


Anders dan anderen





IEDEREEN UIT ATLANTA was er gisteren in Den Haag weer bij waar het
medaillefeest in vaderlandse kring nog eens werd overgedaan: sporters,
coaches, officials, staatssecretaris Terpstra. Alleen kroonprins
Willem-Alexander hield zich dit keer opvallend afzijdig. Zijn bescheiden
plaats op de achterste rij tijdens de groepsfoto op paleis Huis ten
Bosch vormde een schril contrast met zijn rol als opvallendste supporter
tijdens de Olympische Spelen.


Het buitenland kent Nederland van klompen, molens, tulpen en -
tegenwoordig - drugs. Sinds de Olympische Spelen kan aan dat beeld ook
nog de hossende kroonprins worden toegevoegd. De televisie-regisseurs
waren er op het laatst al volledig op voorbereid. Bij goud voor
Nederland kon ook de spontaan naar voren rennende kroonprins worden
verwacht. Behalve titelkaarten voor de spelers was er dan ook een kaart
met naam en functie van prins Willem-Alexander.

Mag de kroonprins publiekelijk 'uit zijn dak gaan', is de vraag die het
land sinds de Olympische Spelen bezighoudt. Het is een debat dat
vooralsnog op kousenvoeten wordt gevoerd. De Kamervragen zijn beperkt
gebleven tot het gedrag van staatssecretaris Terpstra. Mocht zij zich in
Atlanta minister van sport noemen? Voor de rest van Nederland gaat het
er om hoe 'gewoon' of juist 'ongewoon' de kroonprins zich kan gedragen.

EEN EN ANDER KAN niet los worden gezien van de algemene trend. Bij het
passief meebeleven van professionele sport zijn de mores de afgelopen
jaren duidelijk veranderd. Daartoe mede aangespoord door de commercie -
waaronder bij dit soort omstandigheden alle bedrijvigheid tussen bank en
banketbakker kan worden verstaan -  kleurt het land bij de eerste de
beste voorronde al oranje. Is dat eenmaal het vertrekpunt geworden, dan
leidt het bereiken van een finaleplaats en zeker het behalen van de
eindoverwinning welhaast automatisch tot extremere vormen van
aanhankelijkheidsbetuiging. Tegen dat licht bezien zou het uitbundige
gedrag van Willem-Alexander kunnen worden beschouwd als niet meer dan
een logisch onderdeel van een proces. Waar zijn moeder indertijd nog kon
volstaan met een glimlach vanaf een ereplaats op de tribune, moet hij
wel het veld opstormen.

Toch is hiermee niet het hele verhaal verteld. Tot het lot van de
kroonprins hoort immers dat hij niet zomaar een jongen van het volk is.
Zijn zorgvuldig afgeschermde opvoeding is daarvan maar eacute;&eacute;n
illustratie. Het instituut koningshuis verlangt enige mate van
distantie. Naar aanleiding van het bijzondere supportersgedrag van de
kroonprins is het woord carnavalsprins al gebezigd. Ook cartoonisten
hebben zich dankbaar op het fenomeen deinende en juichende
Willem-Alexander gestort. Het is een beeld dat duidelijk botst met dat
van de enigszins afstandelijke figuur die boven de partijen dient te
staan. Gewoon kan ook tegrave; gewoon worden. In een moderne
parlementaire democratie vormt het koningshuis een fragiel element waar
het subtiel bewaren van het evenwicht voorrang heeft. De
staatsrechtdeskundigen Couwenberg en Rutges wezen twee jaar geleden in
een publicatie op de speciale eisen die worden gesteld aan de erfelijke
en politiek onschendbare leden van het koningshuis. Over het staatshoofd
zeiden zij toen dat deze zijn positie alleen kan handhaven en veilig
stellen ,,als zijn gewone menselijke kanten zoveel mogelijk schuilgaan
achter een bewust gecreeuml;erde koninklijke waardigheid''. Het was hun
reactie op de klacht van nogal wat media dat het koninklijk huis voor
hen zo moeilijk toegankelijk is. 

DE KONINKLIJKE WAARDIGHEID gaat vanzelfsprekend ook op voor de
troonopvolger. Deze moet voorkomen dat er op enigerlei wijze discussie
over zijn gedrag in het openbaar kan ontstaan. In Atlanta heeft de prins
die discussie over zichzelf afgeroepen. De tijden van de hermelijnen
mantel zijn voorbij, maar dansen in bermuda-broek is het andere
uiterste. Het gaat om het juiste midden. En voor het koningshuis geldt
dat dit midden nu eenmaal net ergens anders ligt dan voor anderen.










