


Recordkanselier





VANDAAG IS de 66-jarige Helmut Kohl recordkanselier van de Duitse
Bondsrepubliek geworden. Hij regeert nu langer dan zijn politieke
grootvader Konrad Adenauer (1949-1963) en langer dan de ongelukkige
Republiek van Weimar (1919-1933) en Hitlers Duizendjarig rijk
(1933-1945) bestonden. De van provinciale politicus tot staatsman
geworden Kohl is al 23 jaar voorzitter van de CDU, de partij die hij tot
in haar diepste wortels kent en die steeds zijn machtsbasis is geweest.


Darling van de Duitse intelligentia of de media was hij nooit en
wilde hij naar eigen zeggen ook niet zijn. Integendeel, van zijn afkeer
van kritische intellectuelen en dito media, vooral van de 'grote drie'
uit Hamburg (Der Spiegel, Der Stern en Die Zeit), maakt hij met een
knipoog naar de burgerlijke kiezers juist een zeker effectief gebruik.
Dat zijn relaties met een massablad als de Bildzeitung en met haar
verwante zenders uit de wereld van de Duitse commercieuml;le televisie
uitstekend zijn, is buiten Duitsland vaak onbekend maar daarbinnen van
behoorlijke betekenis.

Hij is geen Pruis of Saks, geen Beier of Noordduitser, deze Kohl, maar
een rooms-katholieke man uit Rijnland-Palts, de deelstaat van de Rijn en
de Moezel die ,,uitziet'' op Frankrijk. Misschien ook wel daarom is de
historicus Kohl behalve een beredeneerde een 'instinctieve' Europeaan,
voor wie een Europees Duitsland wenselijk eacute;n noodzakelijk is. In
dat opzicht past hij in de rij van kanseliers die met Adenauer begon:
voor een op zichzelf en zijn onzekerheden en geografische ongemakken
teruggeworpen Duitsland, als een loose cannon op het Europese
dek, is Kohl in feite even bevreesd als Duitslands vele buren.

ZIJN PLAATS in de geschiedenis is allang verzekerd sinds hij, zoals
dezer dagen knarsetandend of enthousiast wordt gememoreerd, de Duitse
eenwording in '89/'90 hielp regisseren in een tempo dat Europese
hoofdsteden zoals Londen, Parijs en Den Haag verbijsterde, maar dat -
achteraf bezien - het enig juiste tempo blijkt te zijn geweest. Alleen
al de spoedig daarna gevolgde ineenstorting van de Sovjet-Unie en de
degradatie van Michail Gorbatsjov tot een Russische randfiguur maakten
dat duidelijk.

Kohl kon destijds trouwens mede als eenheidsregisseur optreden doordat
hij en zijn partij zich niet, zoals bijvoorbeeld velen in de SPD en in
de buurlanden, emotioneel en politiek praktisch hadden verzoend met de
Duitse deling. Dat de burger-kanselier uit Ludwigshafen-Oggersheim er in
1990 - zeker economisch gesproken - verkeerd aan deed te doen alsof de
eenwording uit de Westduitse 'Portokasse' kon worden gefinancierd, staat
intussen vast. Evenals de foute inschatting om de Oostduitsers een
aanlokkelijke maar economisch gezien desastreuse omwisselingskoers voor
de Ostmark in D-mark toe te zeggen. Dat hij - mede om psychologische
redenen - toen al offers van de Westduitsers had moeten vragen, staat
ook vast. Maar degenen die daar nuacute; op wijzen moeten niet vergeten
dat destijds de werkelijke malaise van de DDR schuil ging achter van
staatswege vervalste statistieken, die de Oostduitse boeren- en
arbeidersstaat lieten voorkomen onder 's werelds eerste tien
industrienaties. Dat levert nog geen excuus op voor Kohl, maar het
relativeert de posterieure kritiek wegrave;l enigszins. Vast staat
trouwens ook dat de kosten van de Duitse eenwording immens zijn en dat
nog jaren zullen blijven. En voorts is zeker dat de interne Duitse
eenwording veacute;&eacute;l moeilijker is dan zes jaar geleden werd
verondersteld. De ,,bloeiende landschappen'' die Kohl de Oostduitsers in
1990 beloofde zijn nog ver weg.

IN HET VEERTIENJARIGE kanseliersleven van de nieuwe recordhouder vormt
de omwenteling van '89/'90 ook anderszins een interessante cesuur. In de
eerste zeven jaar mocht hij, hoewel onmiskenbaar een vernieuwer in de
CDU binnen en buiten zijn land een renommeacute; opdoen als erkend
politiek brekebeen. Als man die Gorbatsjov met Goebbels vergeleek en die
met president Reagan in Bitburg over een soldatenkerkhof liep waar ook
SS'ers begraven lagen. Dat de Bondsrepubliek tussen 1982 en 1989
economisch buitengewoon succesvol was, waardoor onder meer drie miljoen
nieuwe banen ontstonden en de arbeidsvoorwaarden qua werktijd en
beloning een Europese paradijshoogte bereikten, bleef enigszins
onderbelicht.   Hoe dat ook zij, in de nazomer van 1989, vlak voor de
omwenteling in de DDR was Kohl ook in zijn eigen CDU een omstreden
figuur geworden die slechts met de grootste moeite een interne revolutie
kon bezweren. In de periode sinds de eenwording in '89/'90 raakt niet
alleen zijn positie als partijleider maar ook zijn status als
'Europeaan' en internationaal staatsman bevestigd. Zijn twee bezoeken
aan Nederland, vorig jaar, en de reacties daarop, illustreerden dat op
een manier die zelfs enigszins pijnlijk was voor het land dat Kohl
bezocht. Want de uitbundige lof die de kanselier na zijn bezoeken aan
Nederland kreeg zei eigenlijk meer over de opvattingen die voordien in
het gastland over Kohl en de Bondsrepubliek langdurig golden dan over de
geadresseerde en zijn land zelf.

KOHL HEEFT binnen de CDU vandaag geen tegenvoeters van betekenis meer.
Van de oppositionele SPD heeft hij voorshands weinig te vrezen. Daar
hebben sinds de jaren tachtig de politieke kleinkinderen van
oud-kanselier Willy Brandt elkaar zoacute; beconcurreerd, terwijl hun
partij sinds de eenwording in '90 bovendien vaak op het verkeerde been
staat, dat zelfs de zware Duitse economische ziekte hem nauwelijks lijkt
te schaden. De recordkanselier representeert zowel politieke macht als
economische onmacht, zijn politieke overlevingskunst (rekken, erbij
blijven, laat besluiten) is niet zo geschikt om gedecideerd leiding te
geven aan de economische herstructurering waaraan Duitsland in een
globaliserende wereld behoefte heeft. Meer nog, en paradoxaal, Kohls
twee grote resterende ambities - de interne Duitse eenwording en de
'onherroepelijke' integratie in Europa (bijvoorbeeld via de muntunie) -
staan alletwee onder de hypotheek van ongewoon zwaar weer op economisch
gebied. Dat is een tragikomische notitie bij zijn nieuwe recordstatus.
Het vraagstuk dat de Europese buren vijf jaar geleden met het Verdrag
van Maastricht hoopten te bezweren door de D-mark en de Bundesbank aan
een gemeenschappelijke lijn te leggen, is intussen een ander ernstig
vraagstuk geworden, nu ook voor Kohl. Namelijk: hoe kan het lukken
Duitsland via de muntunie in het eerste gelid van de Europese integratie
te houden en daarmee een van de belangrijkste doelstellingen van
'Europa' te verzekeren?











