


EU en mensenrechten 





ECONOMISCHE BETREKKINGEN   met dictatoriaal geregeerde landen dragen bij
tot de bevordering van democratie en mensenrechten. Dit uitgangspunt
wordt algemeen gedeeld in de Westerse wereld. Het biedt enerzijds de
rechtvaardiging om zaken te doen met landen die elementaire regels van
politiek en humanitair fatsoen overtreden. Anderzijds geeft het een
opening om door middel van handelsbetrekkingen en investeringen het
democratische proces in landen te bevorderen. Niet dat het altijd werkt:
in extreme gevallen zijn politieke maatregelen, zoals handelsboycots of
internationale veroordelingen van de schending van mensenrechten, op hun
plaats. Maar in de praktijk worden die zelden toegepast en dan nog
selectief. Een boycot van Birma is gemakkelijker ingevoerd dan een
boycot van China.


Sinds 1990 sponsort de Europese Unie een motie om China te veroordelen
in de Commissie voor de mensenrechten van de Verenigde Naties. Die motie
komt weliswaar nooit in stemming - de Chinese diplomaten mobiliseren
voldoende Derde-Wereldlanden met een twijfelachtige reputatie ten
aanzien van de mensenrechten om dit te blokkeren - maar het is een
politiek signaal dat China niet zint. De gemeenschappelijke opstelling
van de EU is dit jaar doorbroken. Aanvankelijk alleen door Frankrijk,
daarna gesteund door Duitsland, Italieuml; en Spanje. De
'Airbus-partners', zoals VVD-fractieleider Bolkestein snedig opmerkte.
Airbus probeert onder Frans diplomatiek leiderschap (volgende maand gaat
president Chirac naar Peking) vliegtuigen aan China te verkopen nu China
bij wijze van represaille tegen de opstelling van de Verenigde Staten
inzake de Chinese schendingen van de mensenrechten geen Amerikaanse
Boeing-toestellen wil aanschaffen. Dat biedt een opening voor de
Europese luchtvaartindustrie op de grootste groeimarkt van de toekomst.

Als halfjaarlijks voorzitter van de EU had Nederland de taak om de motie
tegen China in de VN-commissie in te dienen en deze week heeft China
Nederland daarvoor gestraft. Een Nederlandse handelsmissie die
klaarstond om voort te bouwen op de goede contacten die in 1995 waren
gelegd, werd door China afgezegd. In 1995 reisde het halve kabinet naar
China om met een miljard gulden uit de begroting van
ontwikkelingssamenwerking vorm te geven aan het herijkte buitenlandse
beleid met grotere nadruk op de economische betrekkingen. Het
bedrijfsleven juichte toen en treurt nu.

HANS VAN MIERLO   zit ondertussen met de brokken. Vorig jaar werd hij in
de Kamer nog aangesproken omdat hij te weinig aandacht aan
mensenrechtenbeleid zou besteden. Nu heeft hij de politieke steun van de
coalitiegenoten gekregen, maar moet zijn partijgenoot Wijers het
gevoerde beleid goedpraten bij het bedrijfsleven. Waarbij het vooralsnog
onduidelijk is of Buitenlandse Zaken op juiste wijze heeft ingeschat dat
Frankrijk ten behoeve van zijn export bereid was de Europese politieke
consensus ten aanzien van China te doorbreken.

De internationale politieke arena is hard. Nederland wil in zijn
buitenlandse beleid toenadering zoeken tot Frankrijk en Duitsland. Maar
met de Chinapolitiek zoals die nu gestalte krijgt, staan deze landen
tegenover Nederland, dat steun heeft gekregen van de Verenigde Staten en
Groot-Brittannieuml;. Deze Angelsaksische instemming geeft aan dat
Nederland niet als verdwaasd gidsland heeft geopereerd in de Chinese
kwestie. Maar wel dat Nederland, met zijn doorgaans activistische
mensenrechtenbeleid dat de diplomatieke reikwijdte van Den Haag
overtreft, een gemakkelijk doelwit is voor Chinese sancties.

DE GROOTSTE SCHADE  is met dit alles niet aangebracht aan de Nederlandse
economische betrekkingen met China. Van eacute;&eacute;n handelsmissie
hangen de kansen van het Nederlandse bedrijfsleven op de dynamische
Chinese markt niet af. Ernstiger is dat een tot nu toe geslaagde vorm
van gemeenschappelijk Europees buitenlands-politiek beleid is
vastgelopen op nationale belangentegenstellingen. Misschien had
Nederland als voorzitter van de EU de diplomatieke nuances beter moeten
verstaan, maar het was Frankrijk dat met de eenheid van het Europese
beleid tegenover China heeft gebroken.

  








