

Sportwereld richt noodkreet tot politiek






Door onze redacteur HANS KLIPPUS 


PAPENDAL, 6 NOV. Nederland beleefde in
Atlanta een glorieuze olympische sportzomer, maar het was beter geweest
als er geen medailles waren behaald. Met deze boude bewering gaf
NOC*NSF-voorzitter Wouter Huibregtsen gisteren uiting aan zijn onvrede
over de geringe bemoeienis van de Nederlandse politiek met de sport.
,,Het is een ten hemel schreiend schandaal'', zei hij gisteravond op de
algemene ledenvergadering van NOC*NSF.


Volgens de voorzitter van de sportkoepel geven de negentien medailles
van Atlanta ten onrechte de indruk dat het goed gaat met de Nederlandse
sport. Veel bonden en verenigingen zouden in problemen verkeren. ,,De
sportpiramide staat op wankelen. We gaan de kritieke fase in'', stelde
Huibregtsen vast. Hij wijst op Groot-Brittannieuml; dat tien medailles
minder won dan Nederland en waar de sport na de tegenvallende prestaties
in Atlanta een flinke financieuml;le injectie kreeg. ,,John Major heeft
zich er persoonlijk mee bemoeid.'' In Nederland wordt de
overheidsbijdrage voor de sport volgend jaar met anderhalf miljoen
gulden verminderd.

Huibregtsen kreeg gisteren veel steun uit de zaal. Voorzitter Van
Zwieten van de volleybalbond vergeleek de Nederlandse sport met ,,een
schitterende etalage, maar binnen doet de roltrap het niet en is de lift
buiten werking''. Hij noemde staatssecretaris Erica Terpstra een
boegbeeld in die etalage en richtte het woord tot kroonprins Willem
Alexander die als beschermheer van de sportkoepel de hele vergadering
geiuml;nteresseerd achter de bestuurstafel zat. ,,Als zij tussen ons in
zit, dan is uw linkerbeen en mijn rechterbeen blauw.''

De enthousiaste Terpstra laat bij sportwedstrijden regelmatig haar
gezicht zien. Maar gisteravond ontbrak de staatssecretaris op Papendal
en kon zij zich niet verweren tegen de kritiek dat de overheid de sport
links laat liggen. Nog voordat chef de mission Andreacute; Bolhuis zijn
olympische succesverhaal kwam vertellen, werd door de vergadering in
ijltempo een resolutie aangenomen. Daarin wordt een beroep gedaan op de
overheid en de politieke partijen om ,,volledige'' steun te geven aan de
georganiseerde sport en de vele functies van de sport ,,werkelijk'' te
erkennen.

De in de resolutie gebruikte taal is veel milder van toon dan de
uitspraken die Huibregtsen en een aantal bondsvoorzitters op Papendal
deden. Huibregtsen spreekt van ,,een pluriform proces''. Voorlopig wordt
er ook niet gedacht aan een hardere actie, zoals bijvoorbeeld het
stilleggen van de totale sport in Nederland gedurende een weekeinde.
Huibregtsen: ,,We willen opbouwend bezig zijn. Daarom is er bij mij een
flinke aarzeling om met een afbraakactie te komen. Dan zouden we onze
eigen principes bestrijden.''

Het is niet de eerste keer dat de sportwereld een noodkreet naar de
politiek laat horen. Toch heeft Huibregtsen deze keer goede hoop op
,,een serieuze Kamerdiscussie''. ,,Ik heb positieve signalen gekregen en
denk dat de tijd er rijp voor is.'' De NOC*NSF-voorzitter stond vorige
week op de stoep bij de fractievoorzitters van de drie grote politieke
partijen en sprak met hen over de maatschappelijke betekenis van de
sport.

Vooral de terugloop van het aantal leden bij de sportbonden heeft tot
veel bezorgdheid geleid. Daarvan is zelfs sprake in takken van sport
waarin Nederland in Atlanta zeer succesvol was, zoals hockey en
volleybal. Voorzitter Cornelis van de hockeybond (goud en brons): ,,Ook
bij de KNHB kiest de jeugd voor andere activiteiten. Er hebben zich al
elftallen uit de competitie moeten terugtrekken.''

Huibregtsen sprak in zijn betoog over twaalfjarige kinderen die
,,duizenden mogelijkheden'' hebben om hun tijd te besteden. ,,Hoe kunnen
wij ze nou op weg helpen om voor de sport te kiezen?''

Ook de basketbalbond kampt met een terugval van het ledental van tien
procent. Voorzitter F. Brink stelde dat de sportbestuurders en de bonden
ook naar zichzelf moeten kijken en beter hun best moeten doen om
twijfelaars - ,,zwervende en zwevende leden'' - aan zich te binden. Een
groot probleem is dat er, mede door het geldgebrek, in de Nederlandse
sport te weinig professioneel kader voorhanden is. ,,We vragen te veel
van de vrijwilligers. Zo kan het niet langer'', concludeerde Cornelis.
,,We leven tussen hoop en vrees'', aldus Huibregtsen.










