


Begrotingsevenwicht





EEN KOORDDANSER heeft voor het behoud van zijn evenwicht een grote mate
van beheersing nodig. In de overheidsfinancieuml;n, met alle
onvoorziene omstandigheden in de economische ontwikkelingen, vergt het
streven naar een begroting die ,,vrijwel in evenwicht'' is, eveneens een
grote mate van discipline. Dat is precies wat de landen van de Europese
Unie elkaar hebben opgelegd: in het kader van de Economische en
Monetaire Unie ( EMU ) is afgesproken dat de deelnemende landen zullen
streven naar begrotingen die vrijwel in evenwicht zijn. Het
stabiliteitspact, dat aangevuld met een verklaring over werkgelegenheid
op de top in Amsterdam is aanvaard door de Europese regeringsleiders,
vormt hierbij het richtsnoer.


Niet geheel toevallig is deze week in Den Haag een rapport gepresenteerd
waarin het doel van het stabiliteitspact voor Nederland is uitgewerkt.
'Op weg naar begrotingsevenwicht' heet dit rapport van de Studiegroep
begrotingsruimte en het bevat aanbevelingen voor het begrotingsbeleid in
de volgende kabinetsperiode. Deze valt samen met de overgangsperiode van
de gulden naar de euro.





VOORTBOUWEND OP de goede ervaringen die sinds 1994 zijn opgedaan met
een behoedzaam economisch scenario en met de normering van de uitgaven,
stelt de ambtelijke adviesgroep voor om te mikken op een overheidstekort
van eacute;&eacute;n procent van het bruto nationale product in het
jaar 2002. Stilzwijgend is daarmee de doelstelling van de vorige
studiegroep begrotingsruimte, een tekort van 1,75 procent, naar beneden
bijgesteld. Maar minister Zalm vond dit doel van eacute;&eacute;n
procent niet ambitieus genoeg en hij pleitte gisteren voor
begrotingsevenwicht aan het einde van de volgende kabinetsperiode. Dat
betekent nieuwe ombuigingen, omdat tegelijkertijd geld zal worden
vrijgemaakt voor lastenverlichting en, op enkele terreinen, voor extra
uitgaven.

Vanuit het perspectief van omringende Europese landen is sprake van een
luxe-discussie. Duitsland, Frankrijk en Belgieuml; doen op het ogenblik
wanhopige pogingen om hun overheidstekorten onder de Europese norm van
drie procent van het bnp te brengen en hun staatsschuld terug te
dringen. Nederland voldoet aan de toelatingscriteria voor de  EMU.  Hier
gaat het om de vraag of het overheidstekort in het jaar waarin naar
verwachting de euro zal circuleren, op nul of eacute;&eacute;n procent
van het bnp moet uitkomen. Met een behoorlijke economische groei is
zelfs een begrotingsoverschot een haalbaar doel.





EEN GENERATIE GELEDEN was in Nederland het christelijk-liberale
kabinet-De Jong aan de macht. In 1970 bedroegen het financieringstekort
iets meer dan eacute;&eacute;n procent, de staatsschuld zesentwintig
procent en de collectieve lastendruk achtendertig procent van het bnp.
Sindsdien is het hopeloos uit de hand gelopen met de
overheidsfinancieuml;n, onder invloed van de oliecrises, de optuiging
van de verzorgingsstaat in de jaren zeventig en de diepe recessie begin
jaren tachtig. Het heeft daarna tot de jaren negentig geduurd om de boel
weer op orde te krijgen.

Tot de erfenis van de stroperige ombuigingsoperaties behoren de hoge
rentelasten over de opgebouwde staatsschuld en de nog altijd hoge
lastendruk. Een politiek pikant detail is dat de overdrachtsuitgaven
(subsidies) aan gezinnen, ondanks al die jaren van bezuinigingen,
nagenoeg constant zijn gebleven. Ook in de huidige kabinetsperiode zijn
de reeuml;le collectieve uitgaven nog iets toegenomen.





NEDERLAND STAAT de komende decennia een nieuwe aanslag op de
collectieve uitgaven te wachten, als de naoorlogse geboortegolvers
overgaan in de grijze golf van gepensioneerden. Het getuigt van een
politiek vooruitziende blik om de tekorten helemaal weg te werken, zodat
de rentelasten dalen en er geld opzij gezet kan worden in een fonds voor
toekomstige  AOW- uitgaven. Het einde van het financieringstekort is
daarom een verstandig doel. De vrijkomende ruimte kan worden besteed aan
verdere lastenverlichting en investeringen. Dat Nederland zich hiermee
ruimschoots kwalificeert voor de norm van begrotingsevenwicht uit het
Europese stabiliteitspact, is alleen maar meegenomen.










