


Inhoudelijk





DE EVALUATIE van de euthanasiepraktijk in Nederland die het kabinet
onderneemt, is sterk gericht op de hulpverleners, met name de artsen.
Hun 'meldgedrag' stond ook weer centraal in een groot onderzoek waarvan
de resultaten eind november werden gepresenteerd. Maar hoe staat het met
de mensen die hulp vragen, de patieuml;nten, en hun naasten en
verwanten? Dit was de vraagstelling van een onderzoek onder
auspicieuml;n van de Nederlandse vereniging voor vrijwillige euthanasie
(NVVE) dat vorige week uitkwam.


Anders dan het officieuml;le onderzoek van november maakt het
patieuml;ntenonderzoek geen aanspraak op representativiteit. Het
bestond uit dertig geselecteerde gevalsbeschrijvingen plus een
vervolgonderzoek bij een telefonisch meldpunt voor nabestaanden. De
onderzoekers hebben zich vooral tot taak gesteld kwalitatieve indicaties
te geven van het soort problemen dat zich voordoen tussen arts en
patieuml;nt. Sterker nog dan in november komt uit dit onderzoek een
beeld van een terughoudende euthanasiepraktijk naar voren, dat haaks
staat op de alarmerende geluiden die de laatste tijd vooral vanuit
Amerika in de richting van Nederland komen.

Nederlandse artsen hebben de neiging als puntje bij paaltje komt terug
te schrikken voor euthanasie of hulp bij zelfdoding,
euthanasieverklaring of niet. Zij blijken volgens de NVVE meer eisen te
stellen dan strikt noodzakelijk lijkt op basis van de huidige
jurisprudentie, met name ten aanzien van het bestaan van een langdurige
hulpverlenersrelatie. De vereniging dringt er bij de politieke
instanties op aan de strafbaarheid van artsen op te heffen door
inhoudelijke criteria op te nemen in de wet.  




DEZE AANPAK heeft slechts een beperkte betekenis voor het gesignaleerde
probleem van de machteloosheid van de clieuml;nt. Een wettelijke
regeling valt om principieuml;le redenen te prefereren boven
rechtersrecht. Harde (medische) criteria voor euthanasie zijn overigens
ook van de wetgever niet te verwachten. Zelfs als dat wel het geval zou
zijn, valt deze ultieme daad van hulpverlening van geen individuele arts
te eisen. De 'pil van Drion' (het ter beschikking stellen van een
thanaticum aan oudere mensen die ,,klaar zijn met het leven'') heeft
voornamelijk een utopische betekenis. Via het wereldomspannende
informatienetwerk Internet dienen zich wel nieuwe wegen aan om het slot
op de Nederlandse medicijnkast feitelijk te omzeilen.

Het NVVE-rapport vormt voornamelijk een nadere aansporing ernst te maken
met de rechten van patieuml;nten op vrije artsenkeuze, open en tijdige
informatie en het zonodig doorverwijzen. Het NVVE-initiatief verdient
ook een vervolg, zoals in deze krant is bepleit door het Kamerlid
Oudkerk: nader onderzoek naar de overwegingen, de wensen en de
ervaringen van de eerstbetrokkenen, patieuml;nten en nabestaanden. Niet
alleen de rechtspositie van de arts maar ook deze mensen en hun noden
dienen centraal te staan wanneer het kabinet euthanasiewetgeving
overweegt.











