Nationaal paars
DE MARGES in de Nederlandse politiek zijn traditioneel smal. Hoe smal,
bleek deze week nog eens tijdens de algemene politieke beschouwingen
naar aanleiding van de op Prinsjesdag gepresenteerde rijksbegroting voor
1997. Het alternatief van het CDA kwam uit op 700 miljoen gulden aan
verschuivingen.
De tegenbegroting van GroenLinks besloeg 2,7 miljard
gulden. Afgezet tegen een begroting van ruim 200 miljard gulden zijn dit
geen marges meer, maar afrondingsverschillen. Natuurlijk zijn de
politieke verschillen niet louter een kwestie van geld. Integendeel. De
ideeeuml;n over de inrichting van de samenleving zijn veel bepalender
voor het verschil tussen politieke partijen. Maar ook op dit punt waren
de verschillen deze week met een vergrootglas te zoeken. En zodoende
werd de indruk dat het 'paarse' kabinet eigenlijk een pseudoniem is voor
een nationaal kabinet deze week wederom bevestigd. De
begrotingsvoorstellen van het kabinet-Kok voor het komende jaar
ondervinden weinig weerstand. Om de coalitiefracties in de Tweede Kamer
volledig tevreden te stellen hoefde minister-president Kok gisteravond
maar enkele bescheiden financieuml;le toezeggingen te doen. De grote
steden krijgen meer geld voor hun sociale vernieuwingsprogramma, mensen
met een minimuminkomen die kinderen hebben krijgen er iets bij en er
wordt extra geld uitgetrokken voor de uitvoering van het asielbeleid. Zo
had Kok een snoepje voor elke regeringspartij.
DE BELANGRIJKSTE koerswijziging die de Tweede Kamer aanbracht, zal pas
op termijn effect sorteren. Het betreft hier de wens om de klassen in
het basisonderwijs te verkleinen. Deze discussie speelde ook al bij de
algemene beschouwingen van een jaar geleden. Toen werd de zaak afgekocht
met een bedrag van honderd miljoen gulden voor het aantrekken van
klasse-assistenten. De regeringsfracties hebben er verstandig aan gedaan
dit keer een structurele oplossing te verlangen, die zich ook over meer
jaren uitstrekt. Het voordeel voor het kabinet is dat de eerste
financieuml;le gevolgen pas in de begroting voor 1998 merkbaar zullen
zijn.
Bij de politieke wetmatigheden hoort dat het regeren soepeler verloopt
naarmate het economisch beter gaat. Dat is deze zomer gebleken bij de
begrotingsbesprekingen van het kabinet die in een ontspannen sfeer zijn
verlopen. Die ontspannen sfeer was er ook de afgelopen dagen in de
Tweede Kamer. Wellicht dat daarom de confrontatie tussen
PvdA-fractievoorzitter Wallage en zijn VVD-collega Bolkestein des te
meer opviel. De aanvaring tussen de twee naar aanleiding van het
asielbeleid, betrof de toonzetting waarin over dit onderwerp wordt
gesproken. Dat beiden vervolgens ook de juiste toon waarop zij elkaar
bejegenden uit het oog verloren, illustreert de beladenheid van het
onderwerp. Van belang is of de coalitieverhoudingen door deze
confrontatie op de proef zijn gesteld. Juist omdat het hier een
persoonlijke woordenwisseling betrof, lijkt dat geenszins het geval.
DE BALANS opmakend van deze algemene beschouwingen kan worden
geconcludeerd dat het politieke krachtenveld ongewijzigd is. De
regeringspartijen PvdA, VVD en D66 steunen het kabinet nog met hetzelfde
enthousiasme als bij de start in 1994. Ondertussen blijven zij hun -
beperkte - politieke verschillen openlijk uitdragen. Het CDA heeft zich als
grootste oppositiepartij deze week nog niet ontpopt als groot gevaar
voor de coalitie. De malaisestemming binnen het CDA is nog duidelijk
aanwezig.
Ongestoord kan het kabinet op weg gaan naar de verkiezingen van 1998.
Dat is het signaal van het debat van deze week. Het jaar 1997 wordt een
tussenjaar, waarin de partijen zich op die verkiezingen zullen
voorbereiden. Het kabinet kan zijn werk afmaken. In alle rust.
