


Nuloptie





EEN ELEGANTE STROFE van de Romeinse dichter Horatius sierde vorig jaar
het rapport aan de regering over kansspelautomaten van de
commissie-Nijpels: ,,Men behoeft zich niet te schamen gespeeld te
hebben, maar wel als men er niet tijdig mee ophoudt'' (Nec lusisse
pudet, sed non incidere ludum). Het kabinet-Kok vindt dat men het moet
bemoeilijken om er uuml;berhaupt aan te beginnen. Het wil de lokale
overheid de mogelijkheid geven een speelautomatenvrije gemeente af te
kondigen. Dit plan is op verzet gestuit in de Tweede Kamer. Het
klassieke motto van de commissie-Nijpels leek juist zo goed gekozen voor
de hedendaagse overheid. Deze gaat ervan uit dat gokken een
onuitroeibaar verschijnsel is en dat mensen illegaal gokken als ze
legaal de kans niet krijgen. De officieuml;le beleidsdoelstelling is
een tweesporenbeleid van kanalisering van de spelvraag en regulering van
het aanbod. En dat goede doelen een graantje meepikken is
meacute;&eacute;r dan aardig meegenomen. De staatsloterij gaat terug
tot 1726, maar vooral na de Tweede Wereldoorlog is er fiks schot gekomen
in het aantal kansspelvarianten. De totalisator in de paardensport
dateert van het eind van de jaren veertig, de voetbalpool van begin
jaren zestig, lotto, het casino en bingo van de jaren zeventig, in de
jaren tachtig werden betalende speelautomaten gelegaliseerd en in de
jaren negentig kwam de instant (kras)loterij. Er is een ware
gokindustrie ontstaan. Een moreel geladen term als 'gokken' is in de
beleidsstukken trouwens vervangen door het veel neutralere 'kansspel'.


 




MAAR NU TEKENT zich toch een kentering af. Alweer spreekt het
officieuml;le taalgebruik boekdelen. Het tweede kabinet-Lubbers
publiceerde in 1989 zijn standpunt nog onder de weidse titel
,,Kansspelen in perspectief''; de beleidsnota van het kabinet-Kok heet
zuinigjes ,,Kansspelen herijkt''. De speelautomaten zijn het voornaamste
doelwit. Driekwart van de verslaafden speelt op fruitautomaten. Het kan
ook niet helemaal toeval zijn dat dit de enige categorie kansspelen is
waar het goede doel ontbreekt. Een pure commercieuml;le exploitatie,
die nog slechts tien jaar geleden uit de sfeer van de illegaliteit is
gehaald.

De gemeenten hebben de omslag ingeluid aan de hand van een
beleidsconcept dat bekend staat als ,,locatiedifferentiatie''. Het gaat
om de aanwezigheid van speelautomaten in drie soorten locaties, de
hoogdrempelige horeca (cafeacute;s en restaurants), laagdrempelige
gelegenheden als snackbars en cafetaria's en een aparte categorie van
sportkantines en buurthuizen. Er bestaat brede overeenstemming dat de
automaten dienen te verdwijnen uit de laatste twee categorieeuml;n
omdat ze daar te gemakkelijk bereikbaar zijn voor de jeugd.

Blijven over de cafeacute;s en restaurants. Staatssecretaris Schmitz
(Justitie) bepleitte een gemeentelijke nuloptie voor de laatst
overgebleven categorie. Het hoort een beetje bij de rol van Justitie,
die sinds het begin van deze eeuw de belangrijkste woordvoerder op dit
gebied is. Dat is met opzet gebeurd als tegenwicht voor het ministerie
van Financieuml;n, dat wel eens vooral oog voor de omzet van de
(staats)loterij zou kunnen hebben.

 




DE NULOPTIE getuigt van een te hoog 'chagrijngehalte', zoals een
Kamerlid het uitdrukte. Achteraf valt moeilijk te ontkennen dat de
fruitautomaat in 1986 wel iets te gemakkelijk in de Wet op de kansspelen
is gekomen. Maar dat is inmiddels aardig rechtgetrokken. Het aantal
automaten is fiks teruggebracht. Piekautomaten, die het grootste
verslavingsrisico hebben, zijn helemaal verboden. De leeftijdsgrens
wordt aangescherpt. De commissie-Nijpels heeft nog weer een hele
waslijst met technische beperkingen aangedragen, tot zelfs een
verplichte ,,dempende mat van minimaal 5 millimeter dikte in de metalen
uitbetalingsbak'' om het verlokkelijke rinkelen van de geldstukken tegen
te gaan.

Na jaren van gestage stijging vertoont het aantal aangemelde
gokverslaafden nu een dip. Het blijft een probleem om serieus te nemen,
maar het dient wel in perspectief te worden gezien. Toen de krasloterij
werd ingevoerd, voorspelden de deskundigen een golf van
probleemkrassers. Het is, zoals Schmitz ook erkende bij het debat over
verlenging van de vergunning voor de instantloterij, meegevallen. Dit is
een teken dat de overheid zich dient te beperken tot de bestrijding van
de onwenselijke neveneffecten; zij heeft geen boodschap aan de
boodschap.

 




GOKKEN HEEFT ongetwijfeld bezwaren. Een belangrijke maatschappelijke
waarde wordt op zijn kop gezet, want de winstkans is hoe men het wendt
of keert, verbonden aan het nemen van onverantwoord risico. Dat is het
gevaarlijke en tegelijk het aantrekkelijke. Deze mengeling maakt het
kansspel typisch tot een persoonlijke keuze. De autoriteiten kunnen het
hoofdschuddend aanzien, maar slechts op gepaste afstand.











