


Instabiliteitspact





FRANKRIJK EN DUITSLAND staan weer tegenover elkaar. Niet op het
militaire slagveld, zoals de afgelopen eeuwen zo vaak het geval was,
maar in het monetaire strijdperk. De aankondiging van de nieuwe Franse
minister van Economie, Financieuml;n en Industrie, Dominique
Strauss-Kahn, dat Frankrijk voorlopig niet instemt met het zogenoemde
stabiliteitspact van de Economische en Monetaire Unie (EMU), is het
eerste openlijke signaal dat Frankrijk en Duitsland diametraal
verschillende opvattingen hebben over de Europese munt. Minder dan een
week voor de Europese top in Amsterdam en 569 dagen voor het beoogde
begin van de monetaire unie, is dat alarmerend.


Twee politieke omwentelingen hebben het debat over de EMU op scherp
gezet. Geconfronteerd met de opeenstapeling van lage groei, hoge
werkloosheid en belastingtegenvallers kwam de Duitse minister van
Financieuml;n Waigel, gesteund door bondskanselier Kohl, enkele weken
geleden met het onzalige plan een greep in de goudreserves van de
Bundesbank te doen om de Duitse begroting nog dit jaar binnen de
toelatingsnormen van het Verdrag van Maastricht te persen.

De politieke storm die dit in Duitsland, ook binnen de partijen van Kohl
en Waigel, veroorzaakte, werd vakkundig aangegrepen door de Bundesbank
om het plan te torpederen. Bundesbank-president Tietmeyer trok een
streep in het zand: alles goed en wel met de EMU, maar kom niet aan de
onafhankelijkheid van de Duitse centrale bank en al helemaal niet met
geldschepping op last van de overheid. Waigel en Kohl werden gedwongen
hun plan in te trekken.

Door de overwinning in de slag om het goud is de positie van de
Bundesbank versterkt, niet alleen binnen Duitsland, maar ook in het
krachtenveld van de besluitvorming over de EMU die begin volgend jaar
moet plaatshebben. De Bundesbank houdt vast aan een strikte
interpretatie van het Verdrag van Maastricht. De regering in Bonn heeft
dit schoorvoetend erkend en zoekt nu in permanent crisisberaad naar
alternatieve bezuinigingsvoorstellen om het begrotingstekort onder de
toelatingsnorm te krijgen.

Het vermoedelijke resultaat van deze goudepisode is dat de Bundesbank
het spel zal bepalen en, met steun van de Duitse publieke opinie en van
het Duitse Constitutionele Hof, volgend jaar zal eisen dat er een harde
euro komt of voorlopig geen euro.

IN PARIJS NAM de Franse president een andere gok. Jacques Chirac hoopte
met vervroegde parlementsverkiezingen een periode van politieke rust te
kunnen inluiden om Frankrijk klaar te stomen voor de EMU. De afstraffing
die de Franse kiezers hem gaven, bracht de regenboogcoalitie van
socialisten, groenen en communisten aan de macht met als belangrijkste
verkiezingsbelofte: stimulering van de economie en banengroei. Niet
langs de weg van muntstabiliteit, begrotingsdiscipline en
flexibilisering van de arbeidsmarkten, maar door stimulering van de
vraag door loonsverhogingen en extra overheidsuitgaven. Deze aanpak, die
doet denken aan de plannen van Den Uyl in de jaren zeventig in
Nederland, zou de gestage Franse terugtocht op het economische en
politieke vlak van de mondialisering verhullen, of zelfs tot staan
brengen. In ieder geval staat deze benadering haaks op de uitgangspunten
van de monetaire unie.

Met de EMU heeft Duitsland zich bereid verklaard om de D-mark op te
geven mits de euro even stabiel zal zijn als de Duitse munt. De
voorwaarden hiervoor waren politieke onafhankelijkheid van de
toekomstige Europese centrale bank, strenge toelatingscriteria -
geregeld in het Verdrag van Maastricht - en de verzekering dat eenmaal
deelnemende landen niet door oplopende overheidstekorten de stabiliteit
van de munt zouden kunnen ondermijnen - bekrachtigd in het
stabiliteitspact. Mochten bondskanselier Kohl en minister Waigel al
bereid zijn geweest om deze voorwaarden in de praktijk af te zwakken,
hun nederlaag in het goudavontuur heeft hun speelruimte verder beperkt.
Kohl en Waigel weten zich op de vingers gekeken door hun argwanende
kiezers en door de machtige Bundesbank.

In Frankrijk heeft de bevolking bij de parlementsverkiezingen precies de
omgekeerde wens kenbaar gemaakt. De nieuwe socialistische regering eist
nu de toevoeging van economische groei en werkgelegenheidsbeleid aan de
criteria voor de EMU en aan het stabiliteitspact. Dat is meer dan een
technisch amendement. Als onder het vaandel van werkgelegenheidspolitiek
hogere overheidstekorten zouden worden toegestaan, wordt de angel uit
het stabiliteitspact eacute;n uit de begrotingscriteria in het Verdrag
van Maastricht gehaald. Dan is, met andere woorden, de zekering
doorgeslagen van het streven naar begrotingsdiscipline.

TWEE VISIES op de monetaire unie staan nu openlijk tegenover elkaar. Aan
de Franse kant het perspectief van economische stimulering via de
wisselkoers en de begroting, aan de Duitse kant de overtuiging dat de
munt stabiel dient te zijn en dat de aanpassingen uit de begroting en de
arbeidsmarkt moeten komen. Het gaat om de voorkeuren en de angsten van de Franse
 en de Duitse burgers voor
een zachte respectievelijk een harde munt. Nog voordat de Europese
muntunie goed en wel is begonnen, staat deze aan spanningen bloot.










