


Leefbare steden





Habitat 2, de VN-conferentie over de stedelijke problematiek die vorige
week in Istanbul werd afgesloten, heeft de aandacht gevestigd op de
urbanisatie in de wereld. De conferentie eindigde met de gebruikelijke
VN-ruzies over de bewoording van de passages in de slotverklaring over
de Palestijnse nederzettingen, het recht op abortus en de zelfstandige
positie van vrouwen. Belangrijker was dat er geen meningsverschillen
bestonden over het belang van leefbare, dynamische stedelijke
samenlevingen.


Twee weken lang hebben zo'n twintigduizend deskundigen, autoriteiten en
vertegenwoordigers van niet-gouvernementele organisaties uit de hele
wereld vergaderd over de problemen van verstedelijking in de ruimste
zin. De conferentie heeft zich uitgesproken over de erkenning van het
recht op huisvesting en heeft vastgesteld dat overheden een
inspanningsverplichting hebben om voor een behoorlijk onderkomen van hun
burgers te zorgen. Er is een wereldactieplan aangenomen dat oproept tot
nauwere samenwerking tussen lokaal bestuur, particuliere organisaties en
bedrijven. Het besef dat overheden niet alles kunnen en dat samenwerking
met het particulier initiatief wenselijk is, is tot de VN-burelen
doorgedrongen.

Met een slotverklaring is de stedelijke uitdaging van de toekomst niet
opgelost. De VN en de Wereldbank hebben in rapporten voorspeld dat de
omvang van de stedelijke bevolking over dertig jaar even groot zal zijn
als de totale wereldbevolking op dit moment. Tweederde van de mensheid
zal dan in steden wonen, het aantal megasteden met meer dan tien miljoen
inwoners zal sterk toenemen. Niet in de traditionele industrielanden,
maar in de dynamische opkomende landen en in de stagnerende
ontwikkelingslanden. Met die stedelijke bevolkingsconcentraties zullen
ook de problemen van huisvesting, ruimtelijke ordening,
verkeerscongestie, vervuiling, openbare voorzieningen en
afvalverwerking, van armoede en sociale spanningen toenemen.

 




Steden worden vaak afgeschilderd als een jungle, een focus van ellende,
een poel van moreel verval, subversie, misdaad en verderf. Stedelijke
bevolkingen zijn in die beeldvorming anonieme massa's die leven in
armoede, een gevaarlijke bedreiging van de gevestigde orde. De
verstikking van asfalt en beton wordt afgezet tegen de idylle van het
platteland. Desondanks blijft de stedelijke bevolking groeien door
migratie van het platteland omdat de openbare voorzieningen in steden
beter zijn, de kansen op werk, inkomen en maatschappelijke ontplooiing
groter. Krottenwijken, clicheacute;matig vaak in beeld gebracht als
treurige samenraapsels van afvalmateriaal, zijn vooral buurten in
gestage opbouw. Steden zijn laboratoria van menselijke activiteiten, het
brandpunt van maatschappelijke verandering, zowel op cultureel als op
politiek, financieel en economisch terrein. In dubbel opzicht hebben
steden de toekomst: ze bevatten de grootste bevolkingsconcentraties en
ze vormen de motor van welvaartsgroei. Geen enkele moderne economie
heeft zijn welvaart bereikt door de bevolking op het platteland vast te
houden. De groei van steden in ontwikkelingslanden heeft dan ook een
positieve kant. Het probleem is de snelheid waarmee de transformatie
zich voltrekt.

 




De leefbaarheid van de urbane miljoenenconcentraties - wat betreft
milieu, veiligheid en werkgelegenheid - vraagt om enorme investeringen,
zowel in mensen als in bestuur, voorzieningen en infrastructuur.
Verstandig beheer van schaarse middelen, fatsoenlijk openbaar bestuur,
politieke zuiverheid, betaling van de kostprijs voor openbare
voorzieningen, gerichte financieuml;le hulp, privatisering van
diensten, betrokkenheid van de bevolking en benutting van lokale
initiatieven dragen daaraan allemaal bij. Dergelijke uitgangspunten zijn
niet per VN-resolutie te regelen. Maar het is goed dat de
Habitat-conferentie de rechtstreeks betrokkenen in het stedelijke beleid
hierop heeft aangesproken.









