

Het beste lijf en het beste materiaal






Door onze redacteur Jaap Bloembergen


Bjarne Riis neemt plaats op de achterbank van de ploegleiderswagen. Hij
eet een appel en kijkt verveeld naar buiten, waar enkele tientallen
Franse kinderen vergeefs om een handtekening vragen. Zijn ploeggenoot
Jan Ullrich wil naast hem zitten. De verslaggever verhuist noodgedwongen
naar de voorbank. Chauffeur en ploegleider Walter Godefroot is onbedoeld
behulpzamer. Hij kan de weg niet vinden naar het rennershotel. De
geplande spreektijd van een half uur loopt een paar minuten uit.


Riis heeft zojuist een wandeletappe in de Midi Libre gefietst. Hij is
niet vermoeid, maar dat is nog geen reden voor een goed humeur. Pas
wanneer een bevriende Deense journalist, die telefonisch informeert naar
zijn gezondheid, een goede bekende blijkt te zijn van de buitenlandse
vragensteller, toont hij zich een beetje openhartig. ,,Jullie begrijpen
niet wat mij sinds vorig jaar is overkomen. Ik word gek van al die
aandacht. In Denemarken kan ik me sowieso niet meer in het openbaar
vertonen. In Luxemburg gaat het nog, maar hier in Frankrijk wordt het al
weer knap vervelend.''

Dezelfde verveling toonde hij afgelopen donderdag op een persconferentie
in Rouen. In een grote vergaderzaal van het provinciehuis geeft Riis
plichtmatig antwoord op vragen van journalisten. Hij spreekt
zeven talen vloeiend, maar in geen enkele taal komt hij met verrassende
uitspraken. De Adelaar uit Herning, zoals zijn bijnaam luidt,
verloochent zijn afkomst niet. Herning ligt in Jutland en Jutland staat
bekend om zijn introverte bevolking. ,,Wij zijn geen grote
feestvierders. Daarvoor moet je naar Kopenhagen'', zegt hij met een
onbewogen gezicht.

De 33-jarige Riis was gewend in de schaduw van de kampioenen te rijden.
Tot vorig jaar was hij altijd en overal aanspreekbaar, hij werd immers
niet zo vaak lastig gevallen. Hij was een keer vijfde en een keer derde
geworden in de Tour. Hij was al langer een bekendheid in Denemarken,
waar de wielersport dankzij Riis en zijn generatiegenoten aan
populariteit heeft gewonnen. Hij woont sinds 1984 in Luxemburg. In de
schaduw van de Ardennen, ver weg van de dolle Franse wielertaferelen.

,,Ik heb geen gelegenheid om een ander mens te worden. Wielrennen kost
te veel tijd om over je leven na te denken. Als ik thuis ben, heb ik
hooguit twee dagen vrij. Je opent je koffer en kan hem al bijna weer
dichtdoen. In Denemarken zou ik veel minder rust hebben. Ik kom er een
paar keer per jaar. Met kerstmis en met de kermiskoersen na de Tour. Dan
is het eacute;&eacute;n groot wielerfeest. Denen kunnen heel fanatiek
zijn. Kijk maar naar de voetbalfeesten die we hebben gevierd.''

Het gesprek in de auto heeft een maand voor de Tourstart plaats
gevonden, een maand ook na zijn schitterende overwinning in de Amstel
Goldrace. Was hij dit seizoen niet te vroeg in vorm, verwacht hij de
vorm te kunnen vasthouden tot de maand augustus? ,,Je weet nooit hoe de
vorm gaat uitpakken. Vorig jaar reed ik ook goed in het voorjaar. Alleen
heb ik toen geen koers gewonnen en daar word je nu eenmaal op
beoordeeld. Dit jaar had ik meer geluk. Een overwinning is altijd goed
voor het moreel. Het kan geen kwaad de concurrentie vroegtijdig wakker
te schudden. Ze zijn alvast gewaarschuwd.''

Vorig jaar maakte hij indruk met zijn aanvallende rijstijl. De theorie
dat de grote kampioenen alleen berekenend kunnen
koersen, heeft hij in drie weken tijd geheel ontzenuwd. Elke
vergelijking met zijn voorganger Miguel Indurain leidt tot irritatie.
,,Ik ben geen Indurain, begrepen? Waarom zou ik net moeten rijden als
hij altijd deed? Wat niet wil zeggen dat hij het verkeerd heeft gedaan.
Als je vijf keer op rij hebt gewonnen, heb je het blijkbaar goed gedaan.
Jalabert rijdt het hele jaar aanvallend, tot onbegrip van alle volgers.
Maar wie ben ik om te zeggen dat hij onverstandig bezig is?

,,De manier waarop ik vorig jaar heb gewonnen is over het algemeen
deacute; manier om de Tour te winnen. Als je de sterkste bent, moet je aanvallen
. Dat heb ik geleerd van Laurent Fignon,
die zelf een keer verloren heeft omdat hij te weinig had aangevallen.
Daardoor kon Greg Lemond hem op de laatste dag uit de gele trui rijden.
Zoiets mocht mij niet overkomen. Ik heb van Fignons fouten geleerd.

,,Als je de Tour wilt winnen moet je ook je hoofd gebruiken. In elke
bergetappe moet je op belangrijke momenten belangrijke beslissingen
nemen. Kracht alleen is niet voldoende. Ik was vorig jaar de sterkste
van iedereen, reed ook met de zwaarste versnelling omhoog. Maar ervaring
en koersinzicht zijn misschien nog wel belangrijker. Je weet niet voor
honderd procent zeker hoe je moet gaan rijden. Je
maakt van tevoren een strategie, die je in de koers vaak moet wijzigen.
Er zijn onderweg te veel onverwachte momenten.''

Bjarne Riis is bezeten van zijn materiaal. Als semi-professional werkte
hij in Luxemburg part-time in een garage. Sleutelen is zijn tweede
natuur. Tijdens de Tour voert hij lange gesprekken met de mecaniciens,
die hem lang niet altijd begrijpen. Gistermiddag was hij in Rouen druk
bezig zijn nieuwe fiets voor de tijdrit te testen. Volgens
assistent-ploegleider Rudy Pevenage legt hij als enige renner van
Telekom tien millibar druk op zijn banden. Riis neemt veel risico, omdat
hij zijn materiaal goed aanvoelt. Hij noemt zichzelf
een perfectionist.

,,Ik kan uren praten over de fiets en alle onderdelen. Het hoort bij
mijn werk. Om de beste renner te zijn moet je het beste lijf en het
beste materiaal hebben. Bij de beklimming van de Hautacam heb ik vorig
jaar van fiets gewisseld, dat was een bewuste keuze. Toen ik die rit
won, werd dat in verband gebracht met de nieuwe fiets. Onzin natuurlijk,
ik had evengoed kunnen verliezen. Maar die fiets is wel belangrijk voor
mijn moreel. Je moet er honderd procent op kunnen vertrouwen.''

Riis heeft vorige week bevestigd wat hij een maand geleden in de auto
nog betwijfelde. Vanaf 1999 rijdt hij voor een nieuwe Deense profploeg.
Jack and Jones is een kledingfirma, de wielrenners worden begeleid door
Alex Pedersen, een vriend en voormalig ploeggenoot van Riis. ,,Voor een
beginnende ploeg zijn ze heel goed bezig. Ze hebben al een paar Belgen
en een paar Duitsers op het oog. Die hebben toch meer ervaring in de
wielersport. Ik rijd de eerste twee seizoenen niet mee, maar ik sta wel
achter de organisatie. Ik probeer Pedersen waar mogelijk te helpen en
een goed woordje voor hem te doen. Als Tourwinnaar wordt er goed naar me
geluisterd.

,,Zolang ik rijd wil ik in een goed team rijden, geen lachertje zijn.
Een nieuwe ploeg heeft vele jaren nodig voordat alles perfect is. Dat
zie je ook aan Telekom. Het heeft jaren geduurd voordat Godefroot de
zaken op een rijtje had. Je moet in elke ploeg een goede mix vinden.
Zonder Belgische ploegleiders zouden we nooit zo sterk zijn. Vind maar
eens een ploegleider uit Denemarken of Duitsland met dezelfde ervaring
als Godefroot en Pevenage. Kennis pik je niet zomaar van de straat op.

,,Achteraf is het jammer dat ik nooit eerder bij Godefroot heb gereden.
Ik heb toch een paar mooie wielerjaren verkwanseld in Italieuml;. Veel
geleerd, maar minder gewonnen dan ik had kunnen winnen. Toch ben ik
tevreden over mijn carriegrave;re. Van een knechtenrol leer je veel. Ik
weet precies hoe een knecht zich voelt. Daarom heb ik zoveel waardering
voor wat de jongens vorig jaar voor mij hebben gedaan. Daarom ben ik ook
bereid de sprint aan te trekken voor Zabel of Lombardi. Ik houd ervan
andere personen gelukkig te maken. Dat zit in mijn karakter opgesloten.

,,Natuurlijk heeft de Duitse boulevardpers schandalen willen
creeuml;ren bij Telekom, maar geloof mij: de sfeer bij ons is prima. We
hebben veel plezier in ons werk. Dat is ook noodzakelijk. Als er
eacute;&eacute;n renner loopt te zeuren, be&iuml;nvloedt hij de sfeer
in de hele ploeg. Er mogen geen rotte appels zijn. Wij gaan als vrienden
met elkaar om, hoewel we natuurlijk geen vrienden zijn. We leven niet
samen en zoeken elkaar 's winters nooit op. Dan ben ik blij die
gezichten een paar maanden niet te zien. Vergeet niet dat ik mijn
ploeggenoten vaker zie dan mijn vrouw.''

Riis kreeg na zijn Tourzege veel lucrateive aanbiedingen. Uiteindelijk
besloot hij niet voor het geld te kiezen. ,,Ik kan je vertellen dat ik
nog nooit voor geld heb gereden. Ook al krijg ik bij een andere ploeg
tweehonderdduizend mark meer, geld maakt niet gelukkig. Ik moet 'moraal'
hebben om elke dag te trainen. Ik moet natuurlijk geld achter de hand
hebben. Daarom doe ik pr-werkzaamheden voor Deense bedrijven. Ik zou gek
zijn als ik al dat geld liet lopen. Maar het geld mag nooit de grootste
drijfveer worden. Zonder plezier kun je geen koers uitrijden.''

Over twee jaar hoopt hij zijn loopbaan in Denemarken rustig af te
bouwen. Tot die tijd rekent hij zichzelf tot de wereldtop. ,,Ik voel me
nog helemaal niet oud, het lijkt wel of ik pas 25 ben. Als ik dit jaar
de Tour kan winnen, weet ik zeker dat ik hem volgend jaar ook kan
winnen. Maar misschien krijg ik opeens genoeg van al die aandacht en zet
ik de fiets van het ene op het andere moment aan de kant. Ik kan me niet
voorstellen dat ik achterin het peloton meerijd. Als ik het gevoel heb
de Tour niet meer te kunnen winnen, is het tijd om te stoppen. Dan heb
ik een zwaar wielerleven achter de rug.''









