


Varkensrechten





IN 1980 TELDE   Nederland ongeveer tien miljoen varkens. De omvang van
de varkensstapel is sindsdien tot zo'n vijftien miljoen dieren gestegen.
Bijna de helft daarvan is geconcentreerd in Oost-Brabant. De
varkensfokkerij heeft de welvaart van de boeren op de schrale
zandgronden in Zuid- en Oost-Nederland sterk verhoogd. Er is een
bedrijfssector ontstaan die grote druk uitoefent op het milieu, het
welzijn van de dieren en die de economische kwetsbaarheid heeft van een
monocultuur. De varkenspestcrisis - de teller staat inmiddels op 332
besmette bedrijven - heeft die kwetsbaarheid geiuml;llustreerd. Ze
heeft de belastingbetaler inmiddels 1.3 miljard gulden gekost.


De Nederlandse varkensboeren hebben, aangemoedigd door de lokale
coouml;peratieve banken, gekozen voor de goedkope massaproductie van op
elkaar gepakte dieren die in moordend tempo worden gefokt en afgeleverd.
Het is een keten die loopt van de KI-stations via de omzetting van
mengvoer in karbonaadjes, ammoniak en mest tot het omstreden
langeafstandstransport van levende dieren. Nederland is de 'kraamkamer'
van de Europese varkensvleessector geworden, met verregaande gevolgen
voor de kwaliteit van het varkensbestaan, het geproduceerde vlees
eacute;n het milieu. Al in 1994 concludeerde een rapport van het
ministerie van Landbouw: ,,Zonder de omslag van een lage
kosten/bulk-strategie naar een strategie van hoge toegevoegde waarde
staat de sector aan de vooravond van een koude sanering.''

HET MOMENT   van gereguleerde sanering is aangebroken met de nota over
de toekomst van de varkenssector die minister Van Aartsen van Landbouw
gisteren heeft gepubliceerd. Naar analogie van de 'superheffing' in de
melkveehouderij wil Van Aartsen een nieuw stelsel van 'varkensrechten'
invoeren. Een verstandig plan. Het aantal varkens moet in
eacute;&eacute;n keer met een kwart worden verminderd: ,,... er is
sprake van verzadiging van het aantal varkens dat vanwege doeleinden van
milieu, dierenwelzijn, diergezondheidszorg en ruimtelijke kwaliteit kan
worden gehouden''. Een kleinere varkenssector heeft de mogelijkheid om
hoogwaardig geproduceerd vlees te leveren waarnaar in Europa een snel
groeiende vraag bestaat. Zonder deze omslag van 'massagoed' naar
ecologisch en economisch duurzamere productie staan de sector nieuwe
klappen te wachten.

DE ORGANISATIES   van varkensboeren hebben de plannen van Van Aartsen
verontwaardigd afgewezen. Dat is buitengewoon onverstandig, temeer na de
vormen van openlijke en heimelijke ontduiking van eerdere pogingen tot
regulering van de varkenssector, zoals de mestwetgeving en het begin van
de aanpak van de varkenspestepidemie. De crisis die is uitgebroken biedt
de mogelijkheid tot versnelde aanpak van problemen die te lang op hun
beloop zijn gelaten. De varkensfokkerij heeft die problemen, althans
voor een deel, over zichzelf afgeroepen en het is de hoogste tijd dat
hier nieuwe verantwoordelijkheden worden genomen. Uiteindelijk zullen
ook de varkensboeren zelf daar de meeste baat bij hebben.

                         








