


De vrouwelijke lijn





DE ADEL IS een anachronisme. ,,Een historisch monument'', noemde
minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) hem dezer dagen in de Tweede
Kamer. Deze debatteerde over het doorgeven van adellijke titels langs de
vrouwelijke lijn. De minister is daar tegen omdat het volgens hem niet
past bij de wet op de adeldom die in 1994 tot stand kwam en nu net de
bedoeling had niets te veranderen aan dit instituut. En daarin geldt
sinds jaar en dag dat de titels alleen door de mannelijke leden worden
doorgegeven, als het even kan ook nog bij eerstgeboorterecht.



Gewone ouders hebben de keuze of hun pasgeborene de naam van de vader of
de moeder krijgt. Deze keuzevrijheid is een logisch uitvloeisel van het
beginsel van de gelijke behandeling van man en vrouw. Bij de adel ligt
dat een slag ingewikkelder. Anders dan in Duitsland maakt in Nederland
een adellijke titel of predikaat geen deel uit van de naam. Voor de
overgang van de titels gelden dus eigen regels en die zijn van huis uit
niet vrouwvriendelijk, n'en deacute;plaise een hele serie
vrouwelijke staatshoofden in de recente geschiedenis.


Het adelsrecht kent van oudsher verschillende categorieen van ongelijke
behandeling. Niet alleen werd de opvolging van onwettige en geadopteerde
kinderen uitgesloten maar de stelregel van de primogenituur maakt dat
ook tussen de kinderen binnen een huwelijk onderscheid wordt gemaakt.
Adeldom is ,,geiuml;nstitutionaliseerde ongelijkheid'', werd tien jaar
geleden opgemerkt in het Nederlandse tijdschrift voor de rechten van de
mens.


HET ZOU IN deze visie gekunsteld zijn binnen dit instituut
gelijkheidsbeginselen te willen realiseren. Afschaffen dan? Dat ging
zelfs de auteur in het bulletin voor de rechten van de mens te ver op
,,historische en wellicht bij een monarchie behorende folkloristische
gronden''. Zo zit de wetgever tussen ,,hamer en aambeeld'', zoals dat in
ministerieuml;le kring wel schijnt te worden genoemd, ingeklemd tussen
moderne rechtsbeginselen en hooggeboren halsstarrigheid.


Bij de totstandkoming van de wet op de adeldom indertijd probeerde de
regering zich er uit te redden met het argument dat de rechtsgevolgen
van adeldom slechts een beperkte betekenis hebben. Ook nu legt minister
Dijkstal de nadruk op het geringe soortelijk gewicht van de kwestie.
Tegelijkertijd waarschuwt hij tegen een explosie van adeldom als titels
ook via de vrouwelijke lijn kunnen overgaan. Zo onbeduidend vindt hij
het kennelijk ook weer niet. Het kwantitatieve argument is overigens
niet sterk. Getalsmatig is de Nederlandse adel met zijn tienduizend
leden minder aanwezig dan de twintigduizend huishoudens die zich
blijkens het recente armoedebedat werkelijk onder het bestaansminimum
bevinden

DE BESTE oplossing voor de adelsproblemen zou zijn dat het recht zich er
niet mee bemoeit. Maar dat doet het wel. Er is zelfs gekozen voor
wetgeving. Deze dient zich dan ook aan de geldende rechtsbeginselen te
houden. De wet op de adeldom is al geamendeerd om de uitsluiting van
natuurlijke en adoptiefkinderen op te heffen. Dan kan de vrouwelijk lijn
toch moeilijk achterblijven. Niemand is verplicht van deze mogelijkheid
gebruik te maken, dus de adel houdt alle vrijheid de kracht van zijn
tradities te bewijzen. Maar dan ook met open vizier en niet via
wettelijke achterdeurtjes.











