


Centrifugale krachten





DE GROTE EUROPESE landen bewegen zich als aardplaten in verschillende
richtingen. Deze week heeft de Labour-regering haar eerste begroting
ingediend, waarmee Groot-Brittannieuml; zichzelf plaatst binnen de
marges voor deelname aan de Economische en Monetaire Unie (EMU) - ook al
blijven de Britten vooralsnog vrijwillig buiten de Europese munt. Aan de
andere kant van Het Kanaal heeft de nieuwe Franse regering gezegd dat de
vereiste criteria voor toelating tot de EMU dit jaar niet zullen worden
gehaald. In Duitsland heeft bondskanselier Kohl, onder druk van zijn
politieke bondgenoten in Beieren, toegezegd alles op alles te zullen
zetten om de begrotingsnorm wel te halen.


De Britse economie draait op volle toeren. De belangrijkste kritiek in
de pers op de begroting van minister van Financieuml;n Gordon Brown is
dat deze te weinig doet om de bruisende consumptie met
belastingverhoging af te remmen. Deze New Labour-begroting bevat voor
het paarse kabinet in Nederland trouwens interessante details: de aftrek
van hypotheekrente (in Groot-Brittannieuml; toch al beperkt) wordt
verder verlaagd, evenals de vennootschapsbelasting. Vanaf 1999 zal de
begroting een overschot vertonen, wat in Groot-Brittannieuml; sinds
1945 nog maar twee keer eerder is voorgekomen.

DE BANK OF ENGLAND, die direct na de verkiezingsoverwinning van Tony
Blair de bevoegdheid heeft gekregen om een onafhankelijk rentebeleid te
voeren, zal de economie nu moeten behoeden voor oververhitting. Dat
betekent naar verwachting een stevige renteverhoging. Vooruitlopend
daarop is het Britse pond verder in koers gestegen. Buiten het Europese
wisselkoersstelsel is het pond nu een van de hardste munten van Europa.

Op het continent lijkt Nederland nog het meest op Groot-Brittannieuml;
wat conjunctuur en begroting betreft. Frankrijk en Duitsland worstelen
zich met begrotingstekorten, een stagnerende economie en hoge
werkloosheid naar de startlijn van de Economische en Monetaire Unie.
Frankrijk zoekt een uitweg in begrotingstekorten en in politieke sturing
van de economie. Dat vergroot slechts de argwaan in Duitsland. De
Duitsers weten in ieder geval wat ze niet moeten doen: experimenteren
met keynesiaanse stimulering. De laatste keer dat Duitsland zich - onder
Amerikaanse druk - bereid verklaarde om als economische locomotief te
fungeren, was in 1978 en dat heeft toen desastreuze gevolgen gehad.

Het Duitse inflatietrauma, ingegeven door twee keer ruiuml;nering van
het spaargeld door hyperinflatie in deze eeuw, botst met de Franse
traditie van economische planification, met als historisch
resultaat de naoorlogse periode van bloei. Beide staan weer dwars op de
Britse voorkeur voor economische flexibiliteit, de erfenis van het
thatcherisme, die New Labour heeft overgenomen. Duitsland hecht aan het
Europese stabiliteitspact voor begrotingsdiscipline en aan een
gedecentraliseerd werkgelegenheidsbeleid in de Economische en Monetaire
Unie, Frankrijk aan een ruim begrotingsbeleid en centralisatie,
Groot-Brittannieuml; aan voortgaande flexibiliteit en marktwerking.

DE CENTRIFUGALE krachten in Europa zijn hiermee gegeven.
Groot-Brittannieuml; stond altijd al afwachtend langs een zelfgetrokken
lijn, maar Frankrijk en Duitsland bewogen zich de afgelopen jaren min of
meer in dezelfde richting met de EMU als politiek eacute;n economisch
doel. Het is de vraag of de aantrekkelijkheid van dat doel voldoende
sterk blijft om beide landen met elkaar verbonden te houden. Want alleen
op basis van brede politieke overeenstemming over de economische
uitgangspunten en doelstellingen kan een gemeenschappelijke munt het
gewenste duurzame succes worden. Paradoxaal genoeg voldoet
Groot-Brittannieuml; onder Labour aan de toelatingscriteria voor de
monetaire unie, terwijl Duitsland en Frankrijk de zelfopgelegde criteria
niet halen.










