


Missie in Albanieuml;





DE VREDESEXPEDITIE naar Albanieuml; had niet onder een slechter
gesternte kunnen beginnen. De scheepsramp in de Straat van Otranto
afgelopen vrijdag, waarbij 79 Albanese vluchtelingen de dood zouden
hebben gevonden, heeft een zware hypotheek gelegd op de missie. De
bevolking van kustplaatsen als Vloreuml; en Durr&euml;s, kernen van de
anarchistische rebellie in Zuid-Albanieuml;, heeft aangekondigd geen
Italiaans schip aan de kades toe te laten. De Italiaanse marine wordt
verweten een Albanees vaartuigje, afgeladen met vluchtelingen,
opzettelijk te hebben geramd.


Het probleem is dat de vredesmacht onder Italiaans bevel komt en dat het
grootste contingent uit Italianen zal bestaan. De lijst van landen die
troepen hebben toegezegd, toont vooral regionale betrokkenheid.
Frankrijk is het enige permanente lid van de Veiligheidsraad van de
Verenigde Naties dat deelneemt, verder gaat het om mogendheden van de
tweede en derde grootte. De verzameling die de Organisatie voor
Veiligheid en Samenwerking in Europa tot dusver bijeen heeft gebracht,
maakt nog geen overtuigende indruk. Een vaste kern, zoals Britten en
Fransen die in Bosnieuml; vormden, ontbreekt. En zelfs in Bosni&euml;
bleken de samenbindende krachten jarenlang onvoldoende om de orde te
herstellen.

DE RESOLUTIE van de Veiligheidsraad waarin het mandaat voor de expeditie
is omschreven, is een toonbeeld van vaagheid en dubbelzinnigheid. Het
gaat in eerste instantie om een tijdelijke en beperkte multinationale
beschermingsmacht die een veilige en snelle humanitaire bijstand moet
bevorderen en missies van internationale hulporganisaties dient te
beveiligen. De onderneming moet neutraal en onpartijdig worden
uitgevoerd. Maar tegelijkertijd opereren de vredessoldaten onder
Hoofdstuk VII van het VN-Handvest - waarin ter verzekering van de
regionale vrede en veiligheid wapengebruik wordt toegestaan.

De omstandigheden waaronder de vredestaak moet worden uitgevoerd, zijn
hoogst onduidelijk. De autoriteiten en de volksvertegenwoordiging in
Tirana hebben, ondanks het debacle op volle zee, met de komst van de
internationale strijdmacht ingestemd. Maar de invloed van dit gezelschap
reikt niet veel verder dan de hoofdstad Tirana. De problemen met de
bevoorrading doen zich vooral voor in het zuiden. De groepjes die daar
de macht hebben gegrepen, lijken niet van zins die weer snel af te
staan, niet aan Tirana en niet aan vreemde soldaten. Het is dan ook de
vraag hoe lang de troepen in een neutrale houding zullen kunnen
volharden.

HET NEDERLANDSE kabinet studeert momenteel op een eventuele deelname.
Den Haag toont traditioneel bereidheid om aan de handhaving van het
volkenrecht in de wereld een bijdrage te leveren. Maar sinds Srebrenica
zijn daar andere overwegingen bijgekomen. Toen de secretaris-generaal
van de VN, Kofi Annan, Nederland vorige maand vroeg om een contingent
voor Zaiuml;re, stelde minister Voorhoeve (Defensie) een paar
voorwaarden. De uit te zenden troepenmacht moest een duidelijk mandaat
hebben, onder leiding staan van een groot land en voldoende sterk
bewapend zijn om zichzelf en de vluchtelingen aldaar te kunnen
beschermen. In Albanieuml; lijkt dat laatste te moeten gaan gelden voor
de plaatselijke bevolking voorzover die zich aan de multinationale zorg
toevertrouwt.

Voor alle duidelijkheid gaf de bewindsman aan welke landen voor hem als
leider in aanmerking kwamen: de Verenigde Staten, Groot-Brittannieuml;
of Frankrijk. De expeditie naar Albanieuml; voldoet niet aan Voorhoeves
tweede voorwaarde. Over de eerste en de derde rijzen reeuml;le vragen.
De wil is in Den Haag in aanleg aanwezig, maar er is alle reden de
modaliteiten waaronder de expeditie gaat plaatshebben aan een diepgaand
onderzoek te onderwerpen. Op een tweede Srebrenica zit niemand te
wachten.










