


Doormodderen





ALS MODERNE Don Quijotes zijn de ministers van het kabinet-Kok de
afgelopen weken opnieuw de strijd tegen de auto aangegaan. Gisteren
bereikten zij overeenstemming over een pakket maatregelen dat het
gebruik van de auto extra belast, het openbaar vervoer stimuleert, de
aanleg van nieuwe wegen versnelt en de nadelige milieu-effecten
intensiever bestrijdt. Het voorziene resultaat: minder groei van het
autoverkeer in het eerste decennium van de volgende eeuw. Minder meer:
een vertrouwd Nederlands verschijnsel.



Als het lukt, want overheidsingrijpen in de automobiliteit heeft de
laatste decennia nauwelijks effect gehad. Met het pakket maatregelen
staat het kabinet-Kok in een lange traditie: sinds begin jaren zeventig
(minister van Verkeer Drees junior) hebben opeenvolgende kabinetten een
varieuml;teit aan maatregelen bedacht en intussen nam het gebruik van
de auto onverminderd toe. De enige echte ingreep was er een die van
buitenaf werd opgedrongen - de Arabische olieboycot van 1973, die leidde
tot (zeer tijdelijke) rantsoenering van de benzine en de introductie van
autoloze zondagen.


DRACONISCHE MAATREGELEN vinden geen draagvlak in de Nederlandse
samenleving. Het milieu is weliswaar voor steeds meer Nederlanders in
toenemende mate een overweging waard, maar de auto wordt tegelijkertijd
voor meer en meer landgenoten een onvervreemdbaar bezit en een
gekoesterde vorm van vrijheid. De blij-dat-ik-rij-Nederlanders zijn een
omvangrijk en gevreesd deel van het electoraat. Dus is ieder kabinet -
ook het 'paarse' - bij het nemen van maatregelen gebonden aan grenzen
van redelijkheid.

Is een redelijk pakket ook effectief?  Verhoging van de benzineprijs is
tot nu toe niet de maatregel gebleken die de automobilist uit de auto
kreeg. De 15 cent verhoging van de benzineprijs, die het kabinet is
overeengekomen, valt binnen wat heet de prijselasticiteit die door de
consument wordt opgevangen. Een gulden erbij zou volgens economen effect
sorteren, maar behalve draconisch zou zo'n maatregel in het verenigde
Europa zonder binnengrenzen een vreemde en niet te handhaven figuur
scheppen: Holland als het 'duurte-eiland' voor benzine.

Het kabinet treedt met de verhoging van de benzineprijs in zekere zin al
buiten de grenzen van het regeerakkoord, waarin een verhoging van de
accijns op brandstoffen alleen toelaatbaar heette ,,indien 
ontwikkelingen in de buurlanden daartoe ruimte bieden''. Voor de
autobezitter is er een compensatie: hij krijgt zijn hogere benzineprijs
terug in de vorm van lagere houderschapsbelasting. Niet rijden loont,
maar niet-rijders zijn er helaas voor het kabinet zo weinig.


DE REALITEIT wil bovendien dat een toenemend aantal autogebruikers niet
wordt getroffen door de prijsmaatregelen van het kabinet. De moderne
autorijder is steeds vaker een lease-rijder, die zijn auto - als
onderdeel van zijn beloning - vergoed krijgt van de baas. Die categorie
automobilisten rijdt steeds meer, blijkt uit de statistieken. Hogere
benzineprijzen raken hem niet.


Zo bezien moet het kabinet zijn beleid niet richten op de benzinepomp en
het spoor maar op de sociale partners - de werkgevers voorop. Werkgevers
hebben er belang bij dat de weg filevrij is voor het vrachtverkeer, maar
zij hebben er tegelijk ook belang bij personeel met extra's als de
lease-auto aan zich te binden. Het zouden compleet nieuwe tijden zijn:
Kok die meedeelt dat paal en perk wordt gesteld aan de
beloningscomponent die lease-auto heet. Zolang dat niet gebeurt, kan het
kabinet niet anders dan doormodderen.











