Gele trui geeft Riis de vleugels van een winnaar
Door onze redacteur JAAP BLOEMBERGEN 
TULLE, 15 JULI. De regen en de
koude zijn verdreven, maar de vorm van Miguel Indurain is nog lang niet
op het vereiste niveau. In voor hem ideale weersomstandigheden, het was
ruim dertig graden, moest de trotse Spanjaard zijn meerdere erkennen in
een hooghartige Deen. Bjarne Riis is ongevoelig voor de
weersomstandigheden. Hij draagt de gele trui met verve. Ik ben gewoon de
sterkste, zegt hij elke dag opnieuw.
Twee grootheden op een fiets, twee lange lijven temidden van het kleine
gepeupel. In de gele trui zijn ze bijna elkaars evenbeeld, kennen ze het
superieure gevoel van de leider die alles en iedereen naar zijn hand kan
zetten. In hun eigen sponsorshirt missen ze uitstraling. Riis leek vorig
jaar nog een dommekracht op wielen. Indurain gedraagt zich dezer dagen
als een onzekere oude man. De rollen zijn omgedraaid en het is maar de
vraag of ze weer op hun oude plaats terechtkomen. Morgen en overmorgen
mag Indurain proberen zijn ruime achterstand tot een minimum te
verkleinen. Dan kan hij vervolgens in de lange tijdrit bij Bordeaux de
benodigde seconden bijeen sprokkelen. In de Pyreneeeuml;n heeft hij
zich altijd thuisgevoeld. De Aubisque en de Marie Blanque kent hij op
zijn duimpje, de Spaanse cols behoren tot zijn oefenprogramma. De
enthousiaste Spaanse menigte moet hem op weg naar Pamplona over een
drempel helpen die tot nu toe veel te hoog is gebleken.
Riis groeide op in Jutland, waar het landschap nog het meest aan Limburg
doet denken. De laatste jaren woont hij in Luxemburg, ook al geen
terrein voor een geboren berggeit. Riis is een allrounder van het
zuiverste water. Een krachtmens die zich met de jaren sterker is gaan
voelen. Voor de Tour werden zijn hoge verwachtingen als grootspraak
bestempeld. Na twee weken heeft hij het gelijk aan zijn zijde. Sommige
wielerliefhebbers hebben gebeden om een wisseling van de wacht. Ze
vonden Indurain een saaie coureur die als een rekenaar te werk ging. Ze
vergaten dat de wielersport is geeuml;volueerd tot een afvalrace. Het
verhaal van de tien kleine negertjes geldt bij uitstek voor de moderne
Tour de France. De enige renners die nog wel eens een drieste
aanvalspoging wagen, zijn ongevaarlijk voor het klassement. De
concurrenten durven zichzelf niet op te blazen. Ze klampen zich vast aan
de gele trui. In de hoop dat de nieuwe patron op een dag door het ijs
zakt. Indurains rivalen hebben hem zelden of nooit op een jour
sans kunnen betrappen.
 Hij was de regelmaat zelve en liet zich niet verleiden tot een
onverantwoord avontuur. De rivalen van Riis putten moed uit diens
karakter. Hij wil zich nog wel eens overschatten, zeggen Deense
journalisten die hem al jaren van dichtbij volgen. Riis heeft veel
ervaring, maar niet de ervaring van een kampioen. Smijt hij niet te veel
met zijn krachten, vragen veel volgers zich de laatste dagen af.
Afgelopen weekeinde dicteerde Riis het peloton zoals Indurain dat de
afgelopen vijf jaar heeft gedaan. Wie de maillot jaune om de
schouders heeft, krijgt de vleugels van een winnaar. Sommige leiders
gaan bluffen, zoals Riis gisteren ten overvloede demonstreerde. Hij
profiteerde in het begin van de etappe van Indurains onoplettendheid en
leidde een kopgroep van dertien man. Hij reed zelfs even met de
ellebogen op zijn stuur. Na afloop kon hij zich het voorval niet meer
herinneren. De vluchtpoging was een speldenprik misschien, maar wel
eentje met een mentale lading. Indurain moest op zijn tanden bijten,
Riis lachte in zijn vuistje. Het spel der kampioenen, schitterend om
naar te kijken.
De Deen vertoont inderdaad trekjes die de Spanjaard nooit heeft laten
zien. Riis valt vaker aan en kijkt soms hooghartig achterom. Hij is niet
de koele rekenmachine die zijn tegenstanders het vuile werk laat
opknappen. Hij mist ook de prachtige uitstraling van Indurain, hij mist
het zuidelijke bloed dat een wielrenner met charisma door de aderen
voelt lopen. Op het eerste gezicht lijkt Riis meer op Zoetemelk,
Indurain is in veel opzichten de opvolger van Hinault.
De boerenzoon uit Navarra wordt morgen 32, de winkelierszoon uit Herning
is een paar maanden ouder. Zijn kalende voorhoofd geeft een vertekend
beeld, zijn soepele lichaam heeft nog niet aan kracht ingeboet.
Vergeleken met Riis lijken Indurains spieren strammer. De gele trui is
voor de Spaanse maestro nooit een last geweest, maar na vijf jaar merkt
hij dat een wielrenner niet het eeuwige leven heeft. Op Spaans
grondgebied zal hij overmorgen het tegendeel willen bewijzen.
