


Verlegenheidsoplossing





ALLE DENKBARE VARIANTEN   leken nu wel aan bod te zijn geweest in het
voortdurende geharrewar over de reorganisatie van het binnenlands
bestuur. De Tweede Kamer is er deze week toch in geslaagd een nieuwe te
vinden. Behalve Rotterdam krijgt voorlopig alleen Eindhoven een
stadsprovincie. Nadat eerder Utrecht en Twente al waren afgevallen, moet
nu ook Den Haag het stellen met grenscorrecties. Een stadsprovincie
Amsterdam blijft onbeslist.


Wat was het probleem ook al weer? Een groeiend aantal stedelijke
knooppunten heeft zich ontwikkeld tot bestuurlijke knelpunten. De
sociaal-economische ontwikkelingspatronen storen zich niet aan de
scheiding tussen centrumstad en randgemeenten. Vandaar dat Nederland nu
al vijftig jaar in de weer is met allerlei vormen van intergemeentelijke
samenwerking en regionalisering. Maar deze bleken niet opgewassen tegen
de grootstedelijke problemen. Ze hebben bovendien een belangrijk
democratisch tekort: directe controle door de kiezer ontbreekt.

Er is kortom een nieuwe, volwassen bestuursvorm nodig voor de stedelijke
knooppunten. Deze is eerst gezocht in de gewestvorming, toen in deling
van de provincies en ten slotte in een beperkt aantal kaderwetgebieden
c.q. stadsprovincies. Steeds bleken de bestaande bestuurlijke bastions
de sterkste. Ook nu weer. In hun eentje zijn gedurfde constructies als
de stadsprovincies Rotterdam en Eindhoven extra kwetsbaar, zo heeft de
ervaring met het gesneefde Openbaar Lichaam Rijnmond wel geleerd.

DE VERLEGENHEIDSOPLOSSING   die de Kamer nu heeft gekozen is ook weinig
bevorderlijk voor een belangrijk nevendoel van de territoriale
reorganisatie: sanering van de lappendeken van speciale regiobesturen
die er is gegroeid. Van politie tot arbeidsbemiddeling en jeugdzorg is
de band met het algemene, democratisch gecontroleerde bestuur losser
gemaakt. De combinatie van twee stadsprovincies plus wat gemeentelijke
herindeling rond de grote steden is volstrekt onvoldoende om deze band
weer naar behoren aan te halen.










