


Jeugdkampementen...





LUBBERS-KAMPEMENTEN werden ze genoemd, naar de vorige minister-president
die in 1993 een opmerkelijk initiatief lanceerde voor de heropvoeding
van jeugdige criminelen. Een welhaast militair programma van inspannende
activiteiten en strakke regelmaat zou een gat in de markt kunnen
dichten. Nu blijkt uit een evaluatie dat deze speciale aanpak te weinig
toevoegt aan al bestaande projecten. Minister Sorgdrager (Justitie) gaat
de kampementen dan ook sluiten.


Was dit de onvermijdelijke afloop van het experiment? De inspiratie voor
het project was onder meer afkomstig van de mediagenieke
hoofdcommissaris Nordholt van Amsterdam. ,,Het gaat niet om straf, het
gaat niet om kamp'', maande hij, ,,maar het gaat er om de jongeren die
afglijden bij de lurven te pakken en ze een vak te leren.'' Een
aansprekende gedachte. Maar het werden weacute;l kampen en ze werkten
niet.

WAT IS ER MIS mee wanneer jongeren - zoals al direct in het project
bleek - voor 't eerst leren dat het gewoon is je eigen bed op te maken?
Zelfs op deze simpele vraag, die iedere ouder of opvoeder zal herkennen,
bleek het antwoord niet eenvoudig, getuige de vele lichamelijke klachten
bij de jongeren die de begeleiders signaleerden. ,,Ze kennen hun eigen
lichaam niet'', was een typerende uitspraak. Deze geeft al aan dat
probleem eacute;n aanpak minder eenvoudig liggen dan Lubbers en
Nordholt het voorstelden.

Reclassering en maatschappelijk werk hebben onvoldoende greep op
probleemjongeren. Een veeg teken is vooral dat een toegespitst systeem
van jeugdreclassering nooit behoorlijk van de grond is gekomen. Het is
bijvoorbeeld typerend dat initiatieven om randgroepjongeren te betrekken
bij veiligheidsprojecten in winkelcentra afhankelijk blijven van
goedwillende politiemensen. De burgemeester van Eindhoven noemde de
discussie voor of tegen jeugdkampen al direct ,,nutteloos''. ,,Juist in
de preventiesfeer is een wereld te vinden.''

ZOIETS KOST echter miljoenen, zei de toenmalige staatssecretaris Kosto
(Justitie) eerlijk, en die waren er niet. Kosto noemde
jeugdcriminaliteit van een niet mindere orde dan de grote georganiseerde
criminaliteit. Maar deze laatste had nu eenmaal politieke prioriteit. De
kampementen van Lubbers waren niet in de laatste plaats verguldsel voor
een bittere pil. Ze waren ook de uitdrukking van een meer algemeen
gevoelen dat in 1993 fameus onder woorden werd gebracht door Lubbers'
Britse collega, John Major: ,,De samenleving moet een beetje meer
veroordelen en een beetje minder begrijpen.''

Groot-Brittannieuml; had toen al de nodige desillusies achter de rug
met zogeheten 'boot camps' voor jongeren, dus men was gewaarschuwd. Het
besluit van minister Sorgdrager een eind te maken aan het proefproject
onderstreept de vraag die ten gronde ligt aan de ogenschijnlijk zo
aantrekkelijke no nonsense-benadering: wat is eigenlijk de
tegenstelling tussen afkeuren en het verstand gebruiken?


...en boefjesbank




sociologie Schuyt voor de nieuwste trend in de aanpak van
jeugdcriminaliteit die zich aandient. In het tijdschrift voor strafrecht
Delikt en Delinkwent wijst hij op de aandacht die, mede onder
aansporing van minister Sorgdrager, de laatste tijd wordt besteed aan de
zogeheten vroegsignalering en aan het ontwikkelen en financieel
ondersteunen van allerlei opvoedingsprogramma's. Dat contrasteert met de
klassieke huiver in het strafrecht om op te treden of in te grijpen
voacute;&oacute;rdat een strafbare handeling daadwerkelijk in zicht is
gekomen.

Ook sociale wetenschappers zijn trouwens altijd veel beter geweest in
het achteraf verklaren van menselijk gedrag dan in het voorspellen
ervan, noteert Schuyt droogjes. Toch is dat nu juist de nieuwe trend
onder het motto ,,vroegtijdig, snel en consequent''. Zo werd het
geformuleerd door de commissie-Van Montfrans. Deze werd ingesteld naar
aanleiding van de zogeheten Almere-brief waarin Lubbers in 1993 zijn
idee over de jeugdkampementen lanceerde. De commissie was daar overigens
toen al sceptisch over en hamerde vooral op ,,meer aandacht voor de
signalering van eventuele achterliggende problemen van delinquent gedrag
van beneden 12-jarigen''. 

DIT PLEIDOOI is met enthousiasme opgepakt door Sorgdrager. Na de
Lubbers-kampementen dreigt echter een nieuwe valkuil. Er is een subtiel
doch belangrijk verschil tussen aandacht voor de diepere oorzaken van
eenmaal gebleken delinquent gedrag, waar de commissie het over had, en
de ,,signalen voor toekomstig crimineel gedrag'' waarmee medewerkers van
Sorgdrager nu aan de slag willen.

Het verschil zit hem in de voorspellende waarde waar Schuyt met reden
een kritische kanttekening bij plaatst. Volgens de nieuwe leer moeten de
dossiers van verschillende instanties voacute;&oacute;r het vierde
levensjaar justitieel worden gebundeld. Ook al heeft de strafrechtelijke
aansprakelijkheid niet voor niets een benedengrens van twaalf jaar.
Justitie baseert haar nieuwe stelregel op de ervaring met opgepakte
,,harde-kernjongeren''. De vraag of de vier-jaargrens niet een eigen
selffulfilling prophecy inhoudt - het kind gaat zich gedragen
naar een eenmaal opgeplakt etiket - wordt afgedaan met de kwalificatie
,,overmatige privacybescherming''.

DIT IS TE makkelijk geredeneerd. De context van persoonsgebonden
informatie luistert nauw en gaat verloren bij bundeling. Nog afgezien
van het risico van beoordelingsfouten. Longitudinale informatiesystemen,
zoals de vakterm luidt, hebben een eigen dynamiek. De moeder die bij de
kleuterarts een ongeruste vraag stelt over haar kind moet maar afwachten
wat de schoolarts jaren later van zo'n aantekening in het dossier maakt,
laat staan de justitieuml;le kinderbescherming. Niet voor niets wordt
vroegsignalering liefkozend ,,de boefjesbank'' genoemd. Het berust op
een gevaarlijke en discutabele premisse: het definieuml;ren van gedrag
van kinderen als een justitieel probleem om te voorkomen dat het een
justitieel probleem wordt.

TERWIJL JUSTITIE droomt van haar boefjesbank blijft een praktisch
systeem van jeugdreclassering voor kinderen die daadwerkelijk in de
nesten zitten, uit. 








