


Lovers en NS





DE DIRECTE VERBINDING Amsterdam-Hilversum werd vorig jaar geschrapt uit
de dienstregeling van de Nederlandse Spoorwegen. Bij het station Lisse
stoppen al jaren geen treinen meer, naar IJmuiden sporen de NS evenmin.
En daar komt rederij Lovers, een exploitant van rondvaartboten in
Amsterdam, die deze zomer de strandlijn naar IJmuiden heeft hersteld.
Lovers heeft plannen ingediend voor een Gooi-expres Amsterdam-Hilversum,
een Keukenhof-expres naar Lisse en voor een forensennetwerk in de
Randstad. De NS zijn in alle staten.


De liberalisatie van het railnet maakt concurrentie op het spoor
mogelijk. De NS-directie is voorstander van de liberalisatie, maar
schrikt nu de eerste gegadigde voor het exploiteren van een
treinverbinding zich aandient. Concurrentie is aardig, alleen niet op
het rompnet in de Randstad. Ook een aantal Kamerleden schoot in een
kramp nu een bedrijf de mogelijkheid van privaat treinvervoer wil
aangrijpen.

Het argument van de Spoorwegen is dat met de winst die op de Intercity's
in de Randstad wordt behaald, de verliezen op stoptreinen en onrendabele
lijnen worden gedekt. Bovendien, aldus de NS, is de capaciteit van het
railnet op sommige trajecten in de Randstad onvoldoende om nog meer
treinen veilig op tijd te laten rijden.

De reactie van de NS toont de onwennigheid met marktdenken. Hoewel de NS
de afgelopen jaren een indrukwekkende inspanning tot verbetering van de
dienstverlening hebben geleverd en bezig zijn met een inhaalslag om de
infrastructuur van het spoor te verbeteren, kan de klantvriendelijkheid
altijd beter. De prikkel van een concurrende aanbieder van treindiensten
is daarvoor bevorderlijk. Dat commercieuml;le belangstellenden daarbij
het oog laten vallen op winstgevende verbindingen, ligt voor de hand.
Lovers ziet ongetwijfeld toeristische mogelijkheden in het gecombineerde
aanbod van rondvaarten en bezoeken aan de Keukenhof. Daarnaast wil de
rederij forensenlijnen exploiteren met een gedifferentieerd aanbod van
prijzen en service. Bij alle overheidsinspanningen om het
woon-werkverkeer per auto terug te dringen, is dat een welkom voornemen.
Voor de consumenten, de treingebruikers, is verruiming van het aanbod
van hoogwaardige, op elkaar aansluitende treindiensten alleen maar
gunstig.






CONCURRENTIE OP het spoor vraagt om flexibelere vormen van
bedrijfsvoering bij de NS. Nieuwe aanbieders worden bijvoorbeeld niet
gehandicapt door de traditioneel sterke invloed van vakbonden zoals die
bestaat bij de NS. De NS zullen zich moeten bezighouden met de
commercieuml;le levering van diensten aan anderen. De uitbreiding van
het railnet krijgt nog meer betekenis. Belangrijker dan de concurrentie
op winstgevende trajecten is de vraag wat met de handhaving van de
diensten op niet-rendabele lijnen gaat gebeuren. Daarvoor moeten op
gemeentelijk, provinciaal of landelijk niveau desnoods nadere
financieuml;le regelingen worden getroffen. Maar de komst van
concurrentie is een teken dat het spoorwegnet een bedrijfsmatige
toekomst heeft.











