,Sommigen moesten zelfs op voor hun vreemde posities spelen.
Okeacute;, we hadden wat geluk in het begin, De Munck ramde er heel wat
uit. Maar we wonnen wel. Er zaten 10.000 Nederlanders op de tribune. Die
zagen wat voor een goede spelers we hadden. Appel, Rijvers, Timmermans,
De Harder. De ogen gingen open. En Wilkes deed nog niet eens mee. Hij
kreeg geen vrij van zijn Italiaanse club.''
Niet lang daarna deed ook in Nederland het profvoetbal zijn intrede. Van
der Hart werd ingelijfd door het Limburgse Fortuna'54. De KNVB betaalde
mee aan de transfersom van 280.000 gulden die aan Lille moest worden
betaald. Bij Fortuna verdiende de verdediger zo'n 20.000 gulden bruto
per jaar. ,,Daar kon je goed van leven. We reisden met Fortuna heel
Europa door om te spelen. We waren veel gevraagd. Zo speelden zes jaar
lang in Bernabeu tegen het grote Real Madrid. We kregen vijftig gulden
premie voor zo'n oefenpartij. Dat was echt kattepis. Daar hadden we
tegen in opstand moeten komen. Ik zag bij toeval eens een briefje van
onze manager Adriaanse. Daar stond op dat hij 25.000 gulden voor een
wedstrijd had gekregen. Reken maar uit wat de club er aan verdiende.''
Bij Oranje kreeg Van der Hart per wedstrijd een premie van honderd
gulden. Later werd dat opgetrokken naar 250 gulden. ,,We waren echte
liefhebbers, geen geldduivels'', zegt Van der Hart, die na zijn actieve
loopbaan trainer werd en onder meer een jaar als bondscoach werkzaam
was. ,,De tijden zijn veranderd. Ik vind de bedragen die er nu worden
verdiend weleens wat overdreven. Een ton voor het bereiken van de
kwartfinale van de Champions League. Maar dat kan ik beter niet zeggen.
Anders denken ze dat die ouwe lul nog jaloers is ook.''
