


Schuldig Israel





DE ISRAELISCHE PREMIER Benjamin Netanyahu krijgt op bloedige wijze de
rekening gepresenteerd van zijn weigering de vredesonderhandelingen met
de Palestijnen weer op te nemen. Veiligheid voor Israel voor alles, is
het devies waaronder hij zelfs uitvoering van de al bereikte
vredesakkoorden met de Palestijnen voor zich uitschuift. De botsingen
met de Palestijnse demonstranten en politiemannen van de afgelopen dagen
hebben naast talrijke Palestijnse ook relatief veel Israelische
slachtoffers gemaakt. En tegen een nieuwe intifadah - als de onlusten
zouden doorzetten - is geen afgrendeling van Israel bestand. Veiligheid
voor de Israelieuml;rs alleen is onbestaanbaar.


De opening van een nieuwe toegang tot een toeristische tunnel in
Oost-Jeruzalem vlak langs de Aqsa- en de Rotskoepelmoskee, de op twee na
heiligste plaatsen van de islam, is niet minder dan de spreekwoordelijke
lont in het kruitvat. De zaak ligt zeer gevoelig, niet alleen om
religieuze redenen maar ook omdat de Palestijnen die activiteit als
onderstreping zien van de Israelische aanspraken op het Arabische
Oost-Jeruzalem. Over de nieuwe toegang werd overigens al lang
onderhandeld, en onder minder gespannen omstandigheden zouden de
consequenties niet zo verschrikkelijk zijn geweest.

BIJ DE PALESTIJNEN heeft zich sinds de ondertekening van de
autonomie-akkoorden frustratie op frustratie gehoopt. Afgesproken
tijdslimieten zijn aan de lopende band door Israel geschonden, ook al
onder het bewind van wijlen premier Rabin en diens opvolger Shimon
Peres. De Palestijnse economie is door de afgrendelingspolitiek grondig
ondermijnd: de Palestijnen hebben het alleen maar slechter gekregen. En
konden ze onder 'vredespremier' Peres, die hand-in-hand liep met Yasser
Arafat, nog de illusie koesteren dat de toestand eens beter zou worden,
onder de rechtse nationalist Netanyahu is die hoop vervlogen.

In het geheel speelt een belangrijke rol dat het verkiezingstijd is in
de Verenigde Staten, de traditionele vredesbemiddelaar in het
Midden-Oosten. Waar Washington vaak een matigende invloed op
Israelische regeringen heeft uitgeoefend, ontbrak die de laatste maanden
volledig. Met het oog gericht op rechtse kiezers steunt president
Clinton Netanyahu zo goed als onvoorwaardelijk. Amerika's soepelheid
tegenover Israel was al begonnen in de nadagen van het premierschap van
Shimon Peres, die met het oog op zijn verkiezingen en zijn
rechtse kiezers het vredesproces liet versloffen. Peres ondernam een
strafexpeditie in Libanon, die meer dan honderd burgers het leven kostte
en de terroristen van Hezbollah ongeschonden liet. Peres stelde ook de
afgesproken terugtrekking van het Israelische leger uit Hebron uit. Het
kostte hem uiteindelijk de verkiezingsoverwinning: de rechtse kiezers
waren niet onder de indruk, en een doorslaggevend deel van de
socialistische aanhang raakte hij erdoor kwijt.

SINDS NETANYAHU AAN de macht is hebben de Amerikanen volhard in hun
houding, ook al stapelden de waarschuwingen zich op dat een
gewelddadige explosie dreigde. Vice-president Al Gore putte zich bij
Netanyahu's recente bezoek aan de VS nog uit in lofprijzingen: de
Israelische premier zal dat niet hebben uitgelegd als een aanmoediging
water in zijn wijn te doen.

Mogelijk dat de uitbarsting van geweld van de afgelopen dagen de
Amerikaanse regering ertoe brengt Netanyahu eindelijk serieus onder druk
te zetten. Zelf ziet Israels premier nog steeds niet in dat alleen een
snelle uitvoering van de akkoorden met de Palestijnen een verdere
ontaarding van de verhoudingen en verslechtering van de toestand kan
voorkomen. De Israelische regeringswoordvoerder verklaarde gisteravond
na een kabinetszitting gewijd aan de onlusten dat zij zijn georkestreerd
door de Palestijnse leiding om Israel te bedreigen en tot concessies in
het vredesoverleg te dwingen. Dat was een doorzichtige poging oorzaak en
gevolg te verwisselen.











