


Flexibel Schengen





,,EEN SCHENGENLAND'' moest het worden: een deel van Europa dat zou
hebben afgerekend met de gevestigde doch irriterende traditie van
personencontroles aan de onderlinge grenzen. Deze formule zou als
stoutmoedige 'voortrein' dienen voor een meer volmaakte eenheid in het
kader van wat toen het Project Europa '92 heette en uiteindelijk de
Europese Unie werd. De slechting van de grenscontroles zou worden
opgevangen door nieuwe vormen van samenwerking tussen de nationale
politie en justitie-autoriteiten, in het EU-jargon de derde pijler
geheten.


Inmiddels heeft een serie andere staten aangehaakt, maar goed op stoom
is de voortrein nog steeds niet gekomen. Schengen heeft problemen met
Frans ongenoegen over Nederland wegens het drugsbeleid maar ook met
Duitsland wegens de mogelijkheid van grensoverschrijdende
politie-achtervolging. Er is wrijving tussen Spanje en Belgieuml;
wegens de geweigerde uitlevering van beweerde ETA-terroristen, maar ook
Duitsland klaagt dat tot levenslang veroordeelden hun straf kunnen
ontlopen in EU-partner Portugal. En dan is er de pertinente weigering
van Groot-Brittannieuml; om de eigen grenscontroles te slechten.


NU OPENT ZICH toch de mogelijkheid van een interessante rol voor
Schengen als katalysator van flexibilisering van de Europese Unie.
Daartoe zou het moeten worden opgenomen in de herziening van het Verdrag
van Maastricht die deze zomer haar beslag moet krijgen. Vorige week liet
staatssecretaris Patijn (Buitenlandse Zaken) in Brussel weten dat hij,
los van de komende Britse verkiezingsuitslag, het vasthouden door Londen
aan eigen paspoortcontroles accepteert. Dit hoeft niet in de weg te
staan aan samenwerking op het gebied van vluchtelingenbeleid en politie.
Een nieuwe, elegante variant van de Europese ,,opt-out'' dus.

Schengen heeft al op een ander front besloten tot flexibilisering. Er is
een samenwerkingsovereenkomst gesloten met Noorwegen en IJsland, twee
landen van de Europese Economische Ruimte (EER). In het Nederlandse
parlement - waarschijnlijk het enige dat zich er zo intensief mee
bezighoudt - wordt geprutteld over het gevaar de buitengrens van
Schengenland te verleggen naar staten die weliswaar verwant maar toch
geen lid van de EU zijn. En wat gebeurt er wanneer er over een bepaald
punt een onoverbrugbaar meningsverschil ontstaat?


HET KABINET heeft steeds de nadruk gelegd op de politieke betekenis van
de nieuwe EER-samenwerking en deze lijn nu min of meer doorgetrokken
naar de samenwerking met het Verenigd Koninkrijk binnen de EU zelf. De
materie van Schengen is in termen van de EU ingewikkeld omdat zij deels
valt onder het klassieke EG-verdrag (de eerste pijler) en deels onder de
derde EU-pijler van Justitie en Binnenlandse Zaken. De eerste pijler
heeft sterke supranationale trekken maar de derde is
intergouvernementeel, met alle problemen voor de besluitvorming van
dien.

Deze mengvorm zou tegelijk een mogelijkheid kunnen bieden de vastgelopen
discussie te heropenen over een oude Nederlandse wens, het invoeren van
enigerlei vorm van controle door de internationale rechter op de
onderlinge bijstand in asielzaken en het gecomputeriseerde
informatiesysteem ten dienste van de politie. Bij Europol is dat
tenslotte ook gelukt.











