Joelit is voor de Engelsen meer dan Kroiff
Door HIEKE JIPPES
LONDEN, 16 MEI. Op eacute;&eacute;n van de eerste dagen dat Ruud
Gullit, voetballer en denker, in Londen was komen wonen, reed hij 's
avonds in zijn eentje in zijn auto over Piccadilly, door Regent Street
en verder de stad door en dacht: ,,Ja, dit ligt me wel. Lekker relaxed.
Hier kan ik me wel thuisvoelen.''
Dat verhaal heeft in alle toonaarden in de Britse kranten gestaan. En
het werd weer opgehaald toen Gullit de Italiaanse international Gianluca
Vialli, die tenslotte overal kon spelen waar hij maar wilde, ervan wist
te overtuigen dat Chelsea de club voor hem was. Omdat Chelsea deel van
Londen is en Londen ,,een prima plek waar de mensen je niet voortdurend
lastig vallen'' als je erop uit bent een avond priveacute; je vertier
te zoeken.
Gullit mag dan Engeland van het begin af aan in een voorzichtige
omhelzing hebben genomen, omgekeerd drukt Engeland hem bijna dood van
verrukking. Met Kroiff en Ajax kan een Nederlander bijna in de
hele wereld op een vorm van communicatie rekenen, maar hier in Engeland
wordt hij met Joelit meteen een bijna-gelijke. Het traditionele
,,Where do you come from?'', dat ons Nederlanders ten deel valt
zodra we maar even onze mond in het Engels hebben opengedaan, wordt op
het antwoord ,,Holland'' negen van de tien keer begroet met:
,,Holland? Ah, Joelit.'' Zoals die keer dat de chauffeur van de
mini-cab ons op een gladde winteravond van het station naar ons dorp
vervoerde. ,,Gullit? U moet eens zien hoe ik Gullit...'' - hij begon aan
zijn trui en hemd te sjorren en bracht een oranje T-shirt tevoorschijn:
,,Dit is Gullit.'' De chauffeur probeerde zijn kleren nog verder omhoog
te trekken, maar verloor bijna de macht over het stuur. Of we dus maar
met zijn woord genoegen wilden nemen: een afbeelding van Gullit stond
eacute;n op zijn rug &eacute;n op zijn borst. ,,Gullit is the best
that has happened to Chelsea in a long time!'', zei hij nog.
Zelfs Engelsen die niets van voetbal weten volgen Gullit. Of ze willen
of niet.
Wanneer in de pauze van een interlandverslag de halve natie naar de
waterketel (tijd voor een cuppa) of naar het toilet snelt,
aanschouwt de andere helft in opperste bewondering de commentator Ruud
Gullit, die sportpresentator Des Lynam in onverholen
Nederlands-in-het-Engels-vertaald zijn visie op het spel geeft. Niemand
die over dat idioom valt: Gullit, wordt maar steeds in de pers herhaald,
spreekt z-e-v-e-n talen! (,,Zeven talen meer dan de meeste Engelse
voetballers.'') En dat niet alleen: hij leest wel eens een boek en geeft
daar ook blijk van. In een land waar men van voetbalhelden oerkreten en
primair gedrag gewend is - Paul Gazza Gascoigne wordt zelfs
vertederd het afranselen van zijn echtgenote vergeven - is Gullit met
zijn genuanceerde uitlatingen een wonder van kennis en beschaving.
De sportschrijver Jim White beweerde eerder deze maand in The
Guardian dat Gullit de katalysator is geweest in het
veranderingsproces dat Chelsea Footballclub van een bende
hooligans tot een club voor de fashion-conscious heeft
gemaakt. Dat deed hij door zich snel als leider te manifesteren, in het
spel en daarbuiten. Het verschil met Nederland was, dat het Chelsea-team
zich die dominantie wel liet aanleunen. Gullit had tenslotte en in
Nederland eacute;n in Itali&euml; al laten zien wat hij voor Chelsea
meebracht: de kwaliteiten van een briljant speler-zonder-kapsones en die
van een intelligent mens met bovendien gevoel voor humor. Alles wat het
Chelsea-team tot dat moment niet was. Zij het dat de club moet worden
nagegeven, dat ze altijd al kon rekenen op de warme steun van de
Conservatief David Mellor, ooit minister van cultuur onder John Major,
en daarom naar eigen inzicht oacute;&oacute;k een intellectueel.Mellor
verloor zijn baan nadat hij als family man aan de kaak was
gesteld in The Sun, die zijn affaire met een derderangs actrice
onthulde. Toen de krant vervolgens beweerde dat Mellor met haar
uitsluitend de liefde bedreef in zijn Chelsea-shirt, kon de minister
zich de daarop volgende zaterdag verheugen in een staande ovatie van de
Chelsea-aanhang. John Major zelf, een enkele maal Mellors gast op de
tribune, is sindsdien niet meer meegegaan. Maar mede door de
transformatie van Chelsea onder speler-manager Gullit scheppen nu
premier Tony Blair en middle class-figuren als de Labour-lievende
filmregisseur Richard Attenborough opeens behagen in datzelfde Chelsea.
Sinds het Amerikaanse weekblad Newsweek vorig jaar Londen tot de
place to be uitriep, hebben vele andere media datzelfde pad
betreden. Toen Vanity Fair enige tijd geleden op zijn beurt over
Londen juichte en de uitgaansscene prees, werd de aanwezigheid van Ruud
Gullit in dat uitgaansleven als een extra aanbeveling vermeld. Gullit
zelf wordt er niet zichtbaar anders van. Hij laat zich de adoratie
aanleunen, even kalm als de opwinding over de prestaties van Chelsea,
dat inmiddels dankzij de grote portemonnee van wijlen vice-voorzitter
Matthew Harding een team met spelers van wereldklasse is. Ruzie met
Vialli of geen ruzie met Vialli, manager Gullit legt gewoon uit dat het
goed voor spelers is om af en toe niet te worden opgesteld. Dat komt hun
motivatie ten goede. De Engelse pers likt het gretig op. Wat Gullit zegt
is welgezegd.
Het mooiste voorbeeld van klakkeloos opschrijven van de vermoede diepere
wijsheden van de beschaafde dreadlock stamt uit de periode waarin
een andere God van het Engelse voetbal, de Fransman Eric Cantona,
speculatie over zijn al te heftige temperament afdeed met een cryptische
uitspraak over vissen en zeemeeuwen. Cantona had toen net voor de
rechter moeten verschijnen vanwege een Kung Fu-schop naar een
toeschouwer, die Cantona's moeder zou hebben beledigd.Was het diezelfde
Jim White die toen Ruud Gullit interviewde? De Nederlander vertelde weer
eens hoe hogelijk hij het verblijf in Engeland waardeerde: de mensen, de
omgeving, het werk. De interviewer, lichtelijk geprikkeld, vroeg Gullit
waarom hij dan niet eerder het Kanaal was overgestoken, bijvoorbeeld
toen hij nog aan de top van zijn carriegrave;re stond. Zei Gullit: ,,Ja
zeg, als, als - als mijn grootmoeder een pikkie had gehad, was ze mijn
grootvader.'' En zo stond het ook, onbegrepen, maar letterlijk in de
krant. De meester, in al zijn wijsheid, had gesproken. Ruud Gullit:
,,If, if - if my grandmother had had a penis, she would have
been my grandfather''. 
