


Rijsthandel





DE NEDERLANDSE ANTILLEN behoren tot de grote rijstexporteurs in de
wereld. Dat is opmerkelijk, want op de Antillen wordt geen enkel
rijstplantje geteeld. Maar door een goedbedoelde maatregel van de
Europese Unie van enkele jaren geleden zijn de Antillen een
doorvoerhaven voor rijst (en rietsuiker) geworden. In enkele jaren is er
een bloeiende rijstverwerkende industrie ontstaan. Door een verandering
in de Europese regelgeving dreigt aan deze lucratieve transitohandel
vrijwel geheel een einde te komen.


De Nederlandse Antillen behoren tot de Landen en Gebieden Overzee (LGO)
van de lidstaten van de Europese Unie. Volgens het LGO-besluit van 1991
mogen deze overzeese gebieden landbouwprodukten uit niet EU-landen na
bewerking heffingsvrij op de Europese markt brengen. De LGO's fungeren
met andere woorden als een achterdeurtje in de agrarische tariefmuren
die om de Europese Unie zijn opgetrokken. Een handige handelaar die
daarvan gebruik weet te maken, weet zich verzekerd van toegang tot de
Europese markt - en van gouden winstmogelijkheden.

OP DE ANTILLEN is deze ruimte aangegrepen om ongepelde rijst en in
mindere mate ruwe rietsuiker uit Suriname en Guyana na een geringe
bewerking naar de Europese Unie door te voeren. Vrijwel alle Surinaamse
rijst stroomt via de Antillen naar de Nederlandse markt. Voor de
politiek invloedrijke Surinaamse rijstproducenten en de tussenhandelaren
op de Antillen en Aruba is dat zeer winstgevend. Het is ook
fraudegevoelig. Hoe dan ook, bij de rijstpellerijen op Curaccedil;ao en
Bonaire werken inmiddels ruim zeshonderd mensen en de Antilliaanse
rijstexport naar de Europese Unie is van vrijwel niets naar
driehonderdduizend ton per jaar gestegen. Daarmee zijn de Antillen per
hoofd van de bevolking de grootste rijstexporteur ter wereld.

Eind vorig jaar nam de EU stappen om de LGO-regeling aan te passen.
Rijstproducenten binnen de EU, Italieuml; en Spanje, klaagden over de
goedkope import uit de LGO's en eisten een inperking van deze
markttoegang. De Europese Commissie nam een besluit tot vrijwaring en
het Ierse voorzitterschap bereidde een drastische beperking van de
heffingsvrije quota voor. Op instructie van minister Van Mierlo
(Buitenlandse Zaken) ging Nederland op 19 december in Brussel onder
voorbehoud akkoord. Nederland vond de voorgestelde quotaverlaging al te
rigoreus. Ook maakte Nederland het ambtelijke voorbehoud dat de
rijksministerraad - het kabinet aangevuld met de gevolmachtigde
ministers van de Antillen en Aruba - de aanpassing diende goed te
keuren. De Antillen waren tevoren alleen telefonisch op de hoogte
gesteld.

DE ANTILLIANEN waren razend - en geef ze eens ongelijk. Ze hadden met
het LGO-besluit gebruikgemaakt van een maas in de EU-regelgeving en ook
al was dat misschien niet de bedoeling van de regeling, ze opereren
geheel binnen de regels en ze scheppen zo lokale werkgelegenheid. De EU
hanteert trouwens wel meer merkwaardige regels voor tropische
landbouwprodukten, zoals de begunstigde import van 'eurobananen' uit
Franse, Spaanse en Britse (ex-)kolonieuml;n die bananen uit Midden- en
Zuid-Amerika discrimineert.

Deze week was een Antilliaanse delegatie in Nederland om de rijstkwestie
te bespreken. Met een verwijzing naar de inspanningen om met een
aanpassingsprogramma de financieuml;n op de Antillen te saneren hebben
de Antillianen een sterk argument. Nederland, dat inmiddels rekening
moet houden met zijn voorzitterschap, probeert er van te maken wat het
kan. Het hoopt de ellende van het rijstdossier de komende maanden in
Brussel zoveel mogelijk voor zich uit te schuiven.

HET ACHTERLIGGENDE probleem is niet dat van de Antillen, maar van het Europese
landbouwbeleid dat importen uit niet-EU-landen discrimineert, de
binnenmarkt beschermt en gebieden overzee begunstigt. De Antillen en
Aruba dreigen van dit geldverslindende landbouwbeleid, waarvoor de
Europese consumenten uiteindelijk betalen, de dupe te worden. Dat is
niet verdiend en het minste dat Nederland kan doen is, nadat het in
december waarschijnlijk al te ver is gegaan met toezeggingen in Brussel,
te proberen de dreigende schade te beperken en de schok voor de Antillen
op te vangen. Ook andere Europese lidstaten lobbyen tenslotte met succes
voor de belangen van hun overzeese gebiedsdelen.











