Terugstuurtermijn
VAN WIJZIGINGEN IN het officieuml;le beleid moeten niet al te grote
effecten op de vluchtelingenstroom naar ons land worden verwacht. Dit
blijkt uit het rapport Toevlucht zoeken in Nederland dat het
wetenschappelijk onderzoekscentrum van justitie vorig jaar uitbracht.
Aanscherping van beleid en procedures vormen volgens de onderzoekers 
slechts een bescheiden 'pushbackfactor'. Dit heeft niet verhinderd dat
er tot het laatst toe stevig wordt touwgetrokken tussen staatssecretaris
Schmitz (Justitie) en met name de fracties van CDA en VVD over de
voorlopige verblijfsvergunning (vvtv).
Dit verblijfsdocument wordt toegekend aan asielzoekers die weliswaar
niet worden erkend maar toch om beleidsmatige redenen niet kunnen worden
teruggestuurd wegens de toestand in het land van herkomst. Als die
toestand ten goede keert kan de vvtv alsnog worden ingetrokken wanneer
hij korter dan drie jaar geleden is verleend. Na drie jaar is
verwijdering niet meer mogelijk. Deze termijn wordt ook door de rechter
toegepast op gevallen waarover de overheid geen beslissing heeft
genomen. Het CDA wil deze termijn nu verlengen tot vijf jaar. De VVD
heeft daar wel oren naar, maar Schmitz wijst verlenging af. Het gaat
volgens haar niet aan mensen langer in onzekerheid te laten. Het CDA is 
daarentegen bezorgd om de ,,aanzuigende werking'' die de
driejarentermijn zou hebben. Toch is niet goed duidelijk wat het CDA
eigenlijk wil zeggen. De termijn lag vroeger al op vijf jaar; de
driejarentermijn werd nog slechts in 1992 (en nog wel onder een
CDA-minister) ingevoerd. ,,De termijn van drie jaar houdt de druk op de
ketel voor de overheid om tijdig een beslissing te nemen'', stelt
Schmitz. Zo bezien zou terug naar vijf jaar wel eens weinig kunnen
opleveren, temeer daar de banden met Nederland hechter worden naarmate
een asielzoeker hier langer verblijft. Enkel tijdsverloop is terecht
geen grond voor een verblijfspapier, maar werkt onvermijdelijk
feitelijke integratie in de hand en maakt het praktisch gezien dus
steeds moeilijker over te gaan tot terugsturen. Het tegengaan van
aanzuigende werking moet het niet hebben van verlenging van de termijn
maar van een stringent terugkeerbeleid, zegt de staatssecretaris. Dat is
een goede stelling, die echter minder gemakkelijk valt toe te passen.
Ons land heeft onlangs besloten dat er weer kan worden teruggestuurd
naar een aantal voormalige risicolanden. Maar Iran blijkt toch niet echt
te vertrouwen en de jongste zending naar Somalieuml; kwam niet ver.
 
DE GROTE VRAAG is of de opvang van ontheemden wel altijd moet leiden tot
permanente vestiging. Dient er niet een formule te zijn voor remigratie,
zeker als het om grote groepen gaat en het tij in hun land van herkomst
werkelijk blijkt te zijn gekeerd? Er zou wel eens verband kunnen bestaan
tussen de bereidheid tot opvang en de bereidheid tot terugkeer. Dit
vraagstuk gaat echter de politieke prestigestrijd over de
driejarentermijn ver te boven.
