


Cohen en Albright





NA DE REAGAN-DEMOCRATEN is er nu een Clinton-Republikein. Waar de
eersten de doorbraak van het Republikeinse ultraconservatisme in
traditioneel Democratische gelederen manifesteerden, daar is de
benoeming van senator William Cohen tot minister van Defensie bedoeld
als een signaal dat Clinton serieus samenwerking met het Republikeinse
Congres nastreeft. Voorganger Perry heeft de verregaande krimp van de
Amerikaanse strijdkrachten in beweging gebracht. Van Cohen wordt niet
veel meer verwacht dan dat hij dit proces verder begeleidt en op gang
houdt. De reorganisatie van de wapenindustrie is nog volop gaande, en in
de uitkomst daarvan heeft het Pentagon een aanmerkelijk belang.


Opzienbarender is de benoeming van Madeleine Albright tot opvolgster van
Christopher op Buitenlandse Zaken. Ook hier speelt een binnenlandse
factor mee. Clinton heeft zijn herverkiezing te danken aan de
opmerkelijke steun bij het vrouwelijke deel van het electoraat, en een
vrouw in deze hoogste kabinetspost lijkt daarvan de erkenning. Over de
mannen die ervoor in aanmerking kwamen, is veel gespeculeerd. Er waren
verschillende zwaargewichten bij, maar Albright is hen gemakkelijk
gepasseerd.

DE BEWINDSVROUWE heeft als ambassadrice bij de Verenigde Naties een
reputatie opgebouwd. Een zekere stekeligheid kan haar niet worden
ontzegd. Dat kan zaken verhelderen, maar personen onaangenaam treffen.
Zij zal vooral een trouwe uitvoerster blijken te zijn van de wensen van
het Witte Huis, vooral waar het gaat om de uitbreiding van de NAVO, een
onderneming die zich waarschijnlijk zal ontpoppen als het belangrijkste
internationale initiatief van Clintons tweede termijn. Stammend uit een
Tsjechische familie die de uitspattingen van nazisme en communisme aan
den lijve heeft ondervonden, zal Albright die missie met verve en
overtuiging willen volbrengen.

Aanvankelijk was de nieuwe minister de exponent van het door Clinton
beleden multilateralisme. De wereld scheen na de val van de Muur en het
einde van de Sovjet-Unie rijp voor democratie en vrije markt. Amerika
aanvaardde het leiderschap, maar weigerde politie-agent te zijn. Die rol
werd de Verenigde Naties toegedacht. Albright was, zolang het duurde,
goed geplaatst.

Zoals Clinton heeft Albright inmiddels ervaren dat de wereld niet zo
simpel in die mal past. Deze ervaring heeft Amerika eigenzinniger en
prikkelbaarder gemaakt, zowel tegenover tegenstanders en rivalen als
tegenover bondgenoten en oude vrienden. Het Washington van Clintons
tweede termijn dreigt arrogante rechtlijnigheid aan te gaan zien voor
echt leiderschap. Albrights temperament is daarvoor geen vanzelfsprekend
tegenwicht. De samenstelling van het Congres evenmin.











