


Van Harvard tot Parijs





DE HERDENKING van het Marshall-plan in Nederland en de ondertekening in
Parijs van de 'stichtingsacte' over samenwerking tussen de NAVO en
Rusland vallen nagenoeg samen. Maar er is iets kunstmatigs aan die
coiuml;ncidentie: minister Marshall lanceerde zijn plan voor
grootscheepse hulp aan Europa op 5 juni 1947, in een rede in Harvard.
Dat feit zal op die datum in Amerika worden herdacht.
NAVO-secretaris- generaal Solana heeft vandaag samen met president
Jeltsin en in aanwezigheid van president Clinton en de andere 
Atlantische leiders de overeenkomst getekend waarin de onderlinge
relaties worden geregeld in het licht van de voorgenomen uitbreiding van
de Atlantische Verdragsorganisatie. De Marshall- herdenking in Den Haag
en Rotterdam is daaraan vastgeknoopt.


President Clinton zal direct na zijn Europese bezoek in een rede voor de
militaire academie van West Point de 'stichtingsacte' plaatsen in de
context van de Atlantische samenwerking - waarin nu ook de erfgenaam van
de vroegere tegenstander, de Sovjet-Unie, wordt opgenomen. Met enige
historische overdrijving zou kunnen worden gesuggereerd dat de breuk van
2 juli 1947, toen de Sovjet-delegatie het Parijse overleg over het
Marshall-plan de rug toekeerde, nu, ook weer in Parijs, is gelijmd. Maar
dan zouden de grote verschillen tussen de twee manifestaties toch over
het hoofd worden gezien.





INDERDAAD WAS Marshalls aanbod van grootscheepse Amerikaanse hulp ook
aan de Sovjet-Unie gericht. Maar toen Molotov, de Russische minister van
Buitenlandse Zaken, met een honderd man sterke delegatie opdook in de
Franse hoofdstad, sloeg de Amerikanen de schrik om het hart. Die schrik
was overigens voorbarig. De Sovjet-eis van omvangrijke Duitse
herstelbetalingen was zo duidelijk in strijd met de beginselen van het
Marshall-plan dat overeenstemming bij voorbaat was uitgesloten. De enige
werkelijke slachtoffers van de situatie waren de Middeneuropese landen,
die door het Kremlin werden gesommeerd eveneens de conferentie te
verlaten.

Zo bezien zou een toetreding van Midden-Europa tot de NAVO vandaag meer
in overeenstemming zijn geweest met de denkbeelden van 1947. Na de
Duitse capitulatie duurde het twee jaar en een maand alvorens Marshall
zijn plan lanceerde. In 1989 viel de Muur, in 1991 implodeerde de
Sovjet-Unie, maar de onderhandelingen met de Middeneuropese landen over
het lidmaatschap van de NAVO en van de Europese Unie moeten nog
beginnen. Wat de EU betreft zal het jaren duren alvorens die staten
daadwerkelijk zullen kunnen toetreden.

Anders dan in 1947, toen de breuk met het Kremlin min of meer als
onvermijdelijk werd beschouwd, heeft de Amerikaanse regering nu de
nodige concessies gedaan om de Russen niet opnieuw van zich te
vervreemden. Natuurlijk, het uitgangspunt is de uitbreiding van de NAVO
tegen de wensen van Moskou in. Maar in de praktijk zal zich toch een
tijd lang het fenomeen voordoen van een NAVO met de Russen aan tafel en
de Polen, Tsjechen en Hongaren in de wachtkamer. Om van de andere
gegadigden maar niet te spreken. De Russen hebben ,,een stem, geen
veto'', heeft president Clinton onderstreept. Maar Jeltsin heeft zich
voorgenomen die stem luid en duidelijk te laten klinken. Zijn belofte de
kernkoppen te ontmantelen die op de NAVO-landen staan gericht, mag als
een opzienbarende handreiking worden uitgelegd.





DE BESLISSENDE VRAAG is of de Amerikaanse regering van het moment in
haar eigen woorden blijft geloven. Zoals Marshall wist, is er meer nodig
dan een rede om een probleem uit de wereld te helpen. De regering-Truman
ging dan ook voortvarend te werk en het Marshall-plan werd een succes.
West-Europa greep de kans en nam de wederopbouw ter hand. Als het heel
Europa omvattende stabiliseringsplan dat Clinton in West Point wil
lanceren, wil slagen, zullen de inspanningen van Truman en Marshall
geeuml;venaard moeten worden. Dat zal dan de overeenkomst zijn tussen
beide manifestaties.










