


Strijd om China





HONGKONG IS VERWORDEN tot wisselgeld in de Amerikaanse binnenlandse
politiek. In het Congres dreigt een stormloop op de handelsvoordelen die
China sinds jaren worden gegund. Maar de regering wil haar politiek van
toenadering tot het land dat bezig is zich tot regionale grootmacht te
ontwikkelen niet laten doorkruisen. Minister van Buitenlandse Zaken
Albright is door de Britten uitgenodigd om op 1 juli in Hongkong de
machtsoverdracht aan de volksrepubliek mee te maken. Zij heeft
aangekondigd de openingszitting van de door Peking benoemde wetgevende
vergadering te zullen boycotten omdat deze niet democratisch is gekozen.
Dit gebaar zal voor de bewoners van de stad niets veranderen, maar het
moet thuis in Amerika de indruk wekken dat het Albright menens is.


Sinds het schandaal van het spekken van Clintons verkiezingskas door
tycoons verbonden met het regime in Peking heeft de Amerikaanse regering
de schijn tegen zich niet meer onafhankelijk te zijn in haar beoordeling
van de toestand in en de bedoelingen van China. Een effectieve
China-lobby, bestaande uit voormalige regeringsfunctionarissen, had het
Witte Huis toch al gewonnen voor het primaat van de markt over de
rechten van de mens. Media als de New York Times en een handvol
bevlogen intellectuelen mogen het voor China's politieke gevangenen
blijven opnemen - hun aantal is onbekend - de regering heeft het
vraagstuk van de rechten van de mens inmiddels ingebed in haar
engagement-politiek, te vergelijken met Europa's, overigens door
Amerika verguisde, 'kritische dialoog' met Iran.





DE BEWEGING VOOR de rechten van de mens alleen zou niet in staat zijn
het Congres te verleiden tot een afwijzende houding. Als het ditmaal
komt tot een blokkade van de jaarlijkse toekenning van de status van
meest begunstigde handelspartner aan China, zou die zijn opgericht door
een breed geschakeerde coalitie van ontevredenen. Volgens de een
intimideert China zijn buren, volgens de ander levert Peking zogenoemde
'schurkenstaten' als Iran massavernietigingswapens. Weer een ander
bezwaar is dat China een onvoorspelbare en onbetrouwbare partner is
gebleken bij het afsluiten van handels- en investeringscontracten. Meer
in het algemeen zou een blokkade een signaal zijn dat het Congres
eigenlijk containment wil, ditmaal van China - dat dan wordt
gezien als Amerika's gevaarlijkste rivaal in de volgende eeuw.

De regering-Clinton wedt op twee paarden. Zij onderkent de risico's van
China's machtsontplooiing en daarom parkeerde zij vorig jaar een
smaldeel in de Straat van Taiwan toen het volksleger zijn raketten, bij
wijze van proef,  dicht onder Taiwans kust liet neerkomen. Maar
tegelijkertijd acht Washington het onverantwoord om van Amerikaanse kant
het vuurtje op te stoken. Gehoopt wordt dat China het internationale
systeem kan worden binnengeloodst - waar geschillen volgens gezamenlijk
overeengekomen regels en niet met wapens en dreigementen worden
opgelost. Het probleem met deze aanpak is dat het werkt zolang de ander
geen dubbelspel speelt. Amerika houdt intussen met de vernieuwing van de
veiligheidsrelatie met Japan een troef achter de hand.





CLINTON ZELF HEEFT hoog ingezet. Een uitwisseling van staatsbezoeken -
de eerste sinds het bloedbad op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989 -
 staat voor dit en volgend jaar op het programma. Het presidentieuml;le
prestige moet de claustrofobische leiders in Peking ervan overtuigen dat
de Amerikaanse handreiking welgemeend is. De VS denken China nodig te
hebben bij het oplossen van de Koreaanse deling. Vraagstukken als de
status van Taiwan en van Hongkong zouden verder in een politiek van
engagement beter beheersbaar zijn.

Weigering nu van de handelsvoordelen aan Peking zou de Amerikaanse
regering met lege handen achter laten. Om dat te voorkomen mijdt
Albright Hongkongs pas benoemde nieuwe parlement.










