


De luchthavens





HET VLIEGVERKEER groeit Nederland boven het hoofd. Schiphol loopt veel
sneller vol dan voorzien en het vastgestelde plafond van vierenveertig
miljoen passagiers per jaar zal binnen afzienbare tijd bereikt worden.
In Zuid-Limburg botst de beoogde uitbreiding van het vliegveld Beek met
de ecologische standpunten over geluidshinder. In beide gevallen lopen
politieke wenselijkheid en economische werkelijkheid steeds verder uit
elkaar. Dit stelt politici, ministers en Kamerleden van de oppositie en
regeringsfracties voor ingewikkelde dilemma's, waarbij vooralsnog vooral
de verdeeldheid in het oog springt.


Duidelijk is dat Nederland voor ingrijpende keuzes staat - dit nog los
van de noodzaak tot Europese liberalisatie van het luchtverkeer en de
wenselijkheid om met gerichte prijsprikkels (bijvoorbeeld door belasting
van vliegtuigbenzine) het aantal vliegbewegingen te reguleren. De
discussie over een tweede nationale luchthaven is inmiddels uit de
ambtelijke sfeer gehaald door premier Kok. Vier plaatsen dienen zich aan
als toekomstig alternatief voor Schiphol: de Markerwaard of de
Flevopolder, een plek voor de kust van IJmuiden of op de Maasvlakte bij
de monding van de Nieuwe Waterweg. De voorkeur van Schiphol gaat uit
naar een eiland voor de kust van IJmuiden, met behoud van de
infrastructuur van Schiphol voor de afhandeling van passagiers en vracht
en met een snelle railverbinding naar het eiland met de start- en
landingsbanen. Op deze manier vallen de toekomstige milieu- en
geluidsoverlast van Schiphol in het hart van de Randstad te beperken.
Luchthaven Noordzee (Northsea Airport) zou zo het knooppunt van het
intercontinentale luchtvervoer in Noordwest-Europa kunnen worden - met
hoge-snelheidsverbindingen naar het continentale achterland en een
pendeldienst naar Engeland.

Bij vliegveld Beek (Maastricht-Aachen Airport) gaat het om de aanleg van
een nieuwe, milieuvriendelijker baan waarvan de rentabiliteit volgens de
belanghebbenden vereist dat een beperkt aantal nachtvluchten wordt
toegestaan. De standpunten zijn intussen zo ingegraven, dat een
oplossing slechts mogelijk is ten koste van groot prestigeverlies door
eacute;&eacute;n van de twee betrokken ministers (Jorritsma en De
Boer).

DE EERSTE TEKENEN van politieke creativiteit beginnen evenwel
zichtbaar te worden. Het resultaat hiervan kan veelbelovend zijn. Als
Zuid-Limburg vast begint met de aanleg van de nieuwe oost-westbaan, kan
intussen de discussie over het alternatief voor Schiphol op gang komen.
Als tegelijkertijd besloten wordt om verdere groei van de overlast van
Schiphol te beperken, dan komt een nieuw vliegveld op de Noordzee in het
begin van de volgende eeuw in zicht. Dat maakt een politieke uitruil
zonder gezichtsverlies mogelijk om een beperkte overlast op 'Beek' te
aanvaarden. Een dergelijke koppeling vraagt visie, durf en vooral
politieke besluitvaardigheid.











