


Europees terzijde





VAN RUZIE IS GEEN sprake, maar langzamerhand ontstaat er tussen de
Verenigde Staten en Europa een stevige wrevel over en weer. De jongste
aanleiding is de op de Europese top in Dublin uitgesproken wens
intensiever te worden betrokken bij het zogenoemde vredesproces tussen
Israel en de Palestijnen. De Amerikanen - en de Israelieuml;rs - voelen
daar niets voor. De lidstaten van de Europese Unie menen dat de omvang
van hun financieuml;le bijdrage en het belang dat zij hebben bij vrede
in die regio recht geeft op medezeggenschap. Om hun positie te
onderstrepen ontvingen de Europese ministers Arafat aan de vooravond van
diens ontmoeting in Washington met de Israelische premier, Netanyahu.
Dat gebaar heeft de Palestijnse leider zeer gewaardeerd, maar de
Israelieuml;rs toonden zich achteraf ontstemd. Vervolgens stuurde de
Europese top een Ierse gezant naar Israel met een vredesboodschap voor
Palestijnen en Israelieuml;rs beide.


De Europeanen zijn tevreden over hun eensgezindheid. Hoewel het door
sommigen geuite verlangen om direct aan de vredesonderhandelingen deel
te nemen niet door allen werd gedeeld. Zelfs Nederland - dat
traditiegetrouw meer dan gemiddelde waarde toekent aan Israelische
standpunten en zorgen - kon zich vinden in de kritische toon van de
Europese reactie van vorige week op het afhoudende beleid van Netanyahu.

Op de keper beschouwd is er geen groot verschil tussen Europeanen en
Amerikanen. Beide partijen streven een onbelemmerde uitvoering van de
akkoorden van Oslo na. Maar de Verenigde Staten willen hun
geloofwaardigheid behouden zowel bij de Israelieuml;rs als bij de
Palestijnen. Een Europa dat de indruk wekt eenzijdig te zijn houdt
Washington liever op afstand.

MET HAAR GRETIGHEID grote mogendheid te spelen wekt de EU de indruk meer
te zijn geiuml;nteresseerd in het hebben van een eensgezind buitenlands
beleid dan in de inhoud ervan. Op zichzelf is er niets mis mee dat de
Unie-landen gezamenlijk standpunten innemen. Waren het niet de
Amerikanen die Europa in het verleden steeds weer hebben aangemoedigd
,,met eacute;&eacute;n stem te spreken''? Europa als partner in het
Atlantisch bondgenootschap wint aan kwaliteit als het zijn zaken op orde
heeft. En eensgezindheid is daarbij een voorwaarde. Maar dat gezegd
zijnde moet worden vastgesteld dat standpunten alleacute;&eacute;n niet
genoeg zijn om geloofwaardige politiek te bedrijven. Er is ook nog
zoiets als het vermogen daden te stellen.

De Europese bijdrage aan het vredesproces in het Midden-Oosten is
belangrijk. Om partijen tot elkaar te brengen moet er behalve op vrede
ook uitzicht zijn op economische ontwikkeling, op het overwinnen van
sociale ongelijkheid en achterstand. De EU heeft een niet te
veronachtzamen taak in zo een vloeiende ontwikkeling naar vrede. Maar op
dit moment stagneert het vredesproces. Opnieuw staan Israelieuml;rs en
Palestijnen met de wapens in de hand tegenover elkaar. Dat vereist een
bemiddelaar met meer dan economisch vermogen, een supermogendheid als de
Verenigde Staten die weerstand tegen voortzetting van de
onderhandelingen weet te neutraliseren en resultaat kan afdwingen. Al
was het maar omdat zij in staat mag worden geacht dat resultaat duurzaam
te garanderen.

DAT LAATSTE kan van Europa niet worden verwacht. Het militaire en dus
het politieke vermogen om in het Midden-Oosten daden te stellen is de
grote Europese mogendheden ontvallen. De gezamenlijkheid biedt geen
soelaas; of daarover moet worden getreurd is een tweede. Hoofdzaak nu
zijn de gecreeuml;erde feiten. Die zijn niet ongedaan zijn te maken met
het uitspreken van oordelen over de handelwijze van betrokken partijen.
Uiteindelijk hebben dergelijke oordelen alleen betekenis als er ook
consequenties aan kunnen worden verbonden. Europa, nog in de vorm van de
Europese Politieke Samenwerking, heeft al eens te hoog gereikt - toen
het probeerde op eigen kracht de versplintering van Joegoslavieuml;
tegen te gaan. Een hoge prijs is betaald. Of er lering is getrokken moet
nog blijken.











