De bouwers van Kok..... en het Delta-model
DE JAARLIJKSE BOODSCHAP uit
Den Haag had vandaag een optimistische toon. Daar is dan ook alle reden
toe. Zoals in de Troonrede onderkoeld wordt gezegd zijn de huidige
ontwikkelingen bemoedigend. Het kabinet-Kok kan fluitend regeren. Bijna
alles loopt beter dan twee jaar geleden bij het opstellen van het
regeerakkoord werd voorzien. De behoedzaamheid die toen de leidraad was
bij de besprekingen tussen PvdA, VVD en D66, loont nu. Het grootste
'verwijt' dat het kabinet kan worden gemaakt, is dat het al klaar lijkt.
In dat geval kan een kabinet kiezen voor rustig de rit uitrijden of
nieuwe prioriteiten stellen. Het kabinet-Kok heeft duidelijk voor het
laatste gekozen. Dat blijkt uit de grondige herbezinning op de
ruimtelijke inrichting van Nederland die het vandaag heeft aangekondigd.
De centrale vraag daarbij is hoe over twintig jaar een bevolking
bestaande uit dan achttien miljoen mensen niet alleen voldoende werk
heeft, maar ook nog kan wonen, zich verplaatsen en recreeuml;ren in een
schone en veilige omgeving. Het is geen overbodige vraag in een land dat
nu al in de spitsuren volledig vaststaat en steeds meer woekert met de
beschikbare ruimte.
DE OPMERKINGEN   die de koningin hierover in de Troonrede heeft gemaakt
en de brief over dit onderwerp die het kabinet vandaag samen met de
begrotingsstukken heeft gepresenteerd, getuigen van een 'sense of
urgency'. Om Nederland in de toekomst leefbaar te houden, zullen zeer
forse investeringen in de infrastructuur - in de breedste zin van het
woord - noodzakelijk zijn. De twee miljard gulden die het kabinet zelf
voor dit doel heeft uitgetrokken zijn hierbij vergeleken slechts een
druppel op een gloeiende plaat. Het gaat echter niet om het snelle
succes, maar om beleid dat kans van slagen heeft. De aandacht voor de
inrichting van Nederland is vanzelfsprekend niet geheel nieuw. Wel
nieuw, en zeer ambitieus, is de poging van het kabinet om samenhang in
de diverse voornemens aan te brengen. Dit vergt een bestuurlijke mega-
operatie die niet alleen de Haagse departementen raakt, maar ook vele
lokale en regionale overheden. Er hoeft maar verwezen te worden naar de
procedures rond de aanleg van de Betuwelijn en de hogesnelheidslijn.
Een belangrijke eerste stap is vandaag gezet. Met de gepresenteerde
voornemens heeft het kabinet de ruimtelijke inrichting tot een politieke
prioriteit verheven. De politieke betekenis hiervan is dat het
kabinet-Kok zichzelf hiermee een eigen gezicht heeft verschaft. Zoals de
naoorlogse kabinetten de wederopbouw in het vaandel hadden, heeft het
kabinet-Kok nu de herinrichting van het land als leidend beginsel.
De schop wordt vooralsnog voorzichtig gehanteerd. Het kabinet wil de
noodzakelijke analyses en oplossingsmodaliteiten beschikbaar hebben voor
de volgende kabinetsformatie. Maar dat neemt niet weg dat de
bouwtekening van Nederland waaraan nu gewerkt gaat worden, ook de
bouwtekening voor een nieuw kabinet zal worden. Minister-president Kok
bouwt verder. Aan Nederland, maar op deze manier ook aan de prolongatie
van zijn 'paarse' kabinet.
DE MILJOENENNOTA   1997 is zelfverzekerd, de strekking is
toekomstgericht. ,,Komend van ver is de ontwikkeling van een aantal
belangrijke sociaal-economische variabelen bemoedigend'', schrijft de
minister van Financieuml;n. Het heeft lang geduurd, maar de sanering
van de overheidsfinancieuml;n en de versterking van de economische
dynamiek werpen na alle moeizame, soms pijnlijke ingrepen hun vruchten
af. Zoals minister Zalm vaststelt in zijn toelichting op de
Miljoenennota: alles loopt beter dan in het regeerakkooord is voorzien.
Op grond van de begroting voor 1997 voldoet Nederland aan de
toelatingscriteria voor de Economische en Monetaire Unie (EMU), waarover
begin 1998 een oordeel zal worden geveld. Zonder versluierende
begrotingstrucs dalen het financieringstekort en de staatsschuld in
voldoende mate om Nederland voor de EMU te kwalificeren.
Het belang van een verdere verlaging van de staatsschuld wordt in de
Miljoenennota met kracht onderstreept omdat die leidt tot lagere
rentelasten (in 1997 betaalt de staat 30 miljard aan rente over de
uitstaande staatsschuld, na de begroting voor Onderwijs, Cultuur en
Wetenschappen de grootste uitgavenpost). Op de daling van de
rentebetalingen heeft het kabinet het oog laten vallen om ruimte te
scheppen voor andere bestedingen. Toekomstige uitgaven voor
milieubeleid, investeringen in de grote steden en infrastructuur en
vooral voor de kosten van de vergrijzing moeten uit de vrijvallende
rentelasten worden gefinancierd.
TOEKOMSTGERICHT IS  de Miljoenennota ook in andere opzichten. Het
belastingstelsel zal ingrijpend worden herzien, zodat het beter zal zijn 
toegesneden op de fiscale concurrentieslag met andere Europese landen.
Tegelijkertijd is het duidelijk dat de wenselijkheid van verdere
lastenverlichting, niet alleen aan de onderkant, maar ook aan de
bovenkant van de inkomensladder, is gebleven. Ook hiervoor is het
noodzakelijk dat de trend van een terughoudend begrotingsbeleid,
discipline bij de uitgaven, beheersing van de kosten van de
gezondheidszorg en terugdringing van het beroep op de sociale zekerheid
worden voortgezet. De daling van het totale aantal uitkeringen, die in
1995 voor het eerst optrad, zet zich volgend jaar door. De aanpassingen
in de sociale wetgeving en de opmerkelijke banengroei hebben een
ondubbelzinnig effect.
Bij deze bescheiden euforie mag niet uit het oog worden verloren dat de
werkloosheid in 1997 nog altijd hoger is dan in 1991. Nederland doet het
in een Europese vergelijking goed, maar dat heeft enerzijds te maken met
de achterstand die is ingehaald en anderzijds met de late start die
andere landen hebben gemaakt bij de sanering van de publieke sector.
Bovendien houdt de internationale dimensie niet op bij de grenzen van de
Europese Unie. In een vergelijking met industrielanden buiten Europa
heeft Nederland nog steeds een lange weg te gaan.
HET LINKS-LIBERALE  kabinet legt prioriteit bij grotere marktwerking,
maar de overheid trekt zich niet terug. Eerder is sprake van een
activistisch marktbeleid dat de economische dynamiek ten goede moet
komen. Het Delta-model van lastenverlichting en versobering van de
collectieve uitgaven trekt geleidelijk elders in Europa de aandacht. Op
grond van de uitgangspunten in de Miljoenennota 1997 is die aandacht
ruimschoots verdiend.
  
