


Kok en Major





HET VOORZITTERSCHAP van Nederland in de Europese Unie is de facto
begonnen met werkbezoeken aan Den Haag van Commissie-voorzitter Santer
en van de Britse premier, Major. Premier Kok en Major vertegenwoordigen
het eigen land in de Europese Raad van staats- en regeringsleiders. Hun
ontmoeting gisteren, in een vroeg stadium van het Nederlandse
voorzitterschap, vormt een bevestiging van het vermoeden dat Kok
gedurende het Nederlandse presidium voor de Haagse onderhandelingsequipe
de eerste coach wil zijn. De hardste noot is de Britse onbeweeglijkheid
in de voornaamste kwesties rondom de herziening van het Verdrag van
Maastricht. Die noot is niet gekraakt, maar wel is Major duidelijk
gemaakt dat hij de voortgang naar een bevredigend eindresultaat niet zal
kunnen verhinderen.


Beide gesprekspartners hebben de indruk willen wekken dat zij op
eacute;&eacute;n punt overeenstemming hebben bereikt. Beiden noemden
zich na hun beraad voorstander van flexibiliteit, maar het is zeer de
vraag of zij daarmee hetzelfde bedoelden. De Britten zijn sinds
'Maastricht' gewend geraakt aan de luxe van de 'opting out', de vrijheid
om niet mee te doen waar de andere lidstaten de samenwerking verdiepten.
Flexibiliteit opent voor Major (of zijn opvolger) de mogelijkheid om
zelf het tijdstip te kiezen waarop Groot-Brittannieuml; op de rijdende
Europese trein springt. Voor Kok gaat het er, in navolging van Duitsers
en Fransen, juist om te voorkomen dat een van de lidstaten die trein tot
stilstand brengt.

TOCH ZIJN er een paar vraagstukken waarvan het nog maar de vraag is of
flexibiliteit de bestaande impasses kan doorbreken. De Britten hebben
zich bereid getoond partners voor te laten gaan op strikt omschreven
terreinen. Maar het is onwaarschijnlijk dat zij de rest van de Unie
carte blanche zullen willen geven om naar eigen inzicht en los
van het Verenigd Koninkrijk de integratie in algemene zin voort te
zetten. Zo'n kwestie is de besluitvorming bij meerderheid op het gebied
van de buitenlandse en de veiligheidspolitiek. En nauw verbonden daarmee
is de vraag hoe de relatie tussen Europese Unie en West-Europese Unie
(waarin de Europese defensie-identiteit tot uitdrukking wordt gebracht)
moet worden gestructureerd. Het Britse vasthouden aan een nevenschikking
van beide instellingen is door meer ingegeven dan institutionele
eigenzinnigheid. Achter het Britse standpunt gaat een geheel eigen en
zich principieel van de continentale partners onderscheidende kijk op de
Atlantische politieke en militaire samenwerking schuil.

Ook op het gebied van de binnenlandse en de justitieuml;le politiek
koesteren de Britten een voorstelling van zaken die niet eenvoudig met
een flexibele benadering kan worden ingepast in een eventuele
continentale consensus. Mogelijk dat straks ruimte ontstaat voor een
gescheiden optrekken - tenslotte is daarvan met 'Schengen' al sprake -
maar de twee gesprekspartners hebben na hun Haagse overleg hierover
zorgvuldig gezwegen. Zoals zij overigens toch al veel in het midden
lieten.

HET VERENIGD KONINKRIJK zal zich niet totaal en absoluut buiten het
overleg plaatsen. Voor zaken als het aanpassen van de Commissie en de
stemverhouding in de Raad van Ministers aan de voorgenomen uitbreiding
van de Europese Unie toont Londen belangstelling. Niet zo vreemd, omdat
op die punten de Britse belangen parallel lopen aan die van de andere
groten in de Unie - en de concessies van de kleinere lidstaten zoals
Nederland worden verwacht. Misschien dat premier Kok daar voor eigen
land wat flexibiliteit kan gebruiken. Van de kant van de groten,
welteverstaan.











