

Nooit meer Spelen zoals in Atlanta






Door Jaap Bloembergen en Hans Klippus 


Hij noemt zijn bestuurlijke sportloopbaan ,,een uit de hand gelopen hobby''. Hei
n Verbruggen, 55
jaar, is consultant van beroep, maar aan werken komt hij door zijn
sportbesognes nauwelijks meer toe. Hij heeft nooit uitgerekend hoeveel
uren hij er precies mee bezig is. ,,Veel, hou het daar maar op.''


Verbruggen is sinds een half jaar een van de 112 leden van het
Internationaal Olympisch Comiteacute;, het hoogste sportorgaan ter
wereld. Het is niet zo vreemd dat de almachtige voorzitter Juan Antonio
Samaranch zijn oog op hem heeft laten vallen. Verbruggen toonde zich als
wielerbestuurder een doortastend vernieuwer. Sinds zijn aanstelling als
kopman van de internationale wielerunie (UCI) in 1991 heeft hij zijn
sport een facelift gegeven. De marketing-deskundige, die zelf alleen als
recreant fietste, introduceerde onder meer een financieel lucratief
puntenklassement voor de wereldbeker, die voor meer strijd en minder
afspraken zorgde. ,,Een kopgroep vooruit, even lullen op twintig
kilometer voor de streep en wie biedt er het meeste'', zoals Verbruggen
het zelf zegt, daacute;t kon en mocht niet meer.

Verbruggen is trots op de veranderingen die heeft doorgevoerd. ,,Maar
'trots' is een woord dat je in Nederland niet mag gebruiken. Daarom is
'voldoening' een betere uitdrukking.'' Hij was deze maand even terug in
zijn geboorteplaats Helmond - onder meer om met twee zoons carnaval te
vieren. ,,Mijn broer vertelde me dat hij nog een videoband had van onze
vorig jaar overleden vader. Er stond op: Hein. Het ging om een
interview van mij met de BRT. Dat moet in '89 of '90 zijn geweest. Ik
was nog voorzitter van de FICP, de profsectie. Wat ik toen zei dat er
moest gebeuren, is ook gebeurd. Leuk.''

Verbruggen heeft tot dusverre minder resultaat geboekt met het
dopingvraagstuk. De UCI-voorzitter heeft het gevaar van doping in de
wielersport lange tijd min of meer gebagatelliseerd. Hij was en is van
mening dat het verboden slikken en spuiten een gemeenschappelijk
probleem is en niet specifiek een probleem voor wielrenners. In eerdere
interviews noemde hij doping allemaal voodoo. ,,Er is nooit
bewezen dat doping helpt'', legt hij uit. ,,Ik heb zelf meegedaan aan
testen. Ik ben ervan overtuigd dat doping in het wegwielrennen fysiek
gesproken absoluut onbelangrijk is. Waarom? Je zit zes, zeven uur op de
fiets. Er spelen zo veel factoren mee: de vorm van de dag, loopt het met
de ploeg, heb je 's morgens geen problemen met je vrouw gehad, is je
kind niet ziek. En dan zou net dat ene pilletje beslissend zijn?''

Door het gebruik van EPO heeft Verbruggen zijn mening moeten bijstellen.
EPO staat voor erythropoiuml;etine, een eiwithormoon dat wielrenners
met een injectienaald in het lichaam brengen. EPO maakt meer rode
bloedlichaampjes aan en dat zorgt voor meer zuurstof. Het heeft een
prestatieverhogende werking. ,,Dat is geen voodoo meer'', erkent
Verbruggen.  ,,De dopingstrijd valt niet te winnen. Als we straks EPO
via controle kunnen ontdekken, stappen de renners gewoon over op het
volgend produkt. Op den duur zal de wetenschap produkten leveren die
niet meer te ontdekken zijn. Het dopingprobleem is net zo groot als
twintig jaar geleden. Dat lost zich niet op.De realiteit is dat we heel
veel controles uitvoeren en maar 1 procent van de sporters betrappen.
Bovendien zijn er beslist meer atleten die gebruiken.''

Verbruggen neigt derhalve naar een andere, opvallende benadering van de
dopingproblematiek. ,,Moeten we eigenlijk niet dingen
toestaan zolang het geen kwaad kan voor de gezondheid? Ik zeg het met de
nodige voorzichtigheid en ik zeg ook niet dat ik er voor honderd procent
achter sta. Maar ik begin die stemmen steeds meer te horen. Het is
misschien de oplossing.''

Gezondheidscontroles zijn onder anderen een idee van de Geleense arts
Lon Schattenberg, lid van de anti-dopingcommissie van de UCI. ,,Het is
een interessante gedachte'', zegt Verbruggen. ,,Het houdt een
verandering in van de dopingdefinitie. Je verlegt het zo veel meer naar
de gezondheid. Er zitten enorme consequenties aan. Want verplicht je
daarmee iemand die geen doping wil gebruiken het wel te doen? Dat is de
eerste vraag. Daarom moeten we een multi-disciplinaire commissie
samenstellen. Ethici zijn de eerste mensen die je daarvoor uitnodigt.
Die helpen je te bepalen wat goed is en wat slecht.''

Verbruggen wijst erop dat dopinggebruik eigenlijk al wordt geaccepteerd.
,,Wij staan al jaren testosteron toe tot de grens van zes. We accepteren
dus al dat iemand van 1:1 naar 1:5,9 gaat. Voor cafeiuml;ne geldt
hetzelfde. En met EPO kan iemand manipuleren tot 49
procent. Dat principe zit dus al in de sport.''

Vorige maand sloegen de beroepsrenners alarm over het gebruik van EPO,
dat bij zware inspanningen tot verklontering van het bloed en eventueel
tot hart- en herseninfarcten leidt. Op voorspraak van de profs
organiseerde Verbruggen eind januari een bijeenkomst, waar werd besloten
dat de renners voortaan niet alleen hun urine maar ook hun bloed laten
controleren. Coureurs bij wie het bloed voor vijftig procent of meer uit
rode bloedlichaampjes bestaat, krijgen een startverbod. ,,Een perfect
initiatief'', zegt Verbruggen.

De wielerwereld loopt met deze anti-dopingmaatregelen voorop in de
sport. Nog niet zo lang geleden praatte Verbruggen met zijn collega's
binnen het IOC helemaal niet mee over de dopingproblematiek. Samaranch
had het niet zo op de wielerstructuur. De Spaanse IOC-voorzitter
vergeleek het wielrennen, dat toen internationaal nog in drie secties
was opgesplitst - de profs, de amateurs en een overkoepeld orgaan - met
de situatie in het profboksen met zijn vele bonden. Verbruggen: ,,Ik was
niet boos over die uitspraak, ik was het gewoon roerend met hem eens!
Het was een waanzinnige situatie. Samaranch zag het
met lede ogen aan, want op de Olympische Spelen lieten de profs, de
beste wielrenners, verstek gaan.''

Samaranch had later grote invloed op de totstandkoming van de UCI, de
overkoepelende wielerbond. Verbruggen zocht in 1990 contact met de
IOC-voorzitter toen een Russische wielerbestuurder zich inspande om
profs en amateurs gescheiden te houden. Voor die tijd had hij Samaranch
slechts eacute;&eacute;n keer ontmoet. ,,Dat was in '88, in de Tour de
France. Maar dat blijft dan bij een handje. Ik had verwacht in Lausanne
een heel voorzichtige diplomaat te treffen. Maar daar was geen sprake
van! Samaranch was veel directer dan ik. Hij kwam meteen met een
briljante vondst. Hij zei: ik denk dat wij de amateursectie destijds
erkend hebben als een afdeling van de UCI. Dus moeten wij terug naar de
UCI. Klaar! Dat is heel belangrijk geweest, doorslaggevend.''

In 1992 was Verbruggen als voorzitter van de nieuwe UCI voor het eerst
bij de Olympische Spelen aanwezig. Hij was onder de indruk in Barcelona.
,,Het was meer dan een simpel wedstrijdje. Het verraste me echt dat
keiharde profs zo graag naar de Olympische Spelen
wilden. Dat geeft al aan dat de Spelen iets heel bijzonders zijn, een
mythe. De marketingman in mij zei meteen dat er wat mee te doen viel.
Daar ben ik ook aan gaan werken. Dat is goed gelukt. We stonden er in
Atlanta. Wielrennen was een succes. We hadden zo'n 200.000 mensen langs
het parcours staan.''

Bij de Olympische Spelen hoort ook een stad van naam, een stad met
allure. Verbruggen: ,,Atlanta sprak wat dat betreft niet aan. Atlanta
had niets, Atlanta heeft niets. En het organisatiecomiteacute; heeft er
alles aan gedaan om het niets te laten hebben.'' Een opmerkelijk harde
uitspraak uit de mond van een IOC-lid. ,,Maar het is toch zo? Atlanta
had een commercieuml;le uitstraling. En de Olympische Spelen horen meer
te zijn.''

Samaranch was wat dat betreft minder direct. Verbruggen: ,,Dat kan ook
niet als voorzitter. In zijn slottoespraak heeft hij niet gezegd dat
Atlanta the best Games ever waren. Dan weet iedereen genoeg. Het
grote probleem waar de Amerikanen mee zaten, was dat het private
Spelen waren. Organisator Billy Payne moest maar zorgen dat hij
anderhalf miljard dollar bij elkaar kreeg. Hij heeft zelfs de stad nog
tien miljoen betaald om de Spelen te mogen organiseren. Dat is waanzin.
Daarom zei Samaranch al tijdens de eerste bijeenkomst van de
evaluatiecommissie: Never an Atlanta again! Hij bedoelde niet de
persoon of de stad, maar het model.''

Het was Verbruggen uit het hart gegrepen. Hij wil niet dat de commercie
in de sport de overhand krijgt. ,,Ik ben absoluut tegenstander van een
autonome beroepstak binnen de sport. Het is gevaarlijk wat er in het
voetbal gebeurt, onder meer met de Champions League. Ik begrijp dat er
soms aparte regels met betrekking tot tv-rechten en sponsoring moeten
zijn, maar gebruik altijd een groot gedeelte van dat geld voor je basis.
We hebben met de UCI ook te lang alleen maar gekeken naar die paar
honderd beroepsrenners. Tegenwoordig zijn we hard bezig met de
toeristen, de liefhebbers.''

Verbruggen, die deel uitmaakte van de evaluatiecommissie die de elf
kandidaat-steden voor de Olympische Spelen van 2004 beoordeelde, is
optimistisch over Sydney, waar in 2000 de volgende Zomerspelen worden
gehouden. ,,Het loopt heel goed. Ik heb voor Atlanta wel eens het gevoel
gehad dat Sydney al verder was, bij wijze van spreken dan. Iedereen
staat er daar achter.''

Het is overigens lang geleden dat Verbruggen daadwerkelijk bemoeienis
had met de sport in Nederland. Na zijn studie Nijenrode ging hij in
Belgieuml; werken en wonen. Sindsdien woonde hij - op twee korte
periodes na - in het buitenland. Hij woont nu alweer tweeeuml;nhalf
jaar in het Zwitserse Lausanne, waar eacute;n de UCI &eacute;n het IOC
gevestigd zijn. Toch zegt Verbruggen altijd Nederlander te zijn
gebleven. ,,Daar liggen mijn roots. Ik denk zelfs nog steeds in
guldens.''

Hij heeft geen behoefte zich met de sport in Nederland te bemoeien. ,,Ze
kunnen ook best zonder mij. Het gaat toch goed? Kijk eens naar de
resultaten in Atlanta, schitterend.'' Hij vindt het wel vervelend dat de
samenwerking tussen zijn collega-IOC-lid Anton Geesink en de bestuurders
van het Nederlands Olympisch Comiteacute; verre van goed verloopt. Hij
zou in die kwestie best willen helpen, maar zal zelf geen initiatief
nemen. ,,Anton wordt binnen het IOC zeer gewaardeerd. Hij heeft een
geweldig imago in de wereld. De mensen vinden dat hij af en toe wat
dramt. Ja, zeg ik dan, maar dat apprecieerden we juist zo in hem toen
hij sporter was. Als hij dat niet had gehad, was hij in 1964 nooit
olympisch kampioen geworden.''

Hein Verbruggen heeft altijd gezegd geen UCI-voorzitter te willen
blijven tot hij bejaard is. Maar zijn wielerfunctie is verbonden aan
zijn IOC-lidmaatschap.Wanneer hij opstapt als kopman van de wielrenners,
moet hij ook vertrekken als olympisch bestuurder. ,,Dat zal me er toch
niet van weerhouden over vier jaar op te stappen. Ik ben dan zestig en
that's it. Dan ben ik tien jaar voorzitter geweest en dan
moet er gewoon iemand anders komen. Ik heb dat laatst trouwens
aangekondigd binnen de UCI, maar niemand geloofde me.''










