


De cybersekte





HET IS EEN BIZAR gedachtengoed dat de cybersekte Heaven's Gate
koesterde. De 39 sekteleden die vorige week dood werden aangetroffen in
een villa bij San Diego kunnen het niet meer navertellen, maar uit hun
nagelaten geschriften en Internetpagina's spreekt een mengeling van
gerichtheid op het hogere, fatale wereldvreemdheid, seksuele frustraties
en fascinatie voor het soort wetenschap dat meestal sciencefiction wordt
genoemd. De nuchtere toeschouwer schudt het hoofd en vraagt zich af wat
die mensen bezielt en of het misschien te voorkomen was geweest.


Wie de collectieve zelfmoorden van de laatste twintig jaar aan zich
voorbij laat trekken, ziet een huiveringwekkende stoet slachtoffers. In
1978 brachten in Guyana 912 volgelingen van Jim Jones zichzelf en elkaar
om. In 1993 volgde de dood van 74 Branch Davidians in Waco. Deze
volgelingen van David Koresh vonden de dood in een vuurzee die misschien
wel en misschien niet door de sekte zelf was aangestoken. In 1994 en
1995 stierven bij verschillende zelfmoordacties in Frankrijk,
Zwitserland en Canada 69 leden van de 'Sekte van de Zonnetempel' onder
leiding van de homeopaat Luc Jouret. En nu dus de 39 doden van Heaven's
Gate, de beweging die onder leiding van de gewezen muziekleraar Marshall
Applewhite het aardse bestaan achter zich liet. Het zijn te weinig
gevallen om van een trend te spreken, maar het zijn er genoeg om naar
gemeenschappelijke verklaringen te zoeken. Essentieel in het bestaan van
deze extreme sekten zijn twee dingen: het ideaal en het isolement.

HET IDEAAL kan varieuml;ren van persoonlijke groei door strikte ascese
tot de redding van een dreigende wereldcatastrofe door buitenaardse
wezens. In alle gevallen is het een ideaal met een totalitair karakter,
een ideaal dat het gehele leven van de sekteleden beheerst, dat een
verlossing of op zijn minst een beloning belooft en dat in de gewone
samenleving niet voorradig is. In een tijd waarin traditionele
godsdiensten en ideologieeuml;n aan betekenis verliezen, hebben wankele
naturen meer kans in een spiritueel vacuuuml;m te belanden en zijn ze
wellicht ook eerder geneigd hun leven geheel in te richten naar een
heilsboodschap die een simpele uitweg uit de verwarring biedt.

Sekteleden gaan daarin veel verder dan de leden van reguliere
kerkgenootschappen, maar veel elementen in hun opvattingen en
geloofspraktijken zijn in de een of andere vorm ook in de geaccepteerde
wereldgodsdiensten terug te vinden: een dreigende apocalyps,
voortbestaan na de dood, ascese, boetedoening, het idee uitverkoren te
zijn. Zelfs voor de rituele zelfmoorden zijn parallellen te vinden:
zelfopoffering en martelaarschap zijn in de rooms-katholieke kerk al
menigmaal met een heiligverklaring beloond. En wie nog verder teruggaat,
ontdekt al snel dat de meeste wereldgodsdiensten, het christendom
incluis, als een sekte zijn begonnen.

DAT NEEMT niet weg dat tussen wereldgodsdiensten en sekten een
belangrijk verschil bestaat: in een godsdienst word je geboren, voor een
sekte kies je in het algemeen. Een godsdienst moet zijn ledenbestand op
peil houden met mensen die uit zichzelf waarschijnlijk niet voor dat
geloof gekozen zouden hebben. Dat dwingt tot een reeuml;le toon, tot
een praktijk die niet te ver van het gewone leven af staat en tot normen
die niet te zeer van die van de samenleving als geheel afwijken. Een
sekte kan zich veel meer permitteren; de leden zijn vrijwillig lid
geworden en zijn tot veel meer bereid. Maar omdat de verleidingen van de
gewone wereld sterk kunnen zijn, kiezen de meest extreme sekten voor het
isolement. Vroeger door autarkische landbouwgemeenschappen op te
zetten - de uitgestrekte leegten van de Verenigde Staten vormden
daarvoor een vruchtbare voedingsbodem - tegenwoordig door het contact
met de wereld via Cyberspace te laten verlopen. Charismatische leiders
zijn in deze extreme varianten noodzakelijk; aan zichzelf overgelaten
zouden de sekteleden misschien toch gaan twijfelen.

Bezorgdheid over sekten is lang niet altijd terecht. Aanhangers van de
pinkstergemeente of de Jehova's getuigen zijn in de regel goede
staatsburgers met een onberispelijke levenswandel. Hun zendingswerk in
Zuidamerikaanse landen heeft daar veel ten goede gekeerd. Drankmisbruik
wordt bestreden, de positie van vrouwen verbetert, het gebruik van
geweld neemt af.

HET LIDMAATSCHAP van sektes als die van Jones, Koresh
en Applewhite is van een andere orde. Hier regeerden verblinding en
bewustzijnsvernauwing. Wie dergelijke uitwassen wil tegengaan kan ze
niet bestrijden, maar moet ze zien te voorkomen. Kerkgenootschappen,
politieke partijen en andere ideologische bewegingen kunnen daaraan
bijdragen door te doen waarvoor ze in het leven zijn geroepen: het
ontwerpen van inspirerende perspectieven. Alleen zo kan de spirituele
leegte waarin het sektarische ideaal gedijt worden ingeperkt.

Overheden kunnen op een andere wijze de sektarische verblinding helpen
voorkomen. Het vermogen tot onafhankelijk denken en het bezit van
kritische zin zijn effectieve wapens tegen de verleiding van het
sektarische isolement. Goed onderwijs en de bevordering van een open
samenleving zijn de middelen om dat te bereiken. Redenen temeer om daar
geld en aandacht aan te besteden.










