


Onaf





REGIONALE DECENTRALISATIE staat in Frankrijk bekend als ,,une
catheacute;drale inachev&eacute;e''. Maar ook in Nederland is de
hervorming van het binnenlandse bestuur een slepende aangelegenheid die
wordt gekenmerkt door een gebrek aan besluitvaardigheid - en een
rijkgesorteerde bestuurlijke trukendoos. De jongste aflevering van deze
langlopende Haagse soapserie is geheel in stijl. Twente en Eindhoven
willen een stadsprovincie maar krijgen er geen, Amsterdam wil blijkens
het referendum geen stadsprovincie maar zal er in het nieuwe millennium
toch aan moeten geloven. Veel directe logica valt er niet te ontdekken
in het kabinetsbesluit over de bestuurlijke herindeling van het land. De
stadsprovincies blijven voorbehouden tot de drie grote steden. Utrecht -
 toch ook nauw betrokken bij de randstad -  viel al in een eerdere ronde
af, evenals de regio's ArnhemNijmegen en Enschede/Hengelo hoewel deze
sterke papieren van zichzelf hebben. Deze papieren zijn in principe
erkend in de Kaderwet bestuur in vernieuwing.


In deze wet zit de voornaamste verklaring van het kabinetsbesluit, of
beter gezegd in de wrevel van de  VVD  tegen de kaderwet. Die
regeringspartij was toch al geen voorstander van stadsprovincies omdat
deze de Thorbeckiaanse driedeling van rijk, provincies en gemeenten
doorbreken. Maar op grond van het regeerakkoord stemde de  VVD  in met
de stadsprovincie Rotterdam. Toen deze op grond van het gemeentelijke
referendum - toch al niet een gewaardeerd instrument - alsnog werd
geblokkeerd door de regeringspartners PvdA en D66, vonden de liberalen
het tijd voor een tit for tat.





HET ALTERNATIEF dat Bolkestein tijdens de jongste algemene
beschouwingen presenteerde, roept zijn eigen weerstanden op. Dat geldt
zeker voor de grenscorrecties en gemeentelijke herindeling die nu ook
het kabinet in het vooruitzicht stelt aan Eindhoven, Utrecht en Twente.
Maar ook de nieuwe ,,regisserende en controlerende taak'' die de  VVD-
leider toedenkt aan de klassieke provincies is schoner in theorie dan in
praktijk. Het gebrek aan coouml;rdinatiebereidheid bij de lokale
overheden is nu net een belangrijk motief geweest voor de hele operatie
bestuur in verandering. In elk geval is er nu een besluit, zegt men in
Den Haag. Iedere opluchting is intussen voorbarig.












