


Hongkong





ANDERHALVE EEUW heeft Groot-Brittannieuml; de kroonkolonie Hongkong
bestuurd zonder zich veel te bekreunen om de tekenen van democratie en
rechtsstaat. De aandacht daarvoor dateert uit de nadagen van Hongkong
als Britse bezitting met de in 1991 geparachuteerde politicus Chris
Patten als laatste gouverneur. Zonder de formele overdracht van de
kroonkolonie aan China op 1 juli van dit jaar af te wachten maakt Peking
zich op een aantal democratische en juridische verworvenheden te slopen
in hetzelfde tempo waarin Patten ze heeft opgebouwd. Ook al heeft China
zich plechtig gebonden aan de formule 'eacute;&eacute;n land, twee
systemen'.


Britse protesten tegen de eigenmachtige correctie van de gemaakte
afspraken vinden tot dusver weinig weerklank bij de Europese partners.
Deze hechten vooral belang aan de economische kanten van de komende
machtswisseling in Hongkong, een belangrijke toegangspoort tot
Aziatische markten. Trouwens, ook in de Verenigde Staten waarschuwt de
nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, Madeleine Albright, dat de
verhouding met China ,,verscheidene facetten'' heeft. Toch dient de
betekenis van Hongkong als testcase niet te worden onderschat. Nadat in
het afgelopen decennium verschillende volken een communistisch regime
hebben afgeschud, vormt Hongkong het eerste substantieuml;le voorbeeld
van retourmigratie. De manier waarop China daarmee omgaat krijgt een
extra betekenis door de signaalwerking ten opzichte van Taiwan, de
laatste openstaande grote claim van Peking.

De lucht betrekt snel boven Hongkong. China is al overgegaan tot het
instellen van een provisionele raad als ,,tweede keuken'', zoals dat in
Peking schijnt te worden genoemd, voor de gekozen wetgevende raad die op
de nominatie staat te worden afgeschaft. Als om dit de bevolking extra
in te peperen werden enkele leden van de provisionele raad benoemd die
bij de verkiezingen van 1995 nu net door het zojuist geeuml;mancipeerde
electoraat van de kroonkolonie waren afgewezen.


NU KOMT DE aankondiging dat na 1 juli de burgerrechten zullen worden
beperkt. In het bijzonder de uit 1991 daterende Bill of Rights Ordinance
moet het ontgelden. Het wel zeer doorzichtige excuus is dat deze
verordening dateert van na de gezamenlijke Brits-Chinese verklaring van
1984 over de teruggave van Hongkong. Daarin beloofde Londen de
regelgeving van de kroonkolonie niet wezenlijk te zullen veranderen. Dit
is echter geen gewone verordening, maar de incorporatie van de Conventie
inzake burgerlijke en politieke rechten van de Verenigde Naties, de
internationaal geaccepteerde minimumstandaard voor de rechten van de
mens.

Weinig overtuigend betoogt de aangewezen 'chief executive' per 1 juli,
de scheepsmagnaat Tung, dat het helemaal niet om de rechten van de mens
gaat maar om stabiliteit. Tung heeft een speciale rang gekregen boven
Chinese ministers of provinciale gouverneurs, ogenschijnlijk om hem in
staat te stellen voor de belangen van Hongkong op te komen. Maar zijn
stellingname in de eerste gidskwestie die zich aandient is een
zwaktebod.











